AMSTERDAM – De rechtbank Amsterdam heeft een 29-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren wegens het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met de dood tot gevolg, huisvredebreuk en wederspannigheid. De zaak diende voor de meervoudige strafkamer en draait om een tragisch geweldsincident dat plaatsvond op 16 augustus 2024 in een woning aan de Amsterdam. Het slachtoffer, de toenmalige vriendin van de verdachte, liep daarbij een diepe snij- en steekwond op in haar rechterbovenbeen waardoor een groot slagaderlijk bloedvat werd geperforeerd. Als gevolg van dit letsel overleed zij twee dagen later in het ziekenhuis.
Ruzie in de woning escaleert fataal
Uit het forensisch onderzoek en getuigenverklaringen bleek dat er in de avond van 16 augustus 2024 een hevige ruzie gaande was in de woning. Zowel onderbuurman als overbuurvrouw verklaarden dat zij geschreeuw, harde bonken en gegil hoorden. De verdachte lag ten tijde van de ruzie naar eigen zeggen op de bank, maar wisselde herhaaldelijk zijn verklaringen. Eerst stelde hij dat het letsel werd veroorzaakt door opspattend glas van een gebroken vaas, waarna hij zijn verhaal aanpaste naar de lezing dat het slachtoffer per ongeluk in het glas zou zijn gevallen.
De rechtbank schoof het door de verdachte geschetste valscenario naar de prullenbak. Deskundigen en pathologen concludeerden dat het fatale letsel aan het bovenbeen onmogelijk door een willekeurige val of opspattend glas kon ontstaan; er was sprake van gericht uitwendig mechanisch scherprandig geweld waarbij de nodige kracht is gebruikt om de diepe beenspier en de slagader te doorboren. Omdat de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs zag voor een planmatige opzet op de dood, werd de man vrijgesproken van het primair ten laste gelegde doodslag. Wel achtte de kamer het subsidiaire misdrijf โ zware mishandeling met de dood tot gevolg โ wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft door zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer dodelijk of zwaar letsel zou oplopen.
Eerdere incidenten en wederspannigheid bij aanhouding
Naast het fatale geweld in augustus 2024 stond de verdachte ook terecht voor eerdere feiten gepleegd op 24 maart 2024. Op die datum bevond hij zich wederrechtelijk in de woning van het slachtoffer en weigerde hij op vordering van de rechthebbende te vertrekken. Toen de politie ter plaatse kwam om hem aan te houden, verzette de man zich hevig en agressief. Hij probeerde zich los te trekken en beet een van de verbalisanten in haar rechterbovenbeen, waardoor zij een blauwe plek en lichamelijk letsel opliep. Voor deze huisvredebreuk en wederspannigheid volgde eveneens een veroordeling.
Persoonlijke omstandigheden en advies van het Pieter Baan Centrum
De rechtbank sloeg nauwlettend acht op de rapportages van het Pieter Baan Centrum (PBC) en de reclassering. Uit het onderzoek bleek dat de verdachte opgroeide in een kwetsbare context en kampt met een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, een lage intelligentie en emotieregulatieproblemen. Bij oplopende spanning grijpt hij terug naar primitieve copingmechanismen zoals agressie. Omdat de verdachte bleef ontkennen en geen openheid van zaken gaf, konden de deskundigen geen sluitend delictscenario reconstrueren en onthouden zij zich van een advies over de mate van toerekeningsvatbaarheid. Wel achtte de reclassering het risico op herhaling aanwezig.
GVM-maatregel en toekenning van schadevergoedingen
Omdat de reclassering geen directe mogelijkheden zag om het gedrag tijdens de detentie direct te sturen, adviseerde zij de oplegging van de gedragsbeรฏnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank nam dit over, zodat na het uitzitten van de straf langdurig toezicht en begeleiding mogelijk blijven.
Daarnaast moesten de vorderingen van de nabestaanden worden beoordeeld. De moeder, de minderjarige dochter en de zoon van het slachtoffer kregen via hun advocaten substantiรซle bedragen toegekend voor materiรซle schade, affectieschade en schokschade. Omdat de jonge dochter en zoon aanwezig waren of geconfronteerd werden met de gruwelijke gevolgen, oordeelde de rechtbank dat de gevorderde schokschade โ ondersteund door professionele verklaringen van jeugdzorginstelling Levvel โ volledig toewijsbaar is. Voor de minderjarige kinderen is bepaald dat de schadevergoedingen worden gestort op een speciale bankrekening voorzien van een BEM-clausule ter bescherming van hun vermogen.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



