DEN HAAG - Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ziet geen aanleiding om de cijfers over de bijdrage van de luchtvaart aan de stikstofdepositie in Nederland aan te passen. Minister Vincent Karremans schrijft dat aan de Tweede Kamer in reactie op kritiek van Stichting S4R op een eerder gepubliceerde factsheet over luchtvaart en stikstof.
De stichting plaatste verschillende kanttekeningen bij de cijfers van het ministerie, onder meer over de uitstoot van vliegtuigen boven 3.000 voet, ongeveer 900 meter. Volgens het ministerie maken die opmerkingen niet aannemelijk dat de gebruikte gegevens onjuist of onvolledig zijn.
Luchtvaart tot 3.000 voet
Volgens de factsheet van het ministerie draagt vliegverkeer van en naar Nederlandse luchthavens tot een hoogte van 3.000 voet gemiddeld 0,1 tot 0,2 procent bij aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
Lokaal kunnen de verschillen groter zijn. De bijdrage varieert volgens de cijfers van enkele tienden tot maximaal 13 mol stikstof per hectare per jaar.
Stichting S4R stelt dat een landelijk gemiddelde daardoor weinig zegt over de gevolgen op afzonderlijke locaties. Het ministerie erkent dat een gemiddelde niet het volledige beeld geeft, maar noemt het wel een relevante indicator om de invloed van de luchtvaart te vergelijken met andere bronnen.
Daarom is in de factsheet volgens het ministerie ook de lokale bandbreedte opgenomen.
Discussie over uitstoot boven 3.000 voet
Een belangrijk deel van de discussie gaat over stikstofoxiden die vliegtuigen boven 3.000 voet uitstoten.
Het ministerie gaat ervan uit dat vliegverkeer van en naar Nederlandse luchthavens boven die hoogte ongeveer 0,01 tot 0,02 procent bijdraagt aan de gemiddelde stikstofdepositie op Nederlandse Natura 2000-gebieden.
De totale bijdrage van al het vliegverkeer wereldwijd boven 3.000 voet aan de stikstofdepositie in Nederland wordt door RIVM en TNO geschat op 0,6 tot 1,0 procent. Daaronder vallen ook vliegtuigen die Nederland alleen overvliegen en vluchten die geen Nederlandse luchthaven aandoen.
Stichting S4R wees erop dat van de uitstoot boven Nederlands grondgebied een groot deel afkomstig is van verkeer van en naar Nederlandse luchthavens. De stichting leidde daaruit een hogere mogelijke bijdrage af.
Volgens het ministerie kan die berekening niet op die manier worden gemaakt. De geschatte depositie van 0,6 tot 1,0 procent wordt namelijk veroorzaakt door wereldwijde luchtvaartemissies, waarvan het grootste deel buiten Nederland wordt uitgestoten.
Onderzoek naar uitstoot op grote hoogte
De stichting verwijst daarnaast naar onderzoek van de TU Delft. Daaruit volgt dat wereldwijd gemiddeld ongeveer 92 procent van de door luchtvaart veroorzaakte stikstofdepositie samenhangt met emissies op grotere hoogte, vooral tijdens kruisvluchten.
Volgens het ministerie kan daaruit niet worden geconcludeerd dat de Nederlandse cijfers een onderschatting zijn. Het onderzoek gaat over wereldwijde luchtvaart en richt zich niet specifiek op vluchten van en naar Nederlandse luchthavens of op stikstofdepositie in Nederlandse Natura 2000-gebieden.
Het ministerie benadrukt bovendien dat de wereldwijde luchtvaart boven 3.000 voet volgens de eigen factsheet meer bijdraagt aan de stikstofdepositie in Nederland dan de uitstoot van Nederlandse luchthavengebonden vluchten boven die hoogte.
Grens van 3.000 voet blijft uitgangspunt
Ook de keuze voor de grens van 3.000 voet werd door Stichting S4R ter discussie gesteld. De dikte van de onderste luchtlaag varieert volgens de stichting sterk afhankelijk van onder meer het weer en het tijdstip van de dag.
Het ministerie erkent die variatie, maar stelt dat 3.000 voet als gemiddelde grens kan worden gebruikt. Ook het RIVM gebruikt deze hoogte bij de landelijke monitoring van luchtkwaliteit en stikstofdepositie.
Emissies boven deze hoogte kunnen uiteindelijk wel het aardoppervlak bereiken, maar worden volgens het ministerie over een veel groter gebied verspreid en kunnen pas veel later neerslaan.
Het RIVM en de Commissie voor de milieueffectrapportage hebben volgens de brief aangegeven dat er geen model beschikbaar is waarmee de relatief kleine lokale bijdrage van uitstoot boven 3.000 voet voldoende betrouwbaar kan worden berekend.
Wereldwijde uitstoot Nederlandse maatschappijen
Stichting S4R wijst verder op een uitstoot van 55,1 kiloton stikstofoxiden door Nederlandse luchtvaartmaatschappijen in 2024.
Het ministerie stelt dat dit cijfer betrekking heeft op de wereldwijde uitstoot van Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Het overgrote deel daarvan vindt volgens het ministerie buiten het Nederlandse luchtruim plaats en levert slechts een minimale bijdrage aan de stikstofdepositie in Nederlandse Natura 2000-gebieden.
Voor de Nederlandse stikstofproblematiek kijkt het ministerie daarom vooral naar het vliegverkeer van en naar Nederlandse luchthavens onder 3.000 voet.
Geen aanpassing van cijfers
Karremans concludeert dat de opmerkingen van Stichting S4R geen reden geven om de factsheet te wijzigen. Volgens hem zijn de gebruikte cijfers gebaseerd op de meest actuele beschikbare onderzoeksgegevens van onder meer het RIVM, CBS en TNO.
De minister zegt dat de reactie bedoeld is om mogelijke misverstanden over de bijdrage van de luchtvaart aan de uitstoot en neerslag van stikstof weg te nemen.



