8,5 jaar cel voor grootschalige drugs- en cybercriminaliteit

Gerechtshof Amsterdam waar uitspraak werd gedaan in grote drugs- en cybercrimezaak

AMSTERDAM, 12 januari 2026 – Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 9 januari 2026 in hoger beroep een gevangenisstraf van acht jaar en zes maanden opgelegd aan een man die zich volgens het hof schuldig heeft gemaakt aan grootschalige cocaïnehandel, wapenhandel en computervredebreuk. De zaak, die binnen het strafrecht bekendstaat als een omvangrijk en complex onderzoek, laat zien hoe georganiseerde misdaad, digitale sabotage en internationale drugshandel steeds vaker met elkaar verweven raken.

Zware straf na hoger beroep

De verdachte was eerder door de rechtbank veroordeeld, maar ging tegen dat vonnis in hoger beroep. Het hof kwam op onderdelen tot andere beslissingen dan de rechtbank, maar achtte de kern van de bewezen feiten zodanig ernstig dat een langdurige gevangenisstraf gerechtvaardigd bleef. De straf valt volgens het hof in lijn met de zwaarte van de feiten en de rol die de verdachte daarin heeft gespeeld.

Het hof benadrukte dat het niet ging om incidentele strafbare feiten, maar om een samenhangend geheel van criminele activiteiten, verspreid over meerdere maanden en uitgevoerd in georganiseerd verband.

Inbraak in havensystemen

Een belangrijk onderdeel van de zaak draaide om computervredebreuk bij een bedrijf dat actief is in de Rotterdamse haven. Volgens het hof heeft de verdachte samen met anderen doelbewust toegang verkregen tot beveiligde computersystemen door middel van malware en hardwarematige hulpmiddelen, zoals een gemanipuleerde USB-stick en later een keylogger.

Het doel van deze digitale inbraak was niet abstract of theoretisch. Door toegang te krijgen tot havensystemen konden containers worden gevolgd, gegevens worden aangepast en poorten op afstand worden bediend. Daarmee werd de invoer van verdovende middelen via de haven gefaciliteerd, zonder directe fysieke aanwezigheid op het terrein.

Het hof oordeelde dat sprake was van medeplegen, omdat de verdachte niet slechts een uitvoerende of passieve rol had, maar actief betrokken was bij de coördinatie, communicatie en overdracht van technische hulpmiddelen. Hij hield contact met meerdere betrokkenen en fungeerde als verbindende schakel tussen de technische uitvoerders en de criminele opdrachtgevers.

Grootschalige cocaïnehandel

Naast cybercriminaliteit achtte het hof bewezen dat de verdachte betrokken was bij de handel in aanzienlijke hoeveelheden cocaïne. Het ging onder meer om voorbereidingshandelingen en daadwerkelijke invoer van honderden kilo’s verdovende middelen. In één van de onderdelen van de zaak werd de verdachte wel vrijgesproken, omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat een specifieke partij daadwerkelijk uit cocaïne bestond.

Die vrijspraak deed volgens het hof echter niets af aan het totaalbeeld. Uit onderschepte communicatie en andere bewijsmiddelen bleek overtuigend dat de verdachte structureel deelnam aan drugshandel en daarin een actieve rol vervulde.

Handel in vuurwapens

Het hof achtte ook bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan wapenhandel. Uit versleutelde communicatie bleek dat hij onderhandelde over de aankoop en verkoop van vuurwapens, munitie en onderdelen daarvan, waaronder automatische wapens en handgranaten. Daarbij trad hij volgens het hof op als tussenpersoon en beschikte hij zelf over meerdere wapens.

Van belang was dat deze gesprekken zich concentreerden in een relatief korte periode, maar wel met een hoge frequentie en inhoudelijke diepgang. Dat wees volgens het hof op ervaring en professionaliteit, waardoor kon worden vastgesteld dat de verdachte van wapenhandel een gewoonte had gemaakt.

Afwijzing verweren verdediging

De verdediging voerde aan dat de rol van de verdachte zou zijn overdreven en dat sprake was van grootspraak of het slechts doorgeven van berichten. Het hof ging daar niet in mee. Uit de inhoud van de communicatie en de feitelijke handelingen leidde het hof af dat de verdachte wel degelijk een sturende en coördinerende rol had.

Ook argumenten over onvoldoende bewijs of alternatieve scenario’s werden verworpen. Volgens het hof waren die onvoldoende onderbouwd en strookten zij niet met de inhoud van het dossier.

Schadevergoeding en maatschappelijke impact

Naast de gevangenisstraf wees het hof ook een vordering van de benadeelde partij toe. De verdachte is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor schade en proceskosten. Daarmee onderstreept het hof dat cybercriminaliteit niet alleen abstracte risico’s oplevert, maar ook directe financiële schade veroorzaakt voor bedrijven en infrastructuur.

In zijn overwegingen benadrukte het hof de maatschappelijke impact van dit soort criminaliteit. Door de combinatie van digitale sabotage, zware drugscriminaliteit en wapenhandel wordt niet alleen de rechtsorde ondermijnd, maar ook de veiligheid van burgers en medewerkers in vitale sectoren zoals de havens.

Signaalfunctie van het vonnis

Met deze uitspraak geeft het Gerechtshof Amsterdam volgens strafrechtdeskundigen een duidelijk signaal af. Criminele samenwerkingsverbanden die technologie inzetten om grootschalige drugshandel mogelijk te maken, kunnen rekenen op zware straffen. De zaak laat zien dat digitale middelen geen afscherming bieden tegen opsporing en vervolging, maar juist een extra verzwarende factor kunnen vormen.

Het arrest markeert daarmee een belangrijke uitspraak op het snijvlak van georganiseerde misdaad en cybercrime, een terrein dat de komende jaren waarschijnlijk steeds prominenter zal worden binnen het Nederlandse strafrecht.

Geef een reactie