Verdachte van geweld tegen gemeentehuis blijft vast. Hof wijst verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis af.

UitsprakenVerdachte van geweld tegen gemeentehuis blijft vast. Hof wijst verzoek tot opheffing...

Het gerechtshof laat een verdachte van geweld tegen een gemeentehuis vastzitten. De snelrechtgrond was onjuist, maar herhalingsgevaar blijft bestaan.

ARNHEM, 14 mei 2026 – De verdachte die is veroordeeld voor openlijk geweld tegen een gemeentehuis blijft voorlopig vastzitten. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. Volgens het hof is de zogenoemde snelrechtgrond ten onrechte gebruikt, maar is er wel sprake van een reëel risico op herhaling. Daardoor weegt het maatschappelijk belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder dan het persoonlijke belang van de verdachte bij vrijlating.

De zaak draait om geweld tegen een gemeentehuis in het kader van de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum. De verdachte was eerder door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Tegen dat vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof moest vervolgens beslissen over een verzoek om de voorlopige hechtenis op te heffen.

Geweld tegen gemeentehuis rond azc-discussie

Uit de beschikking blijkt dat de verdachte wordt verdacht van openlijk geweld in vereniging tegen goederen. Ook is sprake van opzettelijke vernieling en beschadiging van een gebouw dat aan een ander toebehoort. Het geweld vond plaats tegen een gemeentehuis, in de context van maatschappelijke onrust over de mogelijke komst van een azc. Het hof plaatst de zaak nadrukkelijk in de bredere context van het democratische debat over opvanglocaties in Nederland.

Volgens het hof is het geweld niet te beschouwen als een beperkt incident of een enkel moment van onbezonnenheid. De verdachte zou vanuit zijn woonplaats naar een andere plaats zijn gekomen om bij het gemeentehuis, onder invloed van alcohol, “een punt te maken”. Daarbij zou hij zich gedurende langere tijd gewelddadig hebben gedragen.

Uit de processtukken volgt volgens het hof dat de verdachte ongeveer een half uur lang stoeptegels tegen de ruiten van het gemeentehuis heeft gegooid. Ook zou hij een betonnen voetplaat door de voordeur hebben gegooid en met een losgerukte verkeerspaal op de voordeur hebben geramd. Het hof kwalificeert dat als grof geweld, gericht op het verstoren van een democratisch debat.

Snelrechtgrond volgens hof verkeerd gebruikt

Een belangrijk punt in de zaak is de juridische basis waarop de politierechter de gevangenneming had bevolen. De politierechter gebruikte de zogenoemde snelrechtgrond uit artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering. Die grond is bedoeld om verdachten van onder meer openlijke geweldpleging of mishandeling, waarbij maatschappelijke onrust is ontstaan, in voorlopige hechtenis te kunnen houden in aanloop naar een snelle behandeling van de zaak.

Het hof stelt echter dat deze grond hier niet meer gebruikt kon worden op het moment dat de verdachte al was berecht. De snelrechtgrond is bedoeld om te voorkomen dat een verdachte vrijkomt voordat de snelrechtzitting heeft plaatsgevonden. De waarborg daarbij is dat de zaak binnen een korte termijn op zitting komt. Als die termijn niet wordt gehaald, moet de voorlopige hechtenis worden beëindigd, tenzij er andere gronden zijn om de verdachte vast te houden.

Volgens het hof had het bevel tot gevangenneming op 1 mei 2026 daarom niet gebaseerd mogen worden op de snelrechtgrond. Op die datum had de berechting van de verdachte namelijk al plaatsgevonden. Daarmee volgt het hof deels de kritiek op de juridische onderbouwing van de voorlopige hechtenis.

Toch geen opheffing voorlopige hechtenis

Dat de snelrechtgrond onjuist is toegepast, betekent volgens het hof niet dat de verdachte moet worden vrijgelaten. Het hof ziet namelijk een andere grond voor voorlopige hechtenis: herhalingsgevaar. Volgens het hof zijn er ernstige bezwaren tegen de verdachte. Daarbij speelt mee dat de verdachte de feiten heeft bekend.

Het hof oordeelt dat een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid de vrijheidsbeneming van de verdachte vordert. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, of waardoor de veiligheid van personen of goederen in gevaar kan komen.

Daarbij kijkt het hof niet alleen naar de gepleegde feiten, maar ook naar de houding van de verdachte. Volgens de beschikking heeft de verdachte zijn eigen handelen omschreven als “niet handig” en “ongelofelijk dom”. Het hof vindt dat die kwalificaties geen recht doen aan de ernst van het toegepaste geweld. Volgens het hof ging het om grof geweld dat werd gebruikt om een democratisch debat op ernstige wijze te verstoren en naar een door de verdachte gewenste uitkomst te sturen.

Herhalingsgevaar weegt zwaar

Het gerechtshof acht de kans aanwezig dat de verdachte opnieuw betrokken raakt bij een gewelddadige confrontatie. Daarbij noemt het hof expliciet de mogelijkheid dat dit opnieuw onder invloed van middelen gebeurt. De omstandigheid dat de verdachte binding heeft met de plaats waar het geweld plaatsvond, omdat zijn ex-vrouw en minderjarige kinderen daar wonen, verandert dat oordeel niet.

Volgens het hof is de aard van de zaak ernstig genoeg om de voorlopige hechtenis te laten voortduren. Het gaat niet alleen om vernieling van goederen, maar ook om de maatschappelijke betekenis van geweld tegen een openbaar gebouw. Een gemeentehuis is een plek waar lokaal bestuur en democratische besluitvorming samenkomen. Geweld tegen zo’n gebouw raakt daarom ook aan de openbare orde en het functioneren van het bestuur.

De zaak past in een bredere landelijke discussie over opvanglocaties voor asielzoekers. In verschillende gemeenten leidt de mogelijke komst van een azc tot felle debatten, protesten en soms spanningen. Het hof maakt duidelijk dat het voeren van debat is toegestaan, maar dat gewelddadige druk op besluitvorming niet kan worden gezien als een normale vorm van protest.

Ook schorsingsverzoek afgewezen

Naast het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis deed de verdediging ook een verzoek om schorsing. Daarmee zou de verdachte onder voorwaarden in vrijheid kunnen worden gesteld. Ook dat verzoek is afgewezen.

Het hof heeft daarbij een belangenafweging gemaakt. Aan de ene kant staan de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdediging wees onder meer op werk, de zorg voor het gezin en de zorg voor een zieke moeder. Aan de andere kant staan het maatschappelijk belang en het strafvorderlijk belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis.

Volgens het hof wegen de ernst van de feiten en de aard van de grond voor voorlopige hechtenis zwaarder dan de persoonlijke belangen van de verdachte. Daarom blijft de verdachte vastzitten.

Hoger beroep loopt nog

De verdachte stelde op 4 mei 2026 hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 1 mei 2026. Dat betekent dat de inhoudelijke strafzaak nog niet definitief is afgerond. De beslissing van het hof gaat nu specifiek over de voorlopige hechtenis en het verzoek om die te beëindigen of te schorsen.

De politierechter legde eerder een gevangenisstraf van zes weken op, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De verdachte was op 28 april 2026 in verzekering gesteld. De gevangenneming werd vervolgens op 1 mei 2026 bevolen.

Met de beslissing van 13 mei 2026 blijft de voorlopige hechtenis in stand. Het hof benadrukt dat de oorspronkelijke snelrechtgrond niet de juiste basis was, maar dat de vrees voor herhaling voldoende grond oplevert om de verdachte niet vrij te laten.

Gemeentehuis als symbool van democratisch bestuur

De beschikking laat zien dat rechters zwaar kunnen tillen aan geweld dat is gericht tegen publieke gebouwen, zeker wanneer dat gebeurt in de context van maatschappelijke onrust. Het hof koppelt het handelen van de verdachte aan het verstoren van een democratisch debat. Daarmee gaat de zaak verder dan gewone vernieling of beschadiging.

In de beoordeling speelt ook mee dat het geweld niet kortstondig was. Volgens de processtukken duurde het handelen ongeveer een half uur en werden meerdere objecten gebruikt om schade aan het gemeentehuis toe te brengen. Het hof ziet daarin voldoende aanleiding om ernstig rekening te houden met herhaling.

De beslissing onderstreept dat protest tegen gemeentelijk beleid of tegen de komst van een azc binnen de grenzen van de wet moet blijven. Geweld tegen gebouwen of goederen kan leiden tot strafvervolging, veroordeling en voortzetting van voorlopige hechtenis wanneer de rechter vreest dat iemand opnieuw de fout in gaat.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Discussies

Meer van dit...

Tiësto tijdens een optreden, betrokken bij een civiele schadezaak over fiscaal advies.
Uitspraken

Advocatenkantoor in cassatie na Tiësto-zaak

Greenberg Traurig gaat in cassatie na veroordeling tot miljoenenbetaling aan Tiësto.
Gemeentehuis waartegen openlijk geweld werd gepleegd tijdens onrust over mogelijke komst van een azc.

Taakstraf voor drugsdeal en verlaten ongeval Vaassen

Rechtbank Gelderland legt taakstraf op voor drugsdeal, roodlichtongeval en verlaten plaats ongeval.
Rechtbank Den Haag wijst spoedverzoek Eritrese asielzoeker af

Rechtbank wijst spoedverzoek Eritrese asielzoeker af

Rechtbank Den Haag wijst spoedverzoek af van zwangere Eritrese vrouw met bescherming in Duitsland.