HAARLEM – De rechtbank in Haarlem heeft twee verdachten veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het medeplegen van een poging tot doodslag in Beverwijk. Het slachtoffer werd op 6 september 2025 door een groep jongeren tegen de grond gewerkt, vastgehouden, geslagen en geschopt. De mishandeling werd gefilmd en verspreid via sociale media. Voor een derde verdachte verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.
De twee veroordeelden moeten gezamenlijk ruim 41.000 euro schadevergoeding aan het slachtoffer betalen. Ook krijgen zij een contactverbod opgelegd en moeten zij tijdens hun proeftijd van twee jaar meewerken aan begeleiding door de reclassering.
Slachtoffer weerloos op de grond
Tijdens het geweld werd het slachtoffer op de grond vastgehouden en werd zijn broek naar beneden getrokken. Vervolgens werd hij herhaaldelijk geslagen en geschopt, onder meer tegen zijn hoofd en lichaam. Een van de verdachten erkende aanwezig te zijn geweest en herkende zichzelf op de beelden. De andere twee verdachten ontkenden hun betrokkenheid.
Volgens de rechtbank blijkt uit het dossier dat de verdachten met grote kracht en snelheid tegen het hoofd van het weerloze slachtoffer hebben geschopt en gestampt. Daarbij namen zij bewust het risico dat het slachtoffer door de geweldshandelingen zou overlijden.
De rechtbank oordeelt dat sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood en acht daarom het medeplegen van een poging tot doodslag bewezen.
Grote maatschappelijke onrust
Het geweld werd niet alleen gefilmd, maar ook online verspreid met een foto en de naam van het slachtoffer. Volgens de rechtbank was dit bijzonder vernederend en heeft het incident grote gevolgen gehad voor zijn leven.
De verspreiding van de beelden en daaropvolgende berichten op sociale media veroorzaakten grote maatschappelijke onrust in Beverwijk en omgeving. De burgemeester vaardigde een noodbevel uit en verschillende gebieden werden aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Ook sloten middelbare scholen en sportverenigingen tijdelijk hun deuren.
Uit de slachtofferverklaring en informatie van een psycholoog blijkt dat het slachtoffer nog altijd ernstige gevolgen ondervindt van de mishandeling. De rechtbank rekent dit de verdachten zwaar aan.
Openbaar Ministerie ongelijk behandeld
Opvallend is de beslissing van de rechtbank over de derde verdachte. Deze zou samen met een vierde persoon betrokken zijn geweest bij het geweld. Die vierde persoon zou de mishandeling hebben gefilmd en de broek van het slachtoffer naar beneden hebben getrokken, maar werd niet vervolgd.
Volgens de rechtbank heeft het Openbaar Ministerie onvoldoende uitgelegd waarom de ene verdachte wel werd vervolgd en de andere niet. Daarmee is sprake van ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen, zonder rechtvaardige rechtvaardiging.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk in de vervolging van de derde verdachte. Dit betekent dat zijn zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld en dat hij in deze procedure geen straf krijgt opgelegd.



