DEN HAAG, 20 juli 2026 – Op 10 april 2025 vond in Den Haag een geweldsincident plaats waarbij een verdachte met een mes een krachtige en onverhoedse stekende beweging maakte richting het hoofd van het slachtoffer. Het slachtoffer werd geraakt in de wang, wat resulteerde in een zichtbaar litteken.
De aanval was dermate krachtig dat het lemmet, dat tien centimeter lang was, afbrak van het heft. De verdediging pleitte nog voor vrijspraak van poging tot doodslag omdat er geen bewuste intentie zou zijn geweest om het slachtoffer om het leven te brengen, maar dit verweer hield geen stand.
Volgens de rechtbank brengt het onverhoeds en met kracht steken in een dynamische situatie naar de algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op overlijden met zich mee, wat betekent dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had.
Beroep op noodweer afgewezen
Tijdens de rechtszaak heeft de verdediging gesteld dat de verdachte uit noodweer of noodweerexces handelde. Dit argument is door de rechtbank verworpen. Uit getoonde camerabeelden en verklaringen is gebleken dat het slachtoffer bij de start van de confrontatie de verdachte weliswaar meermaals had geslagen en zelf ook een mes vast had, maar dat hij daarna was weggelopen.
De verdachte is vervolgens zelf achter de man aangelopen, heeft nog met hem gepraat en haalde pas op een later moment uit met het mes. Omdat er geen sprake meer was van een onmiddellijk dreigend gevaar, ging een beroep op noodweer niet op.
Celstraf en gedeeltelijke schadevergoeding
De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden, waarbij het voorarrest in mindering wordt gebracht. De straf is lager uitgevallen dan de 30 maanden die de officier van justitie had geรซist, mede omdat de rechtbank heeft gekeken naar straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Bovendien is de voorlopige hechtenis, die eerder was geschorst, per direct weer van kracht.
Tot slot is er beslist over de schadevergoeding voor de benadeelde partij. Het slachtoffer eiste een bedrag van ruim 4.200 euro, maar krijgt 2.050,24 euro toegewezen, bestaande uit materiรซle en immateriรซle schade.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van eigen schuld bij het slachtoffer door de fysieke agressie aan het begin van het conflict, waardoor het slachtoffer voor รฉรฉn derde deel verantwoordelijk is gesteld voor de ontstane situatie.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



