AMSTERDAM – De Rechtbank Amsterdam heeft de boetes voor DPG Media om publicaties over de receptgeneesmiddelen Ozempic en Wegovy in stand gelaten. Het beroep van het mediabedrijf tegen het besluit van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is ongegrond verklaard.
DPG Media kreeg twee bestuurlijke boetes opgelegd van samen 48.450 euro. Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die toezicht houdt op de naleving van de Geneesmiddelenwet, maakten publicaties in Flair en De Stentor verboden publieksreclame voor receptgeneesmiddelen. De rechtbank volgt dat oordeel.
Artikelen over afvallen met Ozempic en Wegovy
De zaak draaide om een zomereditie van Flair uit 2023 en een online artikel van De Stentor. In de Flair-publicatie kwamen vrouwen aan het woord die veel waren afgevallen door Ozempic. De rechtbank oordeelt dat het artikel een sterk positief beeld gaf van het middel en dat de gebruikte bewoordingen konden worden gezien als aanprijzend.
Ook het artikel van De Stentor over Ozempic en Wegovy was volgens de rechtbank niet zuiver informatief. Het stuk beschreef een persoonlijk succesverhaal over gewichtsverlies, waarbij het gebruik van de middelen positief werd neergezet. Daarmee was volgens de rechtbank sprake van een reclamedoelstelling.
Geneesmiddelenwet verbiedt publieksreclame
Volgens de Geneesmiddelenwet is publieksreclame voor receptgeneesmiddelen verboden. Daarnaast moet informatie in reclame over receptgeneesmiddelen overeenkomen met de officiรซle productkenmerken. De rechtbank oordeelt dat de publicaties daar niet aan voldeden. Bij Ozempic ging het bovendien om gebruik voor gewichtsverlies, terwijl het middel oorspronkelijk is bedoeld voor diabetes.
DPG Media voerde aan dat het om journalistieke artikelen ging, bedoeld om lezers te informeren over medische en maatschappelijke ontwikkelingen. De rechtbank vindt dat onvoldoende. Ook zonder commercieel belang kan een publicatie volgens de rechtbank reclame zijn wanneer de inhoud het gebruik van een geneesmiddel bevordert.
Geen strijd met persvrijheid
DPG Media stelde ook dat de boetes in strijd zijn met de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. De rechtbank erkent dat de regels de uitingsvrijheid beperken, maar noemt die beperking gerechtvaardigd vanwege de bescherming van de volksgezondheid.
Volgens de rechtbank betekent het oordeel niet dat media niet meer over geneesmiddelen mogen schrijven. Publicaties moeten dan wel gebalanceerd zijn, in overeenstemming zijn met de productinformatie en niet neerkomen op verboden publieksreclame.
Geen dubbele bestraffing
Het mediabedrijf stelde verder dat sprake was van dubbele bestraffing. Ook dat argument slaagt niet. Volgens de rechtbank gaat het om twee afzonderlijke overtredingen: het maken van publieksreclame voor receptgeneesmiddelen en het geven van informatie die niet overeenkomt met de productkenmerken.
Omdat deze overtredingen los van elkaar kunnen worden begaan, mochten daarvoor afzonderlijke bestuurlijke sancties worden opgelegd. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om de boetes verder te matigen. De opgelegde bedragen waren al fors verlaagd vanwege de rol van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting.
Beroep ongegrond verklaard
De rechtbank verklaarde het beroep van DPG Media ongegrond. Daardoor blijven de boetes van in totaal 48.450 euro staan. Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






