Heeft Nederland na woensdag nog een kabinet? Het klinkt misschien overdreven, maar wie de politieke ontwikkelingen van de afgelopen dagen volgt, kan nauwelijks anders dan concluderen dat het minderheidskabinet van Rob Jetten gevaarlijk dicht bij een nieuwe crisis staat. Niet omdat Nederland plotseling geen geld meer heeft, maar omdat drie regeringspartijen het fundamenteel oneens zijn over de vraag met wie zij eigenlijk willen regeren.
Woensdag begint het debat over het Belastingplan 2027. Dat had een moment moeten zijn waarop het kabinet laat zien dat een minderheidsregering ook zonder vaste meerderheid resultaten kan boeken. In plaats daarvan dreigt het debat een pijnlijke demonstratie te worden van politieke verdeeldheid, wantrouwen en een gebrek aan bereidheid om compromissen te sluiten.
De VVD wil rechts, maar tegen welke prijs?
De grootste blokkade lijkt binnen het kabinet zelf te zitten. De VVD van Dilan Yeşilgöz wil het liefst zaken doen met JA21, BBB en SGP. Dat is vanuit de liberale partij bezien niet onlogisch. Op onderwerpen als belastingen, ondernemerschap en migratie liggen deze partijen dichter bij de VVD dan PRO en Volt.
Maar daar begint ook het probleem. Want het rechtse blok beperkt zich allang niet meer tot financiële voorstellen. JA21, BBB en SGP hebben hun steun aan het belastingplan gekoppeld aan eisen over asiel, stikstof, abortus en draagmoederschap.
Wat heeft de abortuswetgeving te maken met de belasting die een werknemer volgend jaar betaalt? Waarom zou een akkoord over de brandstofaccijns afhankelijk moeten zijn van een andere koers op het stikstofdossier?
Natuurlijk mogen oppositiepartijen voorwaarden stellen. Dat hoort bij een parlementaire democratie. Maar er is een verschil tussen onderhandelen over een belastingplan en het gebruiken van dat belastingplan als drukmiddel om op totaal andere terreinen politieke overwinningen af te dwingen.
Het is precies die vorm van politieke chantage die D66 moeilijk kan accepteren. En terecht. Wie voor iedere begroting opnieuw fundamentele rechten en eerder gemaakte beleidsafspraken ter discussie moet stellen, maakt van regeren een permanente uitverkoop.
Daar komt bij dat vooral de koers van JA21 op migratie en nationale identiteit voor D66 en delen van het CDA ideologisch moeilijk te verenigen is met hun eigen uitgangspunten. Niet iedere rechtse opvatting is extreemrechts, maar de verharding van het debat en de eisen die nu op tafel liggen, maken een overeenkomst bepaald niet eenvoudiger.
Waarom is PRO voor de VVD zo'n probleem?
Aan de andere kant van het politieke spectrum ligt een route die op papier minstens zo logisch is. PRO en Volt willen de lasten op arbeid verlagen en grote vermogens zwaarder belasten. Daarover valt inhoudelijk te onderhandelen.
Het is een voorstel dat raakt aan een fundamentele maatschappelijke vraag: waarom wordt inkomen uit werk zo zwaar belast, terwijl mensen met grote vermogens op verschillende manieren hun belastingdruk kunnen beperken?
Voor de VVD is een hogere belasting op vermogen echter een bijzonder gevoelig onderwerp. De partij presenteert zich al jarenlang als verdediger van ondernemers, beleggers en vermogensopbouw. Een akkoord met PRO zou daarom niet alleen een financiële concessie betekenen, maar ook een politieke koerswijziging die moeilijk aan de eigen achterban te verkopen is.
Toch dringt zich een ongemakkelijke vraag op. Is het werkelijk onmogelijk om met PRO afspraken te maken, of wil de VVD vooral niet de indruk wekken dat zij voor Jesse Klaver door de knieën gaat?
Want wie samenwerking met links principieel afwijst en tegelijkertijd vasthoudt aan een rechtse route die voor de coalitiepartners onaanvaardbaar is, brengt niet alleen de belastingplannen in gevaar. Die zet het voortbestaan van het eigen kabinet op het spel.
Het CDA zit gevangen tussen twee werelden
En dan is er het CDA. De partij die traditioneel compromissen zoekt, bestuurlijke verantwoordelijkheid benadrukt en zichzelf graag presenteert als de verbindende kracht in politiek Den Haag.
Maar verbinden wordt lastig wanneer de ene coalitiepartner naar rechts trekt en de andere naar links. Het CDA kan zich geen eindeloze politieke verlamming veroorloven, zeker niet wanneer belangrijke dossiers als woningbouw, stikstof, koopkracht en de overheidsfinanciën om besluiten vragen.
Het CDA zegt vooral naar de inhoud te willen kijken. Dat klinkt verstandig, maar inhoudelijke keuzes hebben onvermijdelijk politieke gevolgen. Wie met het rechtse blok onderhandelt, moet beoordelen hoeveel ruimte er is voor de eisen over migratie en medisch-ethische kwesties. Wie met PRO onderhandelt, moet accepteren dat ook de verdeling van de belastingdruk bespreekbaar wordt.
Op een bepaald moment is neutraliteit geen verbindende kracht meer, maar uitstel van een noodzakelijke keuze.
Een minderheidskabinet moet kunnen onderhandelen
Het werkelijke probleem gaat dieper dan deze ene belastingwet. Het kabinet-Jetten heeft slechts 66 zetels in de Tweede Kamer en moet dus voortdurend meerderheden zoeken.
Dat hoeft geen zwakte te zijn. Een minderheidskabinet kan juist bijdragen aan een sterkere parlementaire democratie, waarin niet alles vooraf wordt dichtgetimmerd in een regeerakkoord.
Maar dat werkt alleen wanneer de coalitie bereid is echte concessies te doen. Niet uitsluitend aan partijen die ideologisch het prettigst voelen, maar ook aan politieke tegenstanders.
Je kunt niet zonder meerderheid regeren en vervolgens verbaasd zijn dat andere partijen invloed willen. Evenmin kun je van de oppositie verwachten dat zij de plannen van het kabinet zonder wezenlijke wijzigingen goedkeurt.
Daarom is de huidige crisis zo veelzeggend. De coalitie lijkt nog altijd te denken als een meerderheidskabinet, terwijl zij de zetels van een minderheidskabinet heeft.
En wie betaalt uiteindelijk de rekening?
Terwijl politici onderhandelen over hun ideologische grenzen, kijken miljoenen Nederlanders naar iets heel anders: wat blijft er volgend jaar over van mijn salaris, pensioen of uitkering? Wat gebeurt er met de benzineprijs? En hoeveel belasting moet ik betalen over mijn spaargeld?
De Belastingdienst heeft bovendien tijd nodig om nieuwe maatregelen te verwerken. Het is dus niet alleen een theoretisch debat over politieke meerderheden. Langdurige onzekerheid kan rechtstreeks gevolgen hebben voor de uitvoering van de belastingplannen en de voorlopige aanslagen.
Daar zit misschien wel het meest schrijnende van deze politieke impasse. Partijen die voortdurend zeggen op te komen voor de gewone Nederlander, dreigen diezelfde Nederlander op te zadelen met de gevolgen van hun eigen onvermogen om afspraken te maken.
Valt het kabinet woensdag?
Dat is zeker niet onvermijdelijk. Woensdag begint het Kamerdebat en een politieke nederlaag betekent niet automatisch dat een kabinet dezelfde dag valt. Er kunnen nog compromissen komen, voorstellen kunnen worden aangepast en ook een minderheidskabinet kan een moeilijke stemming overleven.
Maar de politieke schade is nu al aanzienlijk.
Premier Jetten staat voor een keuze die hij niet eindeloos kan uitstellen. Blijft hij proberen iedereen een beetje tevreden te houden, of dwingt hij zijn coalitiepartners eindelijk tot een gezamenlijke koers?
Vooral de VVD zal zich moeten afvragen wat belangrijker is: het vasthouden aan de afkeer van samenwerking met PRO, of het overeind houden van een kabinet waarin de partij zelf regeringsverantwoordelijkheid draagt.
En D66 en CDA moeten bepalen waar voor hen de grens ligt bij de eisen van het rechtse blok.
Het zou bijzonder wrang zijn wanneer Nederland opnieuw in een politieke crisis belandt, niet omdat de problemen onoplosbaar zijn, maar omdat partijen liever hun eigen gelijk verdedigen dan gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.
Misschien staat er woensdag nog gewoon een kabinet. Misschien wordt er op het laatste moment een akkoord uit de hoge hoed getoverd.
Maar één ding is duidelijk: een kabinet dat voor iedere belangrijke beslissing opnieuw moet uitzoeken of zijn eigen coalitiepartners wel dezelfde kant op willen, heeft een veel groter probleem dan alleen het Belastingplan 2027.
Dan is niet de vraag of het kabinet woensdag valt.
Dan is de vraag hoelang het daarna nog overeind kan blijven.

