DEN HAAG, 3 juli 2026 – Het kabinet verdedigt het gebruik van kosteneffectiviteit bij de beoordeling van dure geneesmiddelen. Volgens minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is daarbij geen sprake van een kille of onethische benadering, maar van een poging om beperkte zorgmiddelen zo eerlijk mogelijk te verdelen.
Dat schrijft Hermans in een brief aan de Tweede Kamer over het morele afwegingskader bij dure geneesmiddelen. Aanleiding was een vraag in het commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel van 10 juni. Daar werd gevraagd of naast de zogenoemde QALYโs, een maat voor gewonnen levensjaren in goede gezondheid, een expliciet moreel afwegingskader nodig is.
Het kabinet erkent dat besluiten over dure medicijnen zwaar kunnen ingrijpen. Zeker wanneer patiรซnten een behandeling wordt onthouden die voor hen mogelijk effectief is. Volgens Hermans is juist daarom transparantie nodig over de waarden achter het beleid.
Geneesmiddelensluis moet betaalbaarheid bewaken
Bij dure geneesmiddelen kan de zogenoemde geneesmiddelensluis worden gebruikt. Een middel komt dan niet direct in het basispakket, maar wordt eerst beoordeeld op onder meer effectiviteit, noodzakelijkheid en kosteneffectiviteit. Pas na een positief advies en eventuele prijsonderhandelingen kan vergoeding volgen.
Het kabinet stelt dat deze procedure in Nederland zorgvuldig is ingericht. Het Zorginstituut Nederland beoordeelt het beschikbare bewijs volgens vaste richtlijnen. Daarbij worden ook ethische aspecten en verschillende perspectieven betrokken. Adviezen worden openbaar gemaakt en besluiten over sluisplaatsing en pakketopname verschijnen in de Staatscourant.
Volgens het kabinet is deze procedurele rechtvaardigheid van groot belang. Als niet iedereen het eens kan worden over de uitkomst, moet in elk geval duidelijk zijn dat de besluitvorming eerlijk, controleerbaar en consistent verloopt.
QALY blijft belangrijk bij verdeling van zorggeld
Centraal in het debat staat de QALY. Die maat geeft aan hoeveel levensjaren in goede gezondheid een behandeling oplevert. Bij zeer ernstige aandoeningen is het kabinet bereid maximaal 80.000 euro per gewonnen QALY te betalen. Voor minder ernstige aandoeningen ligt die grens lager.
Volgens Hermans betekent dit niet dat een prijskaartje aan een mensenleven wordt gehangen. Het kabinet ziet de QALY juist als instrument om te voorkomen dat zorg met relatief weinig gezondheidswinst andere zorg verdringt die meer gezondheidswinst oplevert.
Daarmee speelt het kabinet in op een bredere vraag: hoe kan collectief zorggeld worden verdeeld tussen patiรซnten van nu en patiรซnten van de toekomst? Het basispakket moet volgens het kabinet beschikbaar blijven voor iedereen die bewezen effectieve zorg nodig heeft.
Uitzonderingen blijven mogelijk
Het kabinet benadrukt dat kosteneffectiviteit geen alles-of-nietscriterium is. Bij de uiteindelijke afweging kunnen ook andere argumenten meewegen. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor veelbelovende geneesmiddelen tegen zeldzame aandoeningen waarvoor nog geen andere behandeling bestaat.
Tegelijkertijd waarschuwt Hermans voor het te gemakkelijk maken van uitzonderingen. Volgens het kabinet kan dat de juridische houdbaarheid en solidariteit van het zorgstelsel onder druk zetten. Wanneer een duur middel met beperkte of onzekere kosteneffectiviteit zonder meer wordt vergoed, kan dat volgens het kabinet gevolgen hebben voor andere patiรซnten en premiebetalers.
Het kabinet erkent dat dit hard kan overkomen bij patiรซnten die nu op een middel wachten. De maatschappelijke neiging om direct te helpen, ook wel de rule of rescue genoemd, is volgens de minister begrijpelijk. Toch moet het kabinet ook rekening houden met patiรซnten die nog niet zichtbaar zijn, maar in de toekomst zorg nodig hebben.
Fabrikanten aangesproken op verantwoordelijkheid
Hermans legt ook nadrukkelijk verantwoordelijkheid bij farmaceutische bedrijven. Volgens het kabinet zijn fabrikanten weliswaar commerciรซle ondernemingen, maar dragen zij ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Als fabrikanten prijzen zouden vragen die beter in verhouding staan tot de gezondheidswinst van een geneesmiddel, zou het volgens het kabinet eenvoudiger zijn om effectieve medicijnen beschikbaar te maken voor patiรซnten. Het beleid is er volgens Hermans uiteindelijk op gericht om toegang tot werkzame en betaalbare geneesmiddelen te behouden.
Balans tussen solidariteit en betaalbaarheid
Het kabinet plaatst het beleid rond dure geneesmiddelen in het bredere streven naar passende zorg. Een van de uitgangspunten daarvan is zorg die werkt tegen een redelijke prijs. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat de groeiende kosten van dure behandelingen de houdbaarheid van het zorgstelsel aantasten.
Volgens Hermans staat gelijke toegang tot zorg centraal. Het kabinet zegt niet de ene patiรซntengroep belangrijker te vinden dan de andere, maar beoordeelt of de ene behandeling meer gezondheidswinst oplevert dan een andere in verhouding tot de kosten.
Daarmee blijft de kern van het beleid onveranderd: dure geneesmiddelen kunnen worden vergoed, maar alleen wanneer de prijs, werking en maatschappelijke meerwaarde voldoende in balans zijn.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



