UTRECHT, 12 januari 2026 – De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 januari 2026 een verdachte veroordeeld voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval met een snorfiets in Utrecht. De rechtbank acht bewezen dat sprake was van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Bij het ongeval raakten twee personen gewond, waarvan één slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. De opgelegde straf wijkt af van de landelijke oriëntatiepunten en valt lager uit dan gebruikelijk, mede vanwege strafmatigende omstandigheden.
Ongeval op kruising ’t Goylaan – Jutfaseweg
Het ongeval vond plaats in de nacht van 14 maart 2024 op de kruising van de ’t Goylaan met de Jutfaseweg in Utrecht. De verdachte reed met een snorfiets en had een passagier achterop. In plaats van het verplichte fietspad te blijven volgen, verliet hij dit pad en reed hij over een dubbele doorgetrokken streep de rijbaan op. Vervolgens sloeg hij linksaf door het kruispunt schuin over te steken en de binnenbocht te nemen.
Door deze manoeuvres kwam de snorfiets deels tegen de rijrichting in. De verdachte zag daardoor te laat een van rechts komende motorscooter en verleende geen voorrang. Een botsing was het gevolg.
Ernstige gevolgen voor betrokkenen
Als gevolg van het ongeval liepen alle betrokkenen letsel op. De passagier op de snorfiets brak zijn been op gecompliceerde wijze en moest operatief worden behandeld. De rechtbank kwalificeerde dit als zwaar lichamelijk letsel, mede vanwege de lange herstelperiode. De bestuurder van de motorscooter liep onder meer intracranieel letsel op, waardoor zij langere tijd haar normale bezigheden niet kon uitvoeren.
Ook de verdachte zelf raakte gewond en ondervond volgens de rechtbank aanzienlijke gevolgen in zijn opleiding, werk en sociale leven.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelde vast dat de verdachte meerdere verkeersregels bewust heeft overtreden. Door het verlaten van het fietspad, het overschrijden van een doorgetrokken streep en het nemen van een onjuiste rijlijn op het kruispunt, heeft hij zich aanmerkelijk onvoorzichtig gedragen. Daarmee schoot zijn rijgedrag tekort ten opzichte van wat van een gemiddeld verkeersdeelnemer mag worden verwacht.
Volgens de rechtbank is het ongeval rechtstreeks veroorzaakt door dit verkeersgedrag. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor een veroordeling op grond van artikel 6 WVW.
Straf: afwijking van landelijke richtlijnen
Normaal gesproken geldt bij aanmerkelijke schuld met zwaar lichamelijk letsel als gevolg een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden. De rechtbank besloot hiervan af te wijken in het voordeel van de verdachte.
Bij de strafoplegging woog mee:
- de jonge leeftijd van de verdachte;
- zijn constructieve proceshouding;
- het feit dat hij zelf ook ernstig letsel opliep;
- en dat de bestuurder van de motorscooter harder reed dan ter plaatse was toegestaan.
Uiteindelijk legde de rechtbank een taakstraf van 80 uur op. Daarnaast kreeg de verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar.
Schadevergoeding aan slachtoffer
Een van de slachtoffers diende een vordering tot schadevergoeding in. De rechtbank kende een bedrag van 1.500 euro aan immateriële schade toe. Andere gevorderde schadeposten werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De wettelijke rente wordt toegekend vanaf de datum van het ongeval.
Betekenis van de uitspraak
Deze uitspraak onderstreept dat ook bestuurders van snorfietsen strafrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden bij ernstige verkeersongevallen. Tegelijk laat de zaak zien dat rechtbanken ruimte hebben om bij de strafoplegging rekening te houden met persoonlijke omstandigheden en gedeelde verantwoordelijkheid in het verkeer.