LOBITH, 30 juli 2026 โ De droogte in Nederland blijft toenemen. De waterstand van de Rijn bij Lobith is gedaald tot het laagste niveau dat daar ooit is gemeten. Ook via de Maas stroomt door het uitblijven van regen in het buitenland relatief weinig zoetwater Nederland binnen. Waterbeheerders houden daarom vast aan maatregelen om het beschikbare water zo zorgvuldig mogelijk te verdelen.
De lage rivierafvoer heeft gevolgen voor onder meer de scheepvaart, landbouw, natuur en industrie. Ook neemt in het westen van Nederland het risico op verzilting toe. Nieuwe landelijke maatregelen zijn voorlopig niet aangekondigd, maar waterschappen en andere waterbeheerders kunnen regionaal aanvullende beperkingen invoeren.
Nederland heeft sinds 16 juli officieel te maken met een feitelijk watertekort. Voor die datum dreigde al een tekort, maar konden de noodzakelijke maatregelen nog binnen de afzonderlijke regioโs worden genomen.
Landelijke crisisstructuur blijft actief
Door het feitelijke watertekort is het Management Team Watertekorten actief. In dit overleg werken Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies, drinkwaterbedrijven en verschillende ministeries samen. Het gaat om de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Economische Zaken.
Het team komt sinds 16 juli wekelijks bijeen. De directeur-generaal van Rijkswaterstaat is voorzitter van het overleg. Binnen het team worden landelijke en bovenregionale maatregelen besproken en op elkaar afgestemd.
De afzonderlijke organisaties blijven verantwoordelijk voor de uiteindelijke besluiten. Een waterschap kan bijvoorbeeld een verbod instellen op het oppompen van oppervlaktewater, terwijl Rijkswaterstaat maatregelen kan nemen rond sluizen, stuwen en landelijke vaarwegen.
Tijdens het overleg van 30 juli zijn geen nieuwe nationale of bovenregionale maatregelen vastgesteld. Regionale waterbeheerders kunnen de komende periode wel besluiten tot aanvullende ingrepen als de situatie verder verslechtert.
Alle regioโs hebben maatregelen genomen
Inmiddels zijn alle Nederlandse regioโs opgeschaald. Waterbeheerders proberen zo veel mogelijk zoetwater vast te houden en het beschikbare water te verdelen over gebruikers die het dringend nodig hebben.
De maatregelen verschillen per gebied. Op sommige plaatsen worden noodpompen ingezet om water naar kwetsbare gebieden te verplaatsen. Elders worden waterstanden aangepast of sluizen minder vaak geopend. Daarmee moet worden voorkomen dat zoetwater te snel naar zee stroomt.
Ook gelden in grote delen van het land verboden op het onttrekken van water uit rivieren, sloten en meren. In sommige gebieden zijn daarnaast beperkingen ingesteld voor het gebruik van grondwater.
Voor boeren kan dat betekenen dat gewassen minder vaak of helemaal niet meer mogen worden beregend. Vooral gewassen die veel water nodig hebben, kunnen daardoor schade oplopen. De precieze gevolgen verschillen sterk per regio en zijn afhankelijk van het soort landbouwgrond en de beschikbare watervoorraad.
Scheepvaart ondervindt hinder van lage waterstanden
De lage waterstanden zorgen ook voor problemen op de Nederlandse vaarwegen. Schepen kunnen minder zwaar worden beladen, omdat zij anders te diep in het water liggen. Hierdoor zijn soms meer schepen nodig om dezelfde hoeveelheid goederen te vervoeren.
Bij verschillende sluizen moeten binnenvaartschepen langer wachten. De sluizen worden minder vaak geopend om te voorkomen dat grote hoeveelheden zoetwater verloren gaan. Schepen worden waar mogelijk verzameld voordat zij gezamenlijk door een sluis worden geleid.
Het sluiscomplex bij Eefde is volledig gestremd. Daardoor is scheepvaartverkeer tussen de IJssel en de Twentekanalen niet mogelijk. De afsluiting raakt bedrijven in Twente die voor de aanvoer van grondstoffen en het vervoer van producten afhankelijk zijn van de binnenvaart.
Actuele informatie over stremmingen, wachttijden en beperkingen op vaarwegen wordt gepubliceerd via Vaarweginformatie.
Zeewater dringt verder het binnenland binnen
In het westen van Nederland neemt de verzilting toe. Door de lage afvoer van de rivieren krijgen zout en brak water vanuit de Noordzee meer ruimte om via riviermondingen het binnenland binnen te dringen.
Dat kan gevolgen hebben voor landbouwgebieden die afhankelijk zijn van zoet oppervlaktewater. Veel gewassen verdragen slechts een beperkte hoeveelheid zout. Ook natuurgebieden en kwetsbare ecosystemen kunnen door een hogere zoutconcentratie worden aangetast.
Waterbeheerders proberen de verzilting tegen te gaan door zoetwaterstromen anders te verdelen en strategische watervoorraden zo lang mogelijk vast te houden. Door de beperkte aanvoer vanuit de Rijn en Maas worden de mogelijkheden daarvoor echter kleiner.
Geen tekort aan drinkwater
Ondanks het feitelijke watertekort zijn er geen problemen met de beschikbaarheid van drinkwater. Een watertekort betekent niet automatisch dat er te weinig drinkwater beschikbaar is.
Drinkwaterbedrijven kunnen vooralsnog voldoende water leveren. Consumenten krijgen wel het advies bewust met kraanwater om te gaan. Dat advies geldt volgens de waterbeheerders niet alleen tijdens droge perioden, maar gedurende het hele jaar.
Door bijvoorbeeld korter te douchen, de kraan niet onnodig te laten lopen en tuinen minder vaak met drinkwater te besproeien, kan de vraag tijdens piekmomenten worden beperkt.
Meer kans op blauwalg in zwemwater
De droogte en het warme weer hebben ook invloed op de kwaliteit van oppervlaktewater. Door lage waterstanden warmt het water sneller op en is er minder doorstroming. Daardoor kunnen bacteriรซn en algen zich gemakkelijker ontwikkelen.
Op steeds meer plaatsen kan blauwalg ontstaan. Contact met water waarin blauwalg aanwezig is, kan huidirritatie, hoofdpijn en maag- of darmklachten veroorzaken.
Voor officiรซle zwemlocaties worden waarschuwingen en negatieve zwemadviezen gepubliceerd via Zwemwater.nl. Bezoekers wordt geadviseerd de actuele waterkwaliteit te controleren voordat zij het water ingaan.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



