DEN HAAG, 10 augustus 2026 โ De Rechtbank Den Haag heeft een belangrijke zaak in het vreemdelingenrecht aangehouden om advies in te winnen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (CJEU). De rechter wil weten hoe strikt Europese regels rondom de terugkeer van alleenstaande minderjarige vreemdelingen geรฏnterpreteerd moeten worden, specifiek als het gaat om de definitie van “adequate opvang” en de beoordeling van het “belang van het kind”.
De casus: een Jemenitisch-Egyptische tiener
De aanleiding voor het verzoek is de zaak van een tiener die op 16-jarige leeftijd zonder begeleiding asiel aanvroeg in Nederland. De jongen, inmiddels 17 jaar oud, is geboren in Jemen en bezit door zijn ouders zowel de Jemenitische als de Egyptische nationaliteit. De minister van Asiel en Migratie (verweerder) wees zijn verzoek om internationale bescherming op 6 maart 2025 af en legde hem een terugkeerbesluit op naar Jemen en Egypte.
Omdat de rechtbank eerder al oordeelde dat de situatie in Jemen te onveilig is door willekeurig geweld, spitst het huidige juridische conflict zich volledig toe op een mogelijke terugkeer naar Egypte.
Wat is ‘adequate opvang’ in het land van terugkeer?
Volgens artikel 10, lid 2, van de Europese Terugkeerrichtlijn (2008/115) mag een lidstaat een niet-begeleide minderjarige alleen verwijderen als er “adequate opvangfaciliteiten”, een voogd of een familielid beschikbaar zijn.
De minister stelt zich op het standpunt dat er in Egypte adequate opvang is, puur omdat de moeder van de jongen daar woont en er contact mogelijk is. De tiener weerspreekt dit echter met klem:
- Zijn moeder verblijft in een erbarmelijke, lekkende woning vol ratten.
- Zij kampt met ernstige medische problemen, waaronder schizofrenie en psychoses.
- Niet zij zorgt voor hem, maar de jongen ondersteunt zijn zieke moeder juist financieel met geld dat hij in Nederland ontvangt en verdient.
De rechtbank trekt de beleidslijn van de minister in twijfel en vraagt zich af of de overheid de zorgplicht van de ouder niet te makkelijk als uitgangspunt neemt, zonder daadwerkelijk de zorgcapaciteit te toetsen.
Twee prejudiciรซle vragen aan het Europese Hof
Om duidelijkheid te krijgen over de precieze verplichtingen van de lidstaten, heeft de Haagse rechtbank de procedure geschorst en twee prejudiciรซle vragen voorgelegd aan het Hof in Luxemburg:
- Onderzoek naar adequate opvang: Mag een lidstaat zich bij de beoordeling van adequate opvang simpelweg beperken tot de vaststelling dat een ouder in het land van terugkeer verblijft en contact met het kind heeft, of is er een grondiger onderzoek nodig?
- Toetsing van het belang van het kind: Vereist het Unierecht dat de nationale autoriteiten, voorafgaand aan een terugkeerbesluit, het “belang van het kind” op een onafhankelijke en deskundige manier vaststellen? Daarbij wijst de rechtbank expliciet op de strenge richtlijnen (General Comments) die het VN-Comitรฉ voor de Rechten van het Kind hiervoor heeft opgesteld.
De rechtbank zal pas een definitieve einduitspraak doen in het beroep van de asielzoeker nadat het Europees Hof van Justitie deze fundamentele rechtsvragen heeft beantwoord.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


