DEN HAAG, 29 mei 2026 – Het kabinet heeft geen volledig cijfermatig overzicht van drugsbezit, drugshandel en drugsgebruik in COA-locaties. Dat blijkt uit antwoorden van minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie op Kamervragen van JA21-Kamerlid Joost Ceulemans over signalen van drugshandel in asielopvanglocaties.
Volgens de minister zijn het bezit van illegale drugs en de handel daarin op COA-locaties verboden. Bewoners worden daar bij aankomst expliciet op gewezen via de huisregels. Wanneer sprake is van strafbare feiten, zoals drugshandel, doet het Centraal Orgaan opvang asielzoekers aangifte of melding bij de politie. Ook kunnen illegale drugs in beslag worden genomen.
De antwoorden volgen op vragen over recente berichtgeving en beelden waarin vermeende drugshandel vanuit de COA-locatie in Budel aan de orde kwam. Van den Brink bevestigt bekend te zijn met die berichtgeving, maar gaat in zijn beantwoording vooral in op de bestaande procedures en registraties.
COA kan maatregelen opleggen
Bij feitelijke signalen dat een bewoner drugs dealt of illegale drugs bezit, wordt volgens de minister melding gedaan bij de politie. Die kan vervolgens een strafrechtelijk onderzoek starten. Daarnaast kan het COA een passende maatregel opleggen. Ook kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst het aanvraagproces van de betrokken bewoner versnellen.
Het kabinet benadrukt dat toezicht op COA-locaties onder meer plaatsvindt via periodieke kamercontroles. COA-medewerkers mogen op basis van de huisregels onder voorwaarden woonruimten betreden voor verplichte controles. Zulke controles worden standaard periodiek uitgevoerd en gelden volgens de minister ook als contactmoment met bewoners.
Daarnaast kan het COA extra kamercontroles uitvoeren wanneer signalen bestaan van strafbare feiten, zoals drugsbezit of drugshandel. Volgens het ministerie dragen deze controles bij aan signalering en sociale veiligheid op de opvanglocaties.
Geen aparte categorie voor drugsincidenten
Hoewel het COA incidenten registreert, worden drugsbezit, drugshandel en drugsgebruik niet als afzonderlijke categorieën gerubriceerd. Daardoor kan geen exact cijfermatig overzicht worden gegeven van dit type incidenten op COA-locaties.
Voor strafrechtelijke gegevens verwijst de minister naar de jaarlijkse Incidentenmonitor van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum. Die monitor geeft inzicht in afgehandelde misdrijven door COA-bewoners, waaronder drugsmisdrijven. Ook publiceert het COA jaarlijks een overzicht van incidenten per locatie over het voorgaande jaar.
Volgens de minister kan uit de beschikbare registraties echter niet systematisch worden afgeleid hoeveel incidenten specifiek gaan over illegaal drugsbezit of drugshandel. Ook uit politieregistraties is niet volledig te herleiden of een delict plaatsvond op een COA-locatie of is gepleegd door een COA-bewoner.
Drugsmisdrijven vallen onder Opiumwet
Ceulemans vroeg ook naar de categorie “door het OM afgehandelde drugsmisdrijven” in het WODC-onderzoek naar incidenten en misdrijven door bewoners van COA- en tgo-locaties. Volgens de minister gaat het daarbij om een door het Openbaar Ministerie geclassificeerde indeling van delicten.
Drugsmisdrijven vallen onder de Opiumwet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs. In het WODC-onderzoek over 2024 werden volgens de vraagstelling 30 zaken bij COA-bewoners en 15 zaken bij bewoners van tgo-locaties genoemd.
De minister zegt geen volledig overzicht te kunnen geven van het aantal gevallen waarin de afgelopen vijf jaar sprake was van dealen of harddrugsbezit op COA-locaties. Daardoor is ook niet per locatie aan te geven tot welke straffen of sancties dergelijke zaken hebben geleid.
Politie en OM blijven aan zet
De beantwoording maakt duidelijk dat het kabinet vooral inzet op bestaande procedures: huisregels, controles, meldingen bij de politie, aangifte bij strafbare feiten en eventuele maatregelen door het COA. Wanneer sprake is van strafbare feiten, ligt de verdere beoordeling bij politie en justitie.
Van den Brink schrijft dat hij heeft geprobeerd de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden. De Kamervragen werden op 3 april 2026 ingezonden en de antwoorden zijn op 29 mei 2026 aan de Tweede Kamer gestuurd.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







