HEERLEN โ Een woning in Heerlen mag voor zes maanden worden gesloten nadat de politie er ruim 2,7 kilo softdrugs aantrof. De voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg heeft een verzoek van de huurder om de sluiting voorlopig tegen te houden afgewezen. Volgens de rechter mocht de burgemeester van Heerlen de grote hoeveelheid drugs als een ernstige overtreding beschouwen.
De burgemeester besloot op 16 juli de huurwoning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting zou aanvankelijk op 27 juli ingaan, maar werd uitgesteld totdat de voorzieningenrechter uitspraak had gedaan.
Politie vindt afgesloten kist met hennep
De zaak begon nadat de politie bij de woning kwam vanwege een melding over vernieling. De bewoner wilde volgens de bestuurlijke rapportage een ruit van zijn eigen woning inslaan omdat hij dacht dat mogelijk een pannetje op het vuur stond.
In de woning bleek geen pan op het vuur te staan. Agenten zagen wel verschillende voorwerpen die volgens hen met drugsgebruik verband hielden. Ook werd een grote rode kist aangetroffen die met twee hangsloten was afgesloten. Langs de rand van de kist roken agenten volgens de rapportage een hennepgeur. Na toestemming van de officier van justitie werden de sloten verbroken.
In de kist zaten verschillende soorten hennep en hasj, verdeeld over zakken en verpakkingen. Uiteindelijk werd onder meer 150 gram hasj, 2.165 gram netto hennep en 456 gram bruto hennep in beslag genomen.
Hoeveelheid 554 keer hoger dan gebruikersgrens
De voorzieningenrechter gaat in de uitspraak uit van in totaal 2.771 gram hennep. Dat is volgens de rechter ruim 554 keer de hoeveelheid van 5 gram die als maximale gebruikershoeveelheid wordt gehanteerd.
Door de omvang van de voorraad en de manier waarop de softdrugs waren verpakt, mocht worden aangenomen dat sprake was van bedrijfsmatige en professionele hennephandel. Daarmee was de burgemeester in beginsel bevoegd de woning zonder voorafgaande waarschuwing voor zes maanden te sluiten.
Het Damoclesbeleid van Heerlen bepaalt dat een woning bij een significante handelshoeveelheid softdrugs voor opslag of overslag direct zes maanden kan worden gesloten.
Bewoner zegt dat kist van vriend was
De huurder stelde dat de kist niet van hem was, maar van een vriend die hielp met werkzaamheden in de woning. Ook zou geen sprake zijn geweest van drugshandel vanuit het huis. Volgens hem waren er geen meldingen van buurtbewoners, geen drugsgerelateerde bezoekers en geen aanwijzingen dat de woning bekendstond als drugspand.
Ook voerde hij aan dat een waarschuwing of een last onder dwangsom voldoende zou zijn geweest. Sluiting van de woning zou volgens hem een te zware maatregel zijn.
De rechter volgde die argumenten niet. Er was geen verklaring van de betreffende vriend overgelegd waaruit bleek dat de afgesloten kist van hem was en dat de huurder niets van de inhoud wist. Volgens de voorzieningenrechter is een huurder bovendien verantwoordelijk voor wat zich in zijn woning bevindt en afspeelt.
Eerste politierapport bevatte fouten
De rechtbank plaatst wel kritische kanttekeningen bij het optreden van de overheid. De oorspronkelijke bestuurlijke rapportage van de politie bevatte volgens de rechter onjuistheden en was opgesteld door een politiemedewerker die zelf niet ter plaatse was geweest.
De voorzieningenrechter noemt dat kwalijk, mede omdat andere stukken zoals foto’s en processen-verbaal niet in het dossier zaten. De burgemeester liet daarop een gecorrigeerde bestuurlijke rapportage opstellen. Die kan worden gebruikt bij de beslissing op het bezwaar van de bewoner.
Wijk kwetsbaar voor drugscriminaliteit
Bij de beoordeling speelde ook de situatie in de wijk Meezenbroek-Schaesbergerveld een rol. Binnen een straal van 750 meter rond de woning werden tussen januari 2022 en eind maart 2026 volgens de uitspraak 32 Damoclesmaatregelen opgelegd.
Daarnaast waren er 429 politieregistraties die onder meer betrekking hadden op drugs- en drankoverlast, drugshandel, wapenhandel en straatroof. Bewoners deden in een periode van bijna vier jaar 69 meldingen over drugsoverlast en prostitutie. Ook ligt op loopafstand een school.
Volgens de rechter mocht de burgemeester daarom zwaar laten wegen dat een signaal tegen drugscriminaliteit wordt afgegeven en dat het woon- en leefklimaat wordt beschermd.
Sluiting van zes maanden mag doorgaan
De voorzieningenrechter vindt de gevolgen voor de huurder niet onevenredig. Hij had onvoldoende met documenten onderbouwd dat tijdelijk andere huisvesting financieel of praktisch onmogelijk is.
Het verzoek om de sluiting voorlopig tegen te houden is daarom afgewezen. De burgemeester hoeft de woning tijdens de behandeling van het bezwaar niet langer open te houden. Wel heeft de gemeente tijdens de zitting toegezegd na de uitspraak nog minimaal twee weken te wachten voordat de woning daadwerkelijk wordt gesloten.
De uitspraak is op 7 september 2026 openbaar gemaakt. Tegen de beslissing over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


