ROTTERDAM, 17 april 2026 – De rechtbank in Rotterdam heeft donderdag een 32-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar voor een poging tot doodslag en verboden wapenbezit. Hoewel vaststaat dat met zijn wapen ook een dodelijk schot werd gelost in een partycentrum, is er volgens de rechters onvoldoende bewijs dat de verdachte op dat specifieke moment de trekker overhaalde.
Het incident vond plaats op 2 februari 2025 in partycentrum Sunrise in Rotterdam. Tijdens een confrontatie binnen in de zaal werd één kogel afgevuurd. Dit schot doorboorde de rug van het eerste slachtoffer en raakte vervolgens een tweede slachtoffer in de buik. Dit tweede slachtoffer overleed een dag later aan de opgelopen verwondingen.
Hetzelfde wapen, andere schutter?
Uit forensisch onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) bleek dat de kogel in het lichaam van het dodelijke slachtoffer en een huls die later buiten werd gevonden, afkomstig waren uit hetzelfde vuurwapen. Het ging om zeldzame, oudere munitie van het merk Sellier & Bellot.
De verdachte bekende dat hij buiten op de Benjamin Franklinstraat gericht op een man heeft geschoten die hem achtervolgde. Hij ontkende echter stellig dat hij ook binnen in het partycentrum had geschoten. Volgens de rechtbank is er geen objectief bewijs, zoals camerabeelden of forensische sporen, dat de man daadwerkelijk de schutter binnen was. Omdat het scenario dat een ander uit de groep het wapen binnen hanteerde niet kan worden uitgesloten, volgde vrijspraak voor de doodslag en de eerste poging tot doodslag.
Poging tot doodslag buiten
Voor het schietincident op straat achtte de rechtbank de feiten wel bewezen. De verdachte liep op zijn achtervolger af en vuurde in diens richting. De rechtbank oordeelde dat de man hiermee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer dodelijk zou raken.
De officier van justitie had een celstraf van achttien jaar geëist, uitgaande van betrokkenheid bij alle schietincidenten. De rechtbank kwam echter aanzienlijk lager uit op vier jaar cel, omdat de zwaarste beschuldigingen niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Slachtoffers vissen achter het net
De vorderingen tot schadevergoeding van negen benadeelde partijen, waaronder nabestaanden van het dodelijke slachtoffer, werden door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. De schade die zij claimden kwam voort uit het schietincident binnen, waarvoor de verdachte is vrijgesproken. Zij zullen hun claims via een civiele procedure of op een andere wijze moeten proberen te verhalen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
