ARNHEM โ Het UWV krijgt in bepaalde zaken voortaan maximaal 52 weken extra om alsnog te beslissen over een aanvraag voor een herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid. Rechtbank Gelderland heeft die nieuwe lijn vastgelegd vanwege de grote achterstanden en het landelijke tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank wijkt daarmee af van haar eerdere aanpak uit april 2025.
De nieuwe werkwijze is toegepast in een zaak die was aangespannen door zorgorganisatie Stichting Malderburch uit Heumen. De stichting vroeg op 22 januari 2026 bij het UWV om een nieuwe beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een voormalig werkneemster. Toen een beslissing uitbleef, stapte de organisatie naar de rechter.
UWV besliste niet binnen wettelijke termijn
Volgens de rechtbank gold in deze zaak in beginsel een wettelijke beslistermijn van acht weken. Het UWV had aanvankelijk aangevoerd dat sinds 1 januari 2026 standaard zestien weken beschikbaar zou zijn om een beslissing te nemen.
Tijdens de procedure werd dat standpunt verlaten. Volgens het UWV blijft de wettelijke termijn acht weken, maar kan die in afzonderlijke zaken worden verlengd. In deze zaak was zo’n verlenging niet doorgevoerd. Daardoor had het UWV uiterlijk op 20 maart 2026 moeten beslissen.
De zorgorganisatie stelde het UWV vervolgens op 25 maart in gebreke. Ook daarna bleef een beslissing uit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom ontvankelijk en gegrond.
Groot tekort aan verzekeringsartsen
Centraal in de uitspraak staat het tekort aan verzekeringsartsen. Het UWV liet de rechtbank weten dat hierdoor grote achterstanden zijn ontstaan bij sociaal-medische beoordelingen.
Het probleem speelt landelijk en kan volgens de rechtbank niet op korte termijn worden opgelost. Het UWV moet daarom prioriteiten stellen bij het inzetten van de beschikbare artsen. Aanvragen voor Wajong en beoordelingen van arbeidsvermogen krijgen daarbij een hoge prioriteit, omdat deze rechtstreeks van invloed zijn op de inkomenszekerheid van betrokkenen.
Ook WIA-beoordelingen aan het einde van de wettelijke wachttijd krijgen voorrang. De gemiddelde wachttijd daarvoor bedraagt volgens de informatie die het UWV aan de rechtbank gaf ongeveer zes tot negen maanden. Bij sociaal-medische bezwaarzaken lopen de wachttijden per district uiteen van negen tot twintig maanden.
Uit de uitspraak blijkt bovendien dat het UWV op jaarbasis ruim 200 verzekeringsartsen tekortkomt. Om de bestaande achterstanden binnen รฉรฉn jaar weg te werken, zou volgens de verstrekte informatie ongeveer 750 fte aan capaciteit nodig zijn.
Herbeoordelingen krijgen minder prioriteit
Voor herbeoordelingen van mensen die al een WIA-uitkering ontvangen, is momenteel nauwelijks medische capaciteit beschikbaar. Alleen wanneer sprake is van een schrijnende situatie kan een aanvraag met voorrang worden behandeld.
Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om ernstige financiรซle problemen of situaties waarin langer wachten gevolgen kan hebben voor de gezondheid. Ook moet sprake zijn van een spoedeisend belang. In dergelijke gevallen probeert het UWV de aanvraag binnen acht weken af te handelen, eventueel na verlenging met nog eens acht weken.
Rechtbanken kiezen voor termijn van 52 weken
Rechtbank Gelderland sluit met de nieuwe lijn aan bij Rechtbank Limburg. Die rechtbank bepaalde in augustus eveneens dat het UWV bij dit type herbeoordelingen 52 weken kan krijgen om alsnog een besluit te nemen.
De Gelderse rechtbank vindt het ongewenst wanneer rechtbanken verschillende termijnen hanteren. Bovendien moet een opgelegde termijn volgens de rechters realistisch zijn. Een termijn waarvan vooraf al vaststaat dat het UWV die vanwege het capaciteitstekort niet kan halen, biedt volgens de rechtbank onvoldoende oplossing.
Een uitzondering blijft mogelijk wanneer sprake is van een aantoonbaar schrijnend geval. Dan kan de rechter een kortere beslistermijn opleggen.
Dwangsom kan oplopen tot 15.000 euro
In de zaak van Stichting Malderburch moet het UWV binnen 52 weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit nemen. Gebeurt dat niet, dan moet het uitvoeringsinstituut een dwangsom betalen van 100 euro per dag, met een maximum van 15.000 euro.
Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van 397 euro terugbetalen en 934 euro aan proceskosten vergoeden. De uitspraak van de meervoudige kamer van Rechtbank Gelderland dateert van 7 september 2026.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



