ROTTERDAM, 1 augustus 2026 – De rechtbank Rotterdam heeft op 26 maart 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een man zonder vaste woon- of verblijfplaats. Volgens het vonnis is de verdachte schuldig bevonden aan in totaal negen strafbare feiten. Het gaat hierbij om meerdere vernielingen, diefstal van een toegangspas, verzet bij een aanhouding en een doodsbedreiging aan het adres van zijn zus. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 110 dagen.
Reeks incidenten in meerdere steden
De bewezenverklaarde feiten beslaan een langere periode en vonden plaats in verschillende steden. In november 2024 begon de reeks met de beschadiging van een scooter in Schiedam, die door de dader werd omgetrapt. In december 2025 escaleerde het gedrag en vonden er vernielingen plaats aan voertuigen en autoruiten in Amsterdam, Rotterdam en Dordrecht. Daarbij werden voertuigen omvergeduwd of werden er ruiten ingegooid met een steen. In diezelfde maand pleegde de man een diefstal en verzette hij zich met geweld tegen politieagenten. Daarnaast zocht hij zijn zus op, vernielde ramen van haar woning en uitte hij een doodsbedreiging.
Persoonlijke omstandigheden en voorwaardelijke straf
Uit deskundigenrapportages blijkt dat de handelingen van de man deels voortkwamen uit een aanpassingsstoornis en zwaar middelengebruik, waaronder cocaรฏne, heroรฏne, cannabis en alcohol. De man ervoer destijds aanzienlijke stress, mede veroorzaakt door het ontbreken van een visum voor zijn in Pakistan verblijvende echtgenote. Op basis hiervan heeft de rechtbank besloten de feiten in verminderde mate toe te rekenen.
Van de 110 dagen celstraf zijn 33 dagen voorwaardelijk opgelegd. Omdat het onvoorwaardelijke deel van de straf gelijk is aan het voorarrest, hoeft de veroordeelde niet meer terug naar de gevangenis. Wel geldt er een proeftijd van twee jaar met diverse bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden omvatten onder meer:
- Meldplicht bij de reclassering.
- Ambulante behandeling door een forensisch FACT-team.
- Verblijf in een instelling voor begeleid wonen.
- Meewerken aan controles op middelengebruik.
- Inzicht geven in financiรซn en schulden.
Schadevergoeding
Naast de opgelegde sancties moet de man een financiรซle vergoeding betalen. De rechtbank wees een vordering van een benadeelde partij grotendeels toe, wat betekent dat de veroordeelde een materiรซle schadevergoeding van 473,98 euro moet overmaken, vermeerderd met de wettelijke rente. Het toegekende bedrag mag in termijnen worden voldaan. Een andere schadeclaim werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het directe verband met het bewezenverklaarde feit onvoldoende was aangetoond.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



