DEN HAAG – Het kabinet onderzoekt of de toekomstige emissienormen voor stikstof moeten worden aangepast voor biologische en extensieve melkveebedrijven. Ook wordt bekeken hoe een uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven kan worden vormgegeven. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wil de Tweede Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2027 nader informeren.
Het kabinet werkt aan bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen. Die normen werden eerder dit jaar aangekondigd. Tijdens een debat op 1 juli zegde de minister toe bij de verdere uitwerking specifiek rekening te houden met extensieve boeren.
Aanleiding daarvoor zijn onder meer zorgen uit de landbouwsector dat de voorgestelde systematiek ongunstig kan uitpakken voor biologische en extensieve bedrijven. Onder andere Vereniging Biohuis en Caring Farmers hebben daar aandacht voor gevraagd.
Kabinet wil koplopers niet benadelen
Volgens Van Essen is het niet de bedoeling dat bedrijven die al stappen hebben gezet om duurzamer te werken door de nieuwe regels worden benadeeld. Het kabinet wil dergelijke bedrijven juist behouden en stimuleren.
Biologische en extensieve landbouw kan volgens de minister bovendien een belangrijke rol spelen in gebieden rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Deze bedrijfsmodellen passen volgens het kabinet bij beleid gericht op meer grondgebonden landbouw en het verminderen van verschillende factoren die druk uitoefenen op de natuur.
Een belangrijk punt bij de verdere uitwerking is de manier waarop de uitstoot van een individueel bedrijf wordt berekend. Vanuit de sector is erop gewezen dat bijvoorbeeld veel uren weidegang voldoende moeten worden meegewogen.
Het kabinet werkt nog aan een systeem waarmee emissies op bedrijfsniveau kunnen worden berekend en geborgd. Volgens de minister is dat mede een reden waarom de normen niet vóór 2035 afrekenbaar worden. Daardoor is er volgens hem tijd om de berekening verder te verbeteren.
Weidegang en rantsoen tellen mee
Boeren hoeven volgens de minister niet uitsluitend technische maatregelen te nemen om de toekomstige emissienormen te halen. Ook maatregelen zoals meer weidegang en veranderingen in het rantsoen moeten worden meegenomen bij het bepalen van de uitstoot van een bedrijf.
Extensievere bedrijven scoren volgens gegevens waarnaar de minister verwijst in hun uitgangssituatie gemiddeld beter dan intensievere bedrijven. Afhankelijk van de gebruikte definitie ligt dat verschil tussen de 5 en 10 procent.
Er zijn volgens de Kamerbrief bovendien biologische bedrijven die de stikstofnorm van 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht nu al halen, onder meer door veel weidegang of een lagere productie-intensiteit.
Niet alle maatregelen bruikbaar voor bioboeren
Tegelijkertijd erkent het kabinet dat biologische en extensieve bedrijven minder mogelijkheden kunnen hebben om hun uitstoot verder terug te brengen.
Mestvergisting en mestverwerking liggen bij extensieve bedrijven bijvoorbeeld minder voor de hand. Het gebruik van bepaalde toevoegingen aan veevoer kan binnen biologische landbouw bovendien worden beperkt door Europese regelgeving.
Wageningen Livestock Research gaat daarom onderzoeken welke maatregelen in de praktijk haalbaar zijn. Mogelijke maatregelenpakketten worden doorgerekend voor een representatieve groep biologische en extensieve bedrijven.
Daarnaast wordt bekeken of binnen het ondersteuningspakket voor stal- en managementmaatregelen extra steun nodig is voor deze bedrijven. Ook bij de ontwikkeling van het systeem waarmee emissies worden gemeten of berekend, moet specifiek rekening worden gehouden met biologische en extensieve landbouw.
Norm gekoppeld aan fosfaatrechten
Het kabinet houdt voorlopig vast aan het voornemen om de emissienormen te koppelen aan fosfaatrechten. Volgens de minister zijn verschillende opties onderzocht, waaronder normen per hectare, dierplaats en grootvee-eenheid.
Een norm per fosfaatrecht heeft volgens het kabinet als voordeel dat de hoeveelheid grond van een bedrijf geen directe invloed heeft op de mogelijkheid om aan de emissienorm te voldoen. Daardoor zouden ook intensievere bedrijven mogelijkheden houden om aan de norm te voldoen.
Een norm per kilogram geproduceerde melk zou volgens het kabinet juist een prikkel tot verdere intensivering kunnen geven. Dat wil het kabinet voorkomen.
Volgens de minister is de spreiding tussen extensieve en intensieve bedrijven bij een norm per fosfaatrecht relatief beperkt. Extensievere bedrijven staan gemiddeld wel gunstiger aan de start, maar het kan voor hen moeilijker zijn om daarna nog extra reducties te realiseren.
Maximum aan uitstoot
Een ander voordeel van de koppeling aan fosfaatrechten is volgens het kabinet dat daarmee indirect een bovengrens ontstaat voor ammoniak- en broeikasgasemissies uit stallen.
Het totale aantal fosfaatrechten in de melkveehouderij kan niet toenemen en zal volgens het kabinet waarschijnlijk verder dalen door onder meer vrijwillige bedrijfsbeëindiging en afroming bij de handel in fosfaatrechten.
Die begrenzing moet volgens de minister helpen om juridisch te onderbouwen dat de uitstoot structureel daalt. Dat wordt ook van belang geacht om vergunningverlening weer op gang te brengen. Daarnaast kunnen boeren door fosfaatrechten te kopen of verkopen hun beschikbare emissieruimte beïnvloeden.
Besluit verwacht in 2027
Het kabinet wil de komende maanden structureel overleg voeren met vertegenwoordigers van biologische en extensieve bedrijven, waaronder Biohuis.
Op basis van onderzoeken en gesprekken wordt besloten of de ammoniaknorm voor deze bedrijven daadwerkelijk wordt aangepast en hoe een uitzondering op de klimaatnorm voor biologische bedrijven kan worden uitgewerkt.
De minister noemt biologische en extensieve melkveehouderij van maatschappelijke waarde bij het behalen van duurzaamheidsdoelen. Het kabinet wil daarom bij de verdere uitwerking van emissienormen, grondgebondenheid en gebiedsbeleid rekening blijven houden met het handelingsperspectief van deze bedrijven.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




