BREDA, 20 juli 2026 – De aanleiding voor deze juridische procedure is een ernstig motorongeluk in augustus 2008, waarbij een vrouw samen met haar toenmalige partner betrokken raakte. Bij dit ongeval brak de gedupeerde haar bekken en schaambeen, wat resulteerde in langdurige ziekte.
Aanvankelijk ontving zij een loongerelateerde WGA-uitkering van het UWV, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 49 procent. Aansluitend kreeg zij een vervolguitkering toegekend op basis van de klasse 45-55 procent.
In maart 2012 werd deze uitkering echter beรซindigd, omdat het UWV oordeelde dat de vrouw voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt was. Tegen dit besluit is destijds geen rechtsmiddel aangewend, waardoor het formele rechtskracht kreeg.
Jarenlange onopgemerkte psychische en cognitieve problematiek
Ondanks de beรซindiging van de financiรซle steun, bleef de vrouw in de daaropvolgende jaren met forse en escalerende klachten kampen. Pas jaren na dato kwamen de daadwerkelijke, dieperliggende neurologische en psychische gevolgen van het ongeval aan het licht.
Uit medische dossiers blijkt dat zij al lange tijd kampte met persoonlijkheidsproblematiek en rond 2014 en 2015 is gediagnosticeerd met een borderlinepersoonlijkheidsstoornis. In 2019 stelde een neuroloog bovendien vast dat de aanhoudende cognitieve klachten werden veroorzaakt door een postcommotioneel syndroom, wat duidt op niet-aangeboren hersenletsel na de crash. Tevens vertoonde zij tekenen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
Volgens overlegde medische rapportages fungeerde werken voor de vrouw lange tijd als een overlevingsmechanisme (coping). De opeenstapeling van de opgelopen letselschade en de bestaande problematiek heeft dit mechanisme echter volledig doorkruist.
Nieuwe aanvraag afgewezen door gebrekkig onderzoek UWV
Met de verzamelde medische informatie van behandelaars diende de vrouw in september 2023 een hernieuwde WIA-aanvraag in bij het UWV. Pas in de bezwaarfase werd duidelijk dat de vrouw de uitkeringsinstantie hiermee verzocht om terug te komen op het definitieve stopzettingsbesluit uit 2012.
Het UWV wees dit verzoek echter af in maart 2024 en handhaafde deze afwijzing in augustus 2025, met als argument dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Een verzekeringsarts van het UWV oordeelde dat de psychische problematiek destijds in 2011 voldoende was meegewogen en zag geen aanwijzingen voor ernstige psychopathologie.
De bestuursrechter stelt daarentegen vast dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld en de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd. De toegevoegde medische rapportages van onder meer een psycholoog, revalidatiearts, neuroloog en psychiater over de periode van 2008 tot 2023 zijn door de verzekeringsartsen van het UWV in onvoldoende mate bij de oordeelsvorming betrokken
Vernietiging besluit en financiรซle compensatie voor gedupeerde
De uitspraak van de rechtbank in Breda is eenduidig: het bestreden besluit van het UWV uit augustus 2025 is vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechter concludeert dat de medische beoordeling marginaal was en dat de verzekeringsarts de grote impact van zowel het trauma als de persoonlijkheidsstoornis onvoldoende heeft onderkend.
De uitkeringsinstantie krijgt vier maanden de tijd om een nieuw besluit te nemen over de WIA-aanvraag. Daarbij eist de rechtbank dat het UWV nadere informatie inwint bij de behandelend neuroloog en psychiater, of een extern expertiseonderzoek laat uitvoeren om te bepalen of de belastbaarheid van de vrouw in maart 2012 achteraf gezien toch anders had moeten worden vastgesteld.
Tot slot volgt er financiรซle genoegdoening. Omdat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan de redelijke termijn van twee jaar in beslag heeft genomen, is de gedupeerde in het gelijk gesteld voor compensatie.
Het UWV moet een immateriรซle schadevergoeding van 500 euro aan de vrouw uitkeren wegens deze opgelopen vertraging. Daarnaast is de overheidsinstantie veroordeeld tot het vergoeden van de gemaakte proceskosten, die zijn vastgesteld op 1.868 euro, en het vergoeden van het betaalde griffierecht ter waarde van 53 euro.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


