DEN HAAG, 6 mei 2026 – De rechtbank Den Haag heeft een 34-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4,5 jaar voor zijn betrokkenheid bij grootschalige drugshandel. De veroordeling is gebaseerd op onderschepte SkyECC-berichten, waaruit bleek dat de verdachte een wezenlijke rol speelde bij de import en het bezit van enorme partijen cocaïne.
Het onderzoek naar de man kwam in een stroomversnelling door de ontsleutelde communicatie van het SkyECC-netwerk. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte tussen medio 2020 en begin 2021 in nauwe samenwerking met anderen betrokken was bij de voorbereiding van cocaïnetransporten.
SkyECC-data als wettig bewijsmiddel
De verdediging had verzocht om bewijsuitsluiting van de SkyECC-berichten. De raadsman betoogde dat de verkrijging van deze data onrechtmatig was en in strijd met het Unierecht, waarbij werd verwezen naar recente Europese rechtspraak. De rechtbank verwierp dit verweer echter en verwees naar een arrest van de Hoge Raad van april 2026, waarin het toetsingskader voor het gebruik van dergelijke berichten is bekrachtigd.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte op basis van het dossier voldoende inzicht had in de wijze waarop het onderzoek was vormgegeven. Er was geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces of de privacyrechten van de verdachte. De identificatie van de verdachte als gebruiker van vier verschillende Sky-accounts werd bovendien ondersteund door metadataonderzoek, zendmastgegevens en stemherkenning van voiceberichten.
Logistieke rol bij miljoenenbuiterij
Uit de chatberichten bleek dat de verdachte actief communiceerde over containertransporten, logistieke handelingen en het uithalen van drugs in loodsen. Een van de meest prominente zaken in het dossier betrof een transport waarbij de douane in de haven van Rotterdam 2.374 kilogram cocaïne onderschepte.
In de gesprekken werd gebruikgemaakt van specifieke terminologie zoals ‘bakken’, ‘blokken’ en ‘zegels’. Hoewel er bij de verdachte zelf geen drugs in beslag zijn genomen, oordeelde de rechtbank dat de context van de berichten — waaronder de verwijzing naar het onderschepte transport — geen andere conclusie toeliet dan dat het over cocaïne ging. De man vervulde weliswaar geen leidinggevende rol, maar genoot binnen het samenwerkingsverband een grote mate van vertrouwen bij de afhandeling van deze miljoenenpartijen.
Strafmaat en persoonlijke omstandigheden
De officier van justitie had een gevangenisstraf van zeven jaar geëist. De rechtbank kwam echter tot een lagere straf van 4,5 jaar. Hierbij werd rekening gehouden met het feit dat de man geen prominente, sturende positie had binnen het criminele netwerk. Ook het aanzienlijke tijdsverloop sinds het plegen van de feiten werkte strafmatigend.
De rechtbank woog mee dat de handel in cocaïne een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid en bijdraagt aan ondermijnende criminaliteit. De verdachte had bovendien een relevant strafblad; in 2012 was hij in Duitsland al eens veroordeeld voor een drugsdelict. De opgelegde straf van 54 maanden moet volledig in de penitentiaire inrichting worden uitgezeten, tot het moment van eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



















