DEN HAAG – De Rechtbank Den Haag heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie om verduidelijking gevraagd over de rol van het belang van het kind bij asieloverdrachten tussen lidstaten. De zaak draait om een Libisch gezin met een baby dat vanuit Nederland dreigt te worden overgedragen aan Italiรซ, dat volgens de Europese regels verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek.
Twijfels over beperkingen in rechtsmiddel
Volgens de rechtbank roept de nieuwe Europese Asiel- en Migratiebeheerverordening vragen op over de mogelijkheden voor asielzoekers om een overdrachtsbesluit aan te vechten. De regelgeving beperkt de gronden waarop beroep kan worden ingesteld tegen zo’n besluit. De rechtbank vraagt zich af of die beperking verenigbaar is met Europese grondrechten wanneer daardoor mogelijk geen beroep kan worden gedaan op het belang van een minderjarig kind.
Gezin wil overdracht naar Italiรซ voorkomen
Het gaat om een Libisch echtpaar en hun kind, die op 7 juli 2026 in Nederland een verzoek om internationale bescherming indienden. De Italiaanse autoriteiten hebben erkend verantwoordelijk te zijn voor de behandeling van de asielaanvragen, omdat zij eerder visa aan het gezin hebben verstrekt. De Nederlandse minister van Asiel en Migratie besloot daarom de aanvragen niet inhoudelijk te behandelen en een overdracht naar Italiรซ voor te bereiden.
Het gezin verzet zich tegen die overdracht en beroept zich daarbij onder meer op het belang van hun kind. Volgens de rechtbank is echter onduidelijk in hoeverre dat argument binnen de huidige Europese regels onderdeel kan zijn van de rechterlijke toetsing.
Ook vragen over rol van de rechter
Daarnaast wil de rechtbank weten of rechters verplicht zijn om zelfstandig onderzoek te doen naar het belang van een kind, ook wanneer partijen dat onvoldoende onderbouwen. Daarbij vraagt de rechtbank het EU-Hof onder meer of een rechter eventueel zelf aanvullend onderzoek moet laten uitvoeren om vast te stellen of een overdracht in strijd is met het belang van het kind. PDF]
Onzekerheid over overdrachtstermijn
Een derde vraag gaat over de termijn waarbinnen een asielzoeker moet worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Het gezin heeft om een voorlopige voorziening gevraagd, waardoor de overdracht voorlopig is opgeschort. De rechtbank wil van het EU-Hof weten wanneer in zo’n situatie de overdrachtstermijn begint te lopen en welke gevolgen dat heeft als de rechter niet tijdig een definitieve uitspraak kan doen.
Behandeling zaak stilgelegd
De rechtbank heeft besloten de behandeling van de zaak op te schorten totdat het EU-Hof antwoord heeft gegeven op de drie prejudiciรซle vragen. Ook is verzocht om behandeling via een versnelde spoedprocedure, omdat de uitkomst gevolgen kan hebben voor de vraag welke lidstaat uiteindelijk verantwoordelijk wordt voor de behandeling van het asielverzoek van het gezin.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



