DEN HAAG โ De Raad van State heeft een beroep van Mobilisation for the Environment (MOB) en de Bewonersvereniging tegen Vliegtuigoverlast over het uitblijven van een nieuw besluit rond Rotterdam Airport niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de hoogste bestuursrechter is het procesbelang van de organisaties vervallen, omdat een eerdere uitspraak van de rechtbank inmiddels is geschorst.
De procedure ging terug naar een verzoek van MOB en de bewonersvereniging uit maart 2021. Zij vroegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om Rotterdam Airport B.V. op grond van de Wet natuurbescherming verplichtingen op te leggen om maatregelen te treffen. De minister wees dat verzoek in januari 2022 af.
Verzoek om maatregelen tegen Rotterdam Airport
MOB en de Bewonersvereniging tegen Vliegtuigoverlast maakten bezwaar tegen het besluit van de minister. Dat bezwaar werd in januari 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens stapten de organisaties naar de rechtbank. Die verklaarde hun beroep op 16 april 2026 gegrond en vernietigde het besluit van de minister. De rechtbank droeg de minister bovendien op binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Tegen de uitspraak van de rechtbank gingen zowel MOB en de minister als Rotterdam Airport B.V. in hoger beroep. Die procedure loopt afzonderlijk bij de Raad van State onder zaaknummer 202601587/1/R2.
Minister nam nog geen nieuw besluit
MOB en de bewonersvereniging stelden vervolgens dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet had uitgevoerd. Omdat binnen de opgelegde termijn geen nieuw besluit was genomen, vroegen zij de Raad van State om de minister een nieuwe termijn op te leggen. Ook vroegen zij om een dwangsom voor iedere dag dat een besluit zou uitblijven.
De minister bevestigde dat er nog geen nieuw besluit was genomen. Volgens de minister was het niet haalbaar om binnen de door de rechtbank gestelde termijn aan de opdracht te voldoen. Daarom was een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de uitspraak van de rechtbank te laten schorsen.
Uitspraak rechtbank inmiddels geschorst
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft op 16 september 2026 een afzonderlijke uitspraak gedaan waarin de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2026 is geschorst. Daardoor hoeft de minister voorlopig geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.
Dat heeft rechtstreeks gevolgen voor het beroep over het uitblijven van het besluit. Het doel van dat beroep was om de minister via een nieuwe termijn en een eventuele dwangsom tot besluitvorming te bewegen. Omdat de rechtbankuitspraak is geschorst, kan dat doel volgens de Raad van State op dit moment niet meer worden bereikt.
Beroep niet-ontvankelijk verklaard
De Raad van State concludeert daarom dat MOB en de Bewonersvereniging tegen Vliegtuigoverlast geen procesbelang meer hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak betekent daarmee niet dat de Raad van State inhoudelijk heeft geoordeeld over de vraag of Rotterdam Airport maatregelen moet treffen. De beslissing gaat over het procesbelang in de procedure over het uitblijven van een nieuw besluit.
De inhoudelijke hogerberoepsprocedure tegen de uitspraak van de rechtbank loopt afzonderlijk door. In de nu behandelde zaak heeft de Raad van State geen oordeel gegeven over de inhoud van het oorspronkelijke verzoek van MOB en de bewonersvereniging.
Minister moet proceskosten en griffierecht betalen
Hoewel het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, moet de minister de proceskosten van MOB en de bewonersvereniging vergoeden. De Raad van State heeft deze vastgesteld op 934 euro voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarnaast moet het door de organisaties betaalde griffierecht van 397 euro worden terugbetaald.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


