DEN HAAG, 28 juli 2026 โ De lage waterstanden in Nederlandse rivieren en kanalen leiden tot politieke zorgen over de beschikbaarheid van zoetwater, de bereikbaarheid van bedrijven en de toekomst van de binnenvaart. Kamerleden van D66 en BBB hebben afzonderlijk vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanleiding zijn onder meer de sluiting van het Twentekanaal voor de scheepvaart en bredere zorgen over de verdeling van Rijn- en Maaswater tijdens langdurige droge perioden. De vragen richten zich niet alleen op de actuele problemen, maar ook op maatregelen die Nederland op langere termijn beter moeten beschermen tegen watertekorten.
Daarbij gaat het onder meer om waterbuffers, aangepaste infrastructuur, internationale afspraken en een evenwichtige verdeling van het beschikbare water tussen landbouw, natuur, drinkwatervoorziening, industrie en scheepvaart.
Gevolgen voor economie en logistiek
D66-Kamerleden Vellinga-Beemsterboer en Huizenga willen weten welke Nederlandse vaarwegen momenteel zijn gesloten, beperkt toegankelijk zijn of mogelijk met een stremming te maken krijgen. De situatie op het Twentekanaal en het kanaal Almelo-De Haandrik vormt voor hen aanleiding om de kwetsbaarheid van de binnenvaart in Oost-Nederland breder te laten onderzoeken.
Een sluiting kan grote gevolgen hebben voor bedrijven die afhankelijk zijn van vervoer over water. Goederen moeten dan mogelijk per vrachtwagen of trein worden vervoerd. De Kamerleden vragen daarom om inzicht in extra kosten, vertragingen, gevolgen voor de werkgelegenheid en een eventuele stijging van de CO2-uitstoot.
Ook willen zij weten hoe vaak kanalen in de afgelopen vijf jaar geheel of gedeeltelijk zijn gesloten of beperkt inzetbaar waren als gevolg van lage waterstanden. Daarbij vragen zij of een trend zichtbaar is die wijst op een toenemende kwetsbaarheid door klimaatverandering.
Alternatieven voor vervoer over water
D66 vraagt daarnaast naar alternatieven voor bedrijven wanneer vervoer over water tijdelijk niet mogelijk is. De partij wil weten hoe de afhankelijkheid van de binnenvaart zich verhoudt tot plannen voor multimodaal vervoer.
Daarbij worden onder meer spooraansluitingen, overslagpunten en de beschikbaarheid van wegtransport genoemd. Volgens de Kamerleden moet duidelijk worden welke versnelling nodig is om logistieke ketens minder kwetsbaar te maken.
Ook wordt gevraagd wat het kabinet doet om bedrijven te stimuleren hun logistiek te verduurzamen. Mogelijke maatregelen zijn een verschuiving van vervoer naar het spoor, elektrificatie van wagenparken en een slimmere planning van goederenstromen.
Voorstel voor waterbufferplan Twentekanaal
Een van de voorstellen is de ontwikkeling van een regionaal waterbufferplan voor het Twentekanaal. Zoโn plan zou samen met provincies, waterschappen en gemeenten moeten worden opgesteld. Het doel is toekomstige vaarwegsluitingen door een tekort aan water zoveel mogelijk te voorkomen.
Als mogelijke maatregelen noemen de Kamerleden bufferbekkens, slimme watersturing en een koppeling met regionale waterreserves. Ook moet duidelijk worden hoe ondernemers en vervoerders tijdig worden geรฏnformeerd over dreigende sluitingen, de verwachte duur en beschikbare alternatieve routes.
D66 vraagt verder of afspraken bestaan over tijdelijke ondersteuning of compensatie voor ondernemers die onevenredig worden geraakt door een vaarwegsluiting. De partij wil dat lessen uit de huidige droogte structureel worden verwerkt in het nationale mobiliteits- en waterbeleid.
BBB vraagt om verdeling rivierwater
BBB-Kamerlid Wiersma richt zich vooral op de beschikbaarheid en verdeling van water uit de Rijn en de Maas. Zij vraagt de minister welke gevolgen toenemende watertekorten kunnen hebben voor landbouw, natuur, drinkwatervoorziening, industrie en regionale economieรซn.
Een belangrijk punt is de internationale verdeling van rivierwater. Wiersma wil weten of Nederland met andere Rijn- en Maasstaten nieuwe of aangepaste afspraken kan maken. Daarmee zou moeten worden voorkomen dat Nederland tijdens perioden van droogte onevenredig wordt benadeeld.
Ook de verdeling van Rijnwater binnen Nederland staat ter discussie. Het beschikbare water wordt verdeeld over onder meer de Waal, de Neder-Rijn, de Lek en de IJssel. De minister wordt gevraagd toe te lichten hoe belangen van landbouw, natuur, drinkwater, scheepvaart en het tegengaan van verzilting daarbij worden afgewogen.
Discussie over verzilting en tekorten
BBB vraagt bijzondere aandacht voor de hoeveelheid zoetwater die wordt ingezet om verzilting in West-Nederland tegen te gaan. De partij wil weten hoe de minister signalen beoordeelt dat Noord-, Oost- en Zuid-Nederland hierdoor tijdens droogte met grotere watertekorten kunnen worden geconfronteerd.
De Kamervragen maken duidelijk dat droogte kan leiden tot moeilijke keuzes. Water dat wordt gebruikt om zout water terug te dringen, kan niet tegelijkertijd worden ingezet voor landbouw, natuur of regionale waterbuffers. De minister wordt daarom gevraagd inzicht te geven in de huidige afwegingen en mogelijke alternatieven.
Wiersma vraagt ook onderzoek naar extra stuwen, sluizen en andere waterbergende maatregelen. Dergelijke voorzieningen zouden ervoor kunnen zorgen dat tijdens lage rivierafvoeren meer zoetwater in Nederland wordt vastgehouden.
Natuurlijke buffers in landelijke strategie
Naast technische oplossingen worden natuurlijke klimaatbuffers, waterretentiegebieden en sponsgebieden genoemd. BBB wil weten hoeveel van deze gebieden door natuurorganisaties worden beheerd, hoeveel water zij kunnen vasthouden en welke bijdrage zij leveren aan de nationale zoetwatervoorziening.
Daarbij speelt de vraag of het opgeslagen water tijdens droge perioden ook beschikbaar blijft voor omliggende landbouwgebieden en andere maatschappelijke functies. De partij vraagt hoe wordt voorkomen dat water langdurig in afzonderlijke natuurgebieden blijft, terwijl elders tekorten ontstaan voor landbouw, scheepvaart of drinkwatervoorziening.
De minister wordt gevraagd te onderzoeken of natuurlijke zoetwaterbuffers nadrukkelijker onderdeel kunnen worden van de landelijke strategie. Daarmee zouden deze gebieden niet alleen natuurdoelen dienen, maar ook bijdragen aan economische en maatschappelijke waterzekerheid.
Druk op kabinet neemt toe
De Kamervragen laten zien dat lage waterstanden niet uitsluitend als een tijdelijk probleem worden beschouwd. De gevolgen raken transport, voedselproductie, natuurbeheer, drinkwater en industrie. Tegelijkertijd neemt de druk toe om keuzes over waterverdeling inzichtelijker te maken.
D66 legt de nadruk op klimaatbestendige vaarwegen, alternatieve vervoersmogelijkheden en ondersteuning van ondernemers. BBB vraagt vooral om meer opslag van rivierwater, een andere verdeling van zoetwater en nieuwe internationale afspraken.
Beide partijen vragen om een langetermijnvisie waarin droogte, mobiliteit en economische belangen gezamenlijk worden behandeld. In de aangeleverde Kamerstukken zijn nog geen antwoorden van de minister opgenomen. BBB verzoekt de minister de Tweede Kamer voor het einde van 2026 te informeren over internationale gesprekken en aanvullende maatregelen voor de Nederlandse zoetwatervoorziening.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



