DEN HAAG, 22 mei 2026 – Het Nederlandse onderwijs staat voor een reeks urgente vraagstukken rondom kansengelijkheid. Schoolmaaltijden dreigen te worden afgebouwd, de vrijwillige ouderbijdrage neemt op kwetsbare scholen steeds verder af en de meerjarige monitor School en Omgeving toont aan dat buitenschoolse activiteiten positieve effecten hebben, maar structurele financiering ontbreekt. De Tweede Kamer is op 21 mei 2026 over al deze ontwikkelingen geïnformeerd.
Schoolmaaltijden: zomer- en winterpakketten vervallen
Het beschikbare budget voor het programma Schoolmaaltijden bedraagt 135 miljoen euro. Dat is onvoldoende om naast maaltijden op school ook zomer- en winterpakketten te continueren. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft in afstemming met de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten prioriteit te geven aan maaltijden tijdens schooldagen. Voor de zomer- en winterpakketten is geen ruimte meer binnen het beschikbare budget. Het Jeugdeducatiefonds heeft scholen al op 20 april geïnformeerd over de onzekerheid rondom de zomerpakketten.
Vrijwillige ouderbijdrage vergroot kloof tussen scholen
Een tweede zorgpunt betreft de vrijwillige ouderbijdrage. De evaluatie van de in 2021 ingevoerde wet en de Schoolkostenmonitor bevestigen een groeiende kloof: op scholen met kapitaalkrachtigere ouders wordt aanzienlijk meer geld opgehaald dan op scholen met armere ouderpopulaties. Dat terwijl juist kinderen op de laatste categorie scholen het meest baat hebben bij activiteiten als schoolreisjes, kampen en excursies.
Het Jeugdeducatiefonds heeft in een brief aan de OCW-commissie van de Tweede Kamer gewezen op een explosieve groei van aanvragen. Waar in het schooljaar 2021-2022 nog sprake was van 800 aanvragen voor een totaalbedrag van 800.000 euro, liep dit in het afgelopen schooljaar op tot bijna 3.000 aanvragen voor ruim 3,6 miljoen euro. In het lopende schooljaar 2025-2026 zijn tot april al ruim 2.500 schoolreisjes, kampen en excursies vergoed voor circa 3,7 miljoen euro — en het schooljaar is nog niet voorbij. Ter vergelijking: in dezelfde periode het jaar ervoor ging het om 1.700 aanvragen voor 2,3 miljoen euro.
Het afschaffen van de vrijwillige ouderbijdrage is onderzocht, maar vereist compensatie vanuit het Rijk om te voorkomen dat het aanbod van extra activiteiten op scholen verschraalt. Hiervoor ontbreekt dekking. Een bovenschools fonds, waarbij inkomsten gelijkmatiger worden verdeeld, biedt volgens OCW onvoldoende soelaas: de betalingsbereidheid van ouders neemt af zodra zo’n fonds wordt ingevoerd. Het ministerie benadrukt dat scholen zich wel moeten houden aan de regels rondom de vrijwilligheid van de bijdrage: leerlingen mogen nooit worden uitgesloten van extra activiteiten.
Monitor School en Omgeving: positieve effecten, fragiele financiering
Tegelijkertijd toont de meerjarige landelijke monitor School en Omgeving (2022-2025) aan dat buitenschoolse activiteiten meetbare meerwaarde hebben. De monitor, uitgevoerd door Sardes en SEO Economisch Onderzoek in opdracht van OCW, volgde drie schooljaren lang coalities van scholen, gemeenten en maatschappelijke partners.
In schooljaar 2024-2025 namen 231 coalities met 889 scholen deel aan de subsidieregeling. Scholen zien als gevolg van deelname vooral verbetering bij leerlingen op het gebied van welbevinden, sociaal-emotionele vaardigheden en kennis van de wereld. Ongeveer de helft van de scholen merkt ook vooruitgang in taalvaardigheid en executieve functies. Effecten op cognitief vlak — zoals rekenvaardigheid — worden minder ervaren, ook al zijn daarvoor activiteiten georganiseerd.
Leerlingen en ouders reageren overwegend enthousiast. Leerlingen geven aan nieuwe vaardigheden te leren, van koken tot muziek en wetenschap, en geven aan meer gemotiveerd te zijn en vrienden te maken. Ouders waarderen dat kinderen langer op school kunnen blijven en minder schermtijd hebben.
Bereik van kwetsbare leerlingen blijft uitdaging
Een hardnekkig knelpunt is het bereiken van de meest kwetsbare leerlingen. Deelname aan buitenschoolse activiteiten is doorgaans vrijwillig, waardoor niet automatisch alle kinderen meedoen. Uit de zogenoemde schouwen — bezoeken aan scholen door onderzoekers en betrokkenen — blijkt dat scholen vaak onvoldoende zicht hebben op wíe er precies deelneemt. Juist de leerlingen die het programma het hardst nodig hebben, doen niet altijd mee.
Scholen zetten in op persoonlijke benadering van leerlingen en ouders en op goede promotie van activiteiten. Toch blijft dit een voortdurende opgave, met name bij leerlingen uit internationale schakelklassen, praktijkonderwijs en speciaal onderwijs.
Samenwerking groeit, maar tijdelijkheid subsidie bedreigt continuïteit
De subsidieregeling heeft samenwerking tussen scholen en wijkpartners aantoonbaar gestimuleerd: de meerderheid van de coalities is ontstaan naar aanleiding van de regeling. Zo’n 70 procent van de regievoerders geeft aan dat de samenwerking binnen de coalitie is geïntensiveerd. Gemeenten spelen daarin een wisselende rol: de betrokkenheid loopt sterk uiteen en personeelsverloop bij gemeenten wordt herhaaldelijk als belemmerende factor genoemd.
Een structureel knelpunt is de tijdelijkheid van de subsidie. Vrijwel alle coalities geven aan dat de continuïteit van het programma onder druk staat zodra financiering wegvalt. Bijna 90 procent van de regievoerders en scholen wil de activiteiten voortzetten, maar bij driekwart is dat volledig afhankelijk van aanvullende middelen. De monitor beveelt aan scholen tijdiger en consistenter van middelen te voorzien, zodat onderbouwde keuzes voor de lange termijn mogelijk worden.
Kernindicatoren kansengelijkheid vastgelegd
Naar aanleiding van een motie van Kamerlid Haage (PvdA) uit juli 2025 worden sectoroverstijgende kernindicatoren voor kansengelijkheid vastgelegd, zodat ontwikkelingen over een langere periode gevolgd kunnen worden. De Kamerbrief geeft uitvoering aan deze motie en biedt daarmee een meetinstrument voor beleid op het snijvlak van onderwijs, armoede en jeugd.
Het Jeugdeducatiefonds roept in zijn brief aan de Kamer op tot structurele keuzes: extra investeren in scholen met veel kinderen die opgroeien in armoede, buitenschoolse activiteiten onderdeel maken van het gelijke-kansenbeleid en stoppen met de afhankelijkheid van vrijwillige bijdragen. Zolang die keuzes uitblijven, dreigen de wereld en ontwikkelkansen van kinderen in kwetsbare situaties verder te verkleinen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




