AMSTERDAM - De rechtbank in Amsterdam heeft alle vorderingen afgewezen van een muziekproducent die aanspraak maakte op een deel van de inkomsten uit onder meer de nummers Vamos a la Playa en Bailando. Volgens de rechtbank heeft de producent onvoldoende aangetoond dat afspraken bestonden over een verdeling van de exploitatie-inkomsten. Hij moet bovendien ruim 31.000 euro aan proceskosten betalen.

Discussie over inkomsten uit muziek

De producent werkt vanuit zijn eenmanszaak Elevated Music en had in het verleden samengewerkt met een zangeres die haar zakelijke activiteiten heeft ondergebracht bij Moonlight Music B.V.

In 2009 nam de zangeres in de studio van de producent nieuwe vocalen op voor Life Is Just a Game. Enkele maanden later zong zij daar ook de vocalen in voor Vamos a la Playa. Dat nummer werd in juni 2010 uitgebracht.

Partijen sloten op 1 juni 2010 een overeenkomst over de exploitatie van Vamos a la Playa. Daarin waren onder meer afspraken gemaakt over de verdeling van royalty's. De overeenkomst gold twaalf maanden na de release van het nummer.

De videoclip van Vamos a la Playa werd op meerdere YouTube-kanalen geplaatst. De verschillende uploads zijn volgens het vonnis samen goed voor meer dan 170 miljoen weergaven.

Producent wilde helft van inkomsten

De producent stelde dat later nieuwe afspraken waren gemaakt. Volgens hem was in 2017 afgesproken dat de inkomsten uit Vamos a la Playa gelijk zouden worden verdeeld. Een jaar later zou een vergelijkbare afspraak zijn gemaakt over Bailando.

Hij wilde onder meer dat hij voor 50 procent als rechthebbende zou worden geregistreerd bij muziekdistributeurs. Ook eiste hij uitbetaling van een deel van de inkomsten en inzage in exploitatiegegevens van onder meer YouTube, Spotify en muziekdistributeurs.

Moonlight Music en de zangeres bestreden dat dergelijke afspraken waren gemaakt.

Overeenkomst uit 2010 al beëindigd

De rechtbank concludeert dat de oorspronkelijke overeenkomst uit 2010 in juni 2011 automatisch is geëindigd. De producent stelde dat partijen daarna mondeling hadden afgesproken op dezelfde manier verder te gaan, maar volgens de rechter is daarvoor onvoldoende bewijs geleverd.

Ook een beroep op de oorspronkelijke overeenkomst kon de producent niet meer helpen. Omdat in die overeenkomst was gekozen voor Duits recht, moest ook naar de Duitse verjaringsregels worden gekeken.

De rechtbank stelt vast dat eventuele vorderingen uit de overeenkomst uiterlijk in juni 2021 waren verjaard. De producent maakte pas in december 2021 via zijn advocaat aanspraak op nakoming van de afspraken uit 2010.

Geen bewijs voor latere 50/50-afspraken

Ook voor de vermeende afspraken uit 2017 en 2018 zag de rechtbank onvoldoende bewijs.

De producent wees onder meer op WhatsApp-berichten waarin werd gesproken over een '50/50 deal', het 'verdelen van de buit' en het doorsturen van geld. Volgens de rechtbank waren die berichten te vaag en voor meerdere uitleg vatbaar.

Uit de omvangrijke correspondentie bleek volgens de rechter nergens duidelijk dat Moonlight Music had ingestemd met het delen van haar exploitatie-inkomsten. Dat de producent zelf voorstellen had gedaan voor een verdeling, betekent volgens de rechtbank niet dat daarover daadwerkelijk een overeenkomst tot stand is gekomen.

Dagvaarding moeilijk te begrijpen

De rechtbank is daarnaast bijzonder kritisch over de manier waarop de zaak namens de producent is aangebracht. In de dagvaarding werden contractuele afspraken, auteursrechtelijke bepalingen en regels over naburige rechten volgens de rechter door elkaar gebruikt.

Ook werden 67 producties overgelegd die samen honderden pagina's besloegen en volgens de rechtbank voor een groot deel niet relevant waren voor de vorderingen.

De dagvaarding voldeed daardoor volgens de rechtbank niet aan de minimale eisen van leesbaarheid en begrijpelijkheid en werd juridisch aangemerkt als een 'obscuur libel'. Omdat de tegenpartij wel in de procedure was verschenen en geen beroep deed op nietigheid van de dagvaarding, had dat uiteindelijk geen verdere gevolgen voor de behandeling van de zaak.

Ook auteursrechtelijke claims afgewezen

Tijdens de zitting werd geprobeerd meer duidelijkheid te geven over de auteursrechtelijke argumenten. Ook die konden volgens de rechtbank niet leiden tot toewijzing van de eisen.

Zo was onvoldoende onderbouwd op welke wettelijke bepalingen de aanspraken precies waren gebaseerd en waarom de producent recht zou hebben op de gevraagde exploitatie-inkomsten.

De rechtbank wijst daarom zowel de vorderingen in de hoofdzaak als die in een afzonderlijk incident volledig af.

Ruim 31.000 euro proceskosten

De producent moet ook de volledige proceskosten van Moonlight Music en de zangeres betalen. Voor de hoofdzaak gaat het om 16.162,35 euro en voor het incident om 15.100,05 euro.

Daarmee komt de proceskostenveroordeling uit op 31.262,40 euro. Als niet tijdig wordt betaald en het vonnis vervolgens moet worden betekend, komt daar nog 98 euro plus de kosten van betekening bij.

Het vonnis is op 7 oktober uitgesproken door de rechtbank in Amsterdam.