Franse cementreus Lafarge veroordeeld voor financiering terrorisme in Syrië

De Parijse rechtbank stelde onomwonden dat "bedrijfsneutraliteit" niet bestaat wanneer er geld wordt overgemaakt naar gesanctioneerde organisaties.

Bookmark

Lees dit ook...

HBP Media
HBP Mediahttps://hbpmedia.nl
24 uur per dag het wereldwijde nieuws op uw scherm.. Iets te melden/klagen: info@hbpmedia.nl . Columns zijn op persoonlijke titel

PARIJS, 14 april 2026 – De Franse cementfabrikant Lafarge is door de correctionele rechtbank in Parijs schuldig bevonden aan de financiering van terroristische groeperingen in Syrië. Ook acht voormalige leidinggevenden, waaronder ex-topman Bruno Lafont, kregen maandag zware straffen opgelegd. Het is de eerste keer dat een Franse multinational op deze schaal is veroordeeld voor het financieren van terreurorganisaties zoals Islamitische Staat (IS).

De rechtbank oordeelde dat de onderneming tussen 2013 en 2014 miljoenen euro’s heeft betaald aan gewapende groepen om een cementfabriek in het noorden van Syrië draaiende te houden. Volgens de rechter was er sprake van een “commercieel partnerschap” met organisaties die op dat moment verantwoordelijk waren voor gruwelijke misdaden. De boete voor het bedrijf bedraagt ruim 1,1 miljoen euro, de maximale straf voor deze feiten, aangevuld met een miljoenenboete wegens het schenden van internationale sancties.

Celstraffen voor voormalige topbestuurders

De uitspraak treft ook de persoonlijke levens van de voormalige topstukken van het bedrijf. Bruno Lafont, de voormalige CEO van de groep, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar met onmiddellijke gevangenneming. De rechtbank oordeelde dat hij op de hoogte was van de betalingen en deze heeft getolereerd om de commerciële belangen van de fabriek in Jalabiya te beschermen.

Andere topfunctionarissen kregen straffen variërend van drie tot vijf jaar cel. De verdediging voerde tijdens het proces aan dat de directie handelde uit noodzaak om de veiligheid van het lokale personeel te waarborgen en de fabriek te redden van plundering. De rechter veegde dit argument echter van tafel en stelde dat de winstmarges zwaarder wogen dan de ethische en wettelijke verplichtingen.

Historische uitspraak voor multinationale verantwoordelijkheid

De zaak-Lafarge wordt wereldwijd gezien als een mijlpaal in het strafrecht voor bedrijven. Nooit eerder werd een multinational zo direct verantwoordelijk gehouden voor de financiering van terrorisme in een conflictgebied. De aanklagers benadrukten dat de ongeveer 5,5 miljoen euro die naar gewapende groepen vloeide, direct heeft bijgedragen aan de bewapening en versterking van IS op een cruciaal moment in de Syrische burgeroorlog.

Mensenrechtenorganisaties zoals Sherpa en het ECCHR, die de zaak ruim tien jaar geleden aan het rollen brachten, spreken van een overwinning voor de rechtsstaat. Zij stellen dat deze uitspraak een krachtig signaal afgeeft aan bedrijven dat economische activiteit in conflictgebieden geen vrijbrief is om internationale sancties en mensenrechten te negeren.

Nasleep en lopende onderzoeken

Hoewel de veroordeling voor terrorismefinanciering een feit is, is de juridische strijd voor Lafarge nog niet voorbij. Het bedrijf wordt ook nog onderzocht op verdenking van medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid. De Franse Hoge Raad bevestigde eerder al dat dit onderzoek mag worden voortgezet, wat uniek is in de Franse rechtsgeschiedenis.

Lafarge, dat inmiddels is gefuseerd met de Zwitserse groep Holcim, heeft aangegeven in beroep te gaan tegen de uitspraak van maandag. Het bedrijf heeft in de Verenigde Staten al eerder een schikking van 778 miljoen dollar getroffen voor vergelijkbare feiten, maar de strafrechtelijke vervolging in eigen land geldt als een veel zwaardere morele en juridische nederlaag.

Impact op de internationale zakengemeenschap

De veroordeling dwingt internationale bedrijven tot een kritische herbeoordeling van hun aanwezigheid in instabiele regio’s. De Parijse rechtbank stelde onomwonden dat “bedrijfsneutraliteit” niet bestaat wanneer er geld wordt overgemaakt naar gesanctioneerde organisaties. Experts verwachten dat deze uitspraak zal leiden tot strengere interne controles (compliance) bij multinationals die actief zijn in risicogebieden.

Voor de ruim 190 voormalige Syrische werknemers die zich als burgerlijke partij hadden gevoegd, blijft de uitspraak echter bitterzoet. Hoewel de schuld van de directie is vastgesteld, wees de rechter hun verzoeken om schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat individuen volgens de Franse wet niet direct als slachtoffer van terrorismefinanciering kunnen worden aangemerkt, waardoor zij met lege handen de rechtszaal verlieten.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Meer van dit..

Geef een reactie

- Advertisement -

Nieuw binnen