DEN HAAG – De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft geadviseerd het cassatieberoep van Great Capital Investments (GCI) te verwerpen in een langlopende juridische strijd over de terugbetaling van lidmaatschapsgelden voor vastgoedopleidingen. Het advies betreft een geschil tussen GCI en tientallen voormalige deelnemers aan het programma Great Property Experience.
Conflict over vastgoedprogramma en lidmaatschapsgelden
De deelnemers betaalden vaak tienduizenden euro’s voor toegang tot het zogenoemde Black Badge-programma van GCI. Dat programma bood onder meer cursussen, coaching, netwerkevenementen en toegang tot vastgoedtools. Volgens de deelnemers kwamen verschillende verwachtingen over begeleiding en vastgoedkansen niet uit, waarna zij terugbetaling van hun inleg eisten.
De rechtbank stelde eerder vrijwel alle deelnemers in het gelijk. Het gerechtshof kwam later tot een genuanceerder oordeel en kende slechts een deel van de vorderingen toe. Sommige deelnemers kregen een gedeeltelijke terugbetaling, terwijl andere claims werden afgewezen.
Hof zag oneerlijke bedingen bij consumenten
Een belangrijk onderdeel van de zaak draait om contractbepalingen die tussentijdse beรซindiging van het programma en terugbetaling van geld uitsloten. Het hof oordeelde dat dergelijke annuleringsbedingen tegenover consumenten als oneerlijk konden worden aangemerkt en daarom buiten toepassing moesten blijven.
Daarom kregen verschillende deelnemers alsnog recht op een tijdsevenredige terugbetaling van hun lidmaatschapsgeld nadat hun deelname was beรซindigd of opgezegd.
Geen succes voor meeste klachten van GCI
In cassatie voerde GCI onder meer aan dat het hof verrassingsbeslissingen had genomen, ten onrechte contractvoorwaarden had getoetst en onvoldoende rekening had gehouden met klachtplichten en andere verweren. De procureur-generaal ziet in vrijwel geen van die bezwaren aanleiding om het arrest van het hof te vernietigen.
Volgens de conclusie mocht het hof de relevante consumentenregels ambtshalve toepassen en waren de meeste oordelen voldoende gemotiveerd. Ook het oordeel dat bepaalde brieven van deelnemers als opzegging van de overeenkomst moesten worden gezien, blijft volgens het advies overeind.
Advies aan Hoge Raad
De procureur-generaal concludeert dat geen van de elf cassatieonderdelen van GCI doel treft. Daarom wordt de Hoge Raad geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen. Over de zaak zijn volgens de conclusie geen nieuwe principiรซle rechtsvragen aan de orde.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



