DEN HAAG, 14 mei 2026 – Het accreditatiesysteem uit de Persrichtlijn 2025 van de Nederlandse gerechten is onrechtmatig en onverbindend. Dit volgt uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een bodemprocedure, aangespannen door de Vereniging van Vrije Journalisten (VVJ) en twee individuele journalisten tegen de Nederlandse Staat. De rechtbank oordeelt dat de regeling in strijd is met de vrijheid van meningsuiting en vrije nieuwsgaring, zoals vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Van ruime toegang naar strikte eisen
In 2013 werd de eerste persrichtlijn door de gerechten geïntroduceerd. Deze richtlijn hanteerde een brede definitie van journalistiek: iedereen die op een zodanige manier publiceerde dat de berichten voor het grote publiek toegankelijk waren, kreeg toegang tot de persfaciliteiten. Deze journalisten mochten tijdens zittingen tekstberichten versturen om live verslag te doen en, na toestemming, beeld- en geluidsopnames maken.
Op 1 juni 2025 trad echter een nieuwe richtlijn in werking. Sinds die datum geldt de voorwaarde dat men moet beschikken over een van de drie erkende perskaarten, uitgegeven door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) of de Buitenlandse Persvereniging (BPV). Voor het verkrijgen van een NVJ-perskaart geldt een verplicht vakbondslidmaatschap, gekoppeld aan strenge voorwaarden rondom inkomen en tijdsbesteding.
Uitsluiting en onrechtmatigheid
Twee journalisten, gesteund door de VVJ, spanden de rechtszaak aan nadat zij door de nieuwe regels werden uitgesloten. Zij stelden dat het accreditatiesysteem journalisten uitsluit die geen NVJ-perskaart kunnen of willen bemachtigen.
De rechtbank gaat mee in dit verweer en stelt voorop dat het EVRM het recht op vrije nieuwsgaring door de pers waarborgt. De inperking die door de Persrichtlijn 2025 wordt opgelegd, blijkt niet gerechtvaardigd. De gerechten hebben de selectie voor toegang tot de rechtbankfaciliteiten uitbesteed aan de NVJ, de grootste beroepsorganisatie voor journalisten. Volgens de rechtbank is niet inzichtelijk gemaakt hoe de rechtspraak tot deze keuze is gekomen en hoe de vakbond deze verantwoordelijkheid precies draagt.
Publieke waakhond genegeerd
Door het systeem worden personen die toegang willen tot de rechtbank indirect gedwongen lid te worden van de NVJ en te voldoen aan de daaraan gekoppelde inkomenseisen. Hoewel deze criteria objectief en meetbaar zijn, acht de rechter ze te beperkend. Actieve burgers, bloggers en vloggers die bijdragen aan het publieke debat – en daarmee tevens een belangrijke ‘public watchdog’-functie vervullen – vallen systematisch buiten de boot. Er is in de huidige richtlijn geen duidelijke en reële mogelijkheid om voor hen een uitzondering te maken.
De gerechten gaven in de procedure aan het niet wenselijk te vinden om zelf te bepalen wie er wel of niet als pers naar binnen mag. De rechtbank oordeelt echter dat de gerechten zich hier niet achter kunnen verschuilen; zij dragen de volle verantwoordelijkheid voor de manier waarop de openbaarheid van de rechtspraak en de persvrijheid worden ingeperkt.
De VVJ eiste dat de volledige Persrichtlijn 2025 buiten werking zou worden gesteld. Deze specifieke vordering is door de rechtbank afgewezen omdat onvoldoende was toegelicht waarom de gehele richtlijn geschrapt moest worden. De voorwaarden omtrent accreditatie zijn daarentegen wel direct onrechtmatig en onverbindend verklaard.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




