DEN HAAG, 6 juli 2026 โ Minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie verhoogt de druk op gemeenten die te weinig doen aan de opvang van asielzoekers. De eerste tien gemeenten worden onder actief toezicht gesteld, omdat zij volgens het kabinet onvoldoende uitvoering geven aan de Spreidingswet. Als overleg geen resultaat oplevert, kan het Rijk uiteindelijk zelf ingrijpen en een opvanglocatie laten realiseren.
Het gaat om Aalten, Achtkarspelen, Bergen in Limburg, Beverwijk, Gemert-Bakel, Overbetuwe, Sluis, Valkenswaard, Voerendaal en Westland. Deze gemeenten gaan volgens de NOS van fase 2 naar fase 3 in het proces dat in de Spreidingswet is vastgelegd. Actief toezicht betekent dat het kabinet afspraken wil maken over het beschikbaar stellen van een locatie voor een azc en over de termijn waarop die opvang klaar moet zijn. Verantwoordelijke wethouders worden daarvoor uitgenodigd op het ministerie.
Minister zet druk op gemeenten
Van den Brink stelt dat de Spreidingswet van kracht is en daarom moet worden uitgevoerd. Gemeenten hebben sinds 2024 een wettelijke taak om opvangplekken voor asielzoekers te regelen. De wet moet zorgen voor voldoende opvangplaatsen en een betere verdeling over provincies en gemeenten. Voor de invoering van de wet was het Centraal Orgaan opvang asielzoekers vooral afhankelijk van vrijwillige medewerking van gemeenten. Dat leverde volgens de Rijksoverheid onvoldoende opvangcapaciteit op.
De minister wil voorkomen dat het tekort aan reguliere opvangplekken verder oploopt. Volgens de actuele raming zijn tot begin 2028 in totaal 88.000 opvangplaatsen nodig. Op dit moment zijn er volgens berichtgeving ongeveer 50.000 plekken beschikbaar. Daardoor blijft de druk op bestaande locaties groot, waaronder het aanmeldcentrum in Ter Apel.
Actief toezicht als tussenstap
Het actief toezicht is nog geen directe rijksingreep. De betrokken gemeenten krijgen eerst de kans om alsnog aan hun wettelijke taak te voldoen. Zij moeten duidelijk maken welke locatie beschikbaar komt, hoeveel mensen daar kunnen worden opgevangen en wanneer de opvang operationeel kan zijn.
De Spreidingswet kent meerdere fases. De zwaarste fase is gedwongen realisatie van opvang. In dat geval kan het kabinet zelf regelen dat er een COA-locatie komt. Volgens de minister is dat middel bedoeld als laatste stap, maar het wordt niet uitgesloten als gemeenten blijven weigeren of geen concreet plan indienen.
Meer gemeenten kunnen volgen
De eerste groep bestaat uit tien gemeenten, maar meer gemeenten kunnen later onder actief toezicht worden geplaatst. Van den Brink stuurde eerder een brief aan 223 gemeenten die volgens het ministerie nog geen of te weinig actie hadden ondernomen. Van 47 gemeenten kwam volgens de NOS geen reactie op de vraag hoe zij alsnog aan de Spreidingswet willen voldoen.
Daarmee verschuift de aanpak van vrijwillig overleg naar formele druk. Gemeenten die te weinig voortgang boeken, moeten rekening houden met strengere bemoeienis vanuit Den Haag. Het kabinet wil op die manier afdwingen dat de opvangopgave niet langer bij een beperkt aantal gemeenten blijft liggen.
Ook regionale gevolgen mogelijk
De maatregel heeft ook betekenis voor gemeenten buiten de eerste groep. In West-Friesland werken gemeenten al langer aan plannen voor asielopvang. Koggenland onderzoekt bijvoorbeeld samen met het COA de opvang van 149 asielzoekers voor een periode van vijf jaar. De gemeente verwacht in september 2026 meer duidelijkheid te geven over de voorkeurslocatie.
Ook Stede Broec, Enkhuizen, Hoorn en Koggenland zijn regionaal genoemd in verband met de druk op gemeenten rond asielopvang. Voor deze gemeenten is nog niet vastgesteld dat zij behoren tot de eerste tien die onder actief toezicht zijn gesteld. De landelijke lijn maakt wel duidelijk dat uitstel of onduidelijkheid steeds minder ruimte krijgt.
Dwang blijft uiterste middel
Als gemeenten blijven weigeren, kan het Rijk uiteindelijk zelf een locatie aanwijzen of de realisatie van opvang organiseren. Daarmee zou de lokale beleidsruimte kleiner worden. Gemeenten houden in de eerdere fases nog invloed op locatiekeuze, planning, communicatie met inwoners en afspraken met het COA.
De druk op gemeenten neemt toe omdat het kabinet de opvangopgave eerlijker over het land wil verdelen. Voor inwoners betekent dit dat besluitvorming over mogelijke azc-locaties in sommige gemeenten sneller in een formele fase kan komen. Voor gemeentebesturen wordt het belangrijker om tijdig met een concreet plan te komen, voordat Den Haag de regie verder overneemt.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



