DEN HAAG – Het kabinet wil de mogelijkheden voor schadeverhaal voor slachtoffers en naasten uitbreiden. De ministerraad heeft ingestemd met twee voorstellen van staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid. Het gaat om een verruiming van de ongemaximeerde voorschotregeling en een uitbreiding van de vergoeding van affectieschade.
De voorstellen moeten de positie van slachtoffers, nabestaanden en naasten versterken. Zij gaan nu voor advies naar de Afdeling advisering van de Raad van State. Pas daarna volgt verdere behandeling.
Volgens het kabinet kan geld het verdriet of gemis niet wegnemen, maar kan een financiële vergoeding wel bijdragen aan erkenning van het leed. Staatssecretaris Van Bruggen stelt dat niemand erom vraagt slachtoffer te worden en dat de overheid daarom de positie van slachtoffers en nabestaanden verder wil versterken.
Meer delicten onder ongemaximeerde voorschotregeling
Bij schadevergoeding aan slachtoffers is het uitgangspunt dat de dader betaalt. De rechter kan een schadevergoedingsmaatregel opleggen. Als een veroordeelde acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet of niet volledig heeft betaald, kan de Staat het resterende bedrag aan het slachtoffer uitkeren.
Voor die regeling geldt nu meestal een maximum van 5.000 euro. Voor slachtoffers van seksuele misdrijven en een aantal opzettelijke geweldsmisdrijven geldt echter een uitzondering. In die gevallen keert de Staat het volledige resterende bedrag uit. Dat heet de ongemaximeerde voorschotregeling. De Staat probeert het bedrag daarna alsnog te innen bij de veroordeelde dader.
Volgens het kabinet vallen op dit moment nog enkele ernstige geweldsmisdrijven buiten deze ruimere regeling. Dat kan leiden tot schrijnende situaties, omdat slachtoffers dan met een openstaande schadevergoeding blijven zitten terwijl de dader niet betaalt.
Daarom worden volgens het voorstel meerdere delicten toegevoegd aan de ongemaximeerde voorschotregeling. Het gaat om opzettelijke brandstichting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, gijzeling met terroristisch oogmerk, dwang, dood door schuld en dood door schuld in het verkeer.
Broers en zussen krijgen recht op affectieschade
Het kabinet wil daarnaast de vergoeding van affectieschade uitbreiden. Affectieschade is smartengeld voor naasten die verdriet hebben door het overlijden of ernstig en blijvend letsel van een dierbare. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een verkeersongeluk, arbeidsongeval of geweldsmisdrijf.
Op dit moment kunnen onder meer partners, ouders en kinderen van slachtoffers aanspraak maken op een vergoeding van affectieschade. Het kabinet wil dat ook broers en zussen daarvoor in aanmerking komen.
Die uitbreiding geldt niet alleen voor volle broers en zussen. Ook halfbroers, halfzussen, stiefbroers en stiefzussen moeten volgens het voorstel recht kunnen krijgen op vergoeding van affectieschade.
Ook invoering in Caribisch Nederland
Met het voorstel wordt de vergoeding van affectieschade ook geïntroduceerd in Caribisch Nederland. Daarmee moeten ook daar naasten van slachtoffers aanspraak kunnen maken op erkenning van hun verdriet in de vorm van een financiële vergoeding.
De uitbreiding is nog niet definitief. De Raad van State brengt eerst advies uit over de voorstellen. Daarna kan het kabinet de plannen verder in procedure brengen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



