ROTTERDAM โ De rechtbank Rotterdam heeft de uitlevering van een man met de Nederlandse en Turkse nationaliteit aan Turkije toelaatbaar verklaard. Turkije wil de man vervolgen voor verdenking van betrokkenheid bij een criminele organisatie en handel in verdovende of stimulerende middelen.
De uitspraak werd gedaan op 24 juni 2026 en gepubliceerd op 3 juli 2026. De zaak is behandeld door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam. De Turkse autoriteiten vroegen Nederland om uitlevering op basis van twee nationale aanhoudingsbevelen van 18 maart 2025, uitgevaardigd door een gerecht in Istanbul.
Volgens de rechtbank voldoet het verzoek aan de eisen van het Europees Uitleveringsverdrag en de Nederlandse Uitleveringswet. De rechtbank oordeelt dat de stukken voldoende zijn om de uitlevering juridisch te beoordelen.
Verdenking van organisatie en drugshandel
De Turkse autoriteiten verdenken de opgeรซiste persoon van lidmaatschap van een organisatie die is opgericht met het oogmerk misdrijven te plegen. Daarnaast wordt hij verdacht van handel in of levering van verdovende of stimulerende middelen.
De rechtbank keek ook naar de zogenoemde dubbele strafbaarheid. Dat betekent dat de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd zowel in Turkije als in Nederland strafbaar moeten zijn. Volgens de rechtbank is daarvan sprake.
Naar Nederlands recht kunnen de verdenkingen worden vergeleken met deelneming aan een criminele organisatie en strafbare feiten op grond van de Opiumwet. Voor deze feiten kan in Nederland een vrijheidsstraf van minimaal een jaar worden opgelegd. Daarmee is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor uitlevering.
Verweer over eerlijk proces verworpen
De verdediging stelde dat de man bij uitlevering aan Turkije het risico loopt op een oneerlijk proces. Daarbij werd gewezen op zorgen over de rechtsstaat in Turkije, de onafhankelijkheid van de rechtspraak en de positie van tegenstanders van president Erdogan.
De raadsman voerde aan dat de opgeรซiste persoon Koerd is en uitgesproken tegenstander van Erdogan. Volgens de verdediging zou hij daarom geen eerlijk proces krijgen en mogelijk worden vervolgd of gestraft vanwege zijn politieke overtuiging.
De rechtbank verwierp dat verweer. Volgens de rechtbank was onvoldoende concreet onderbouwd waarom juist deze persoon een reรซel risico zou lopen op een flagrante schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Algemene zorgen over de rechtsstaat in Turkije zijn daarvoor volgens de rechtbank niet genoeg.
Minister moet garanties vragen
Hoewel de rechtbank de uitlevering toelaatbaar verklaart, geeft zij de Minister van Justitie en Veiligheid wel meerdere adviezen mee. De uiteindelijke beslissing over uitlevering ligt namelijk bij de minister.
Omdat de man ook de Nederlandse nationaliteit heeft, mag uitlevering alleen plaatsvinden als is gewaarborgd dat hij bij een eventuele veroordeling naar Nederland mag terugkeren om zijn straf hier te ondergaan. De Turkse autoriteiten hebben daarvoor al een terugkeergarantie gegeven, maar de rechtbank adviseert de minister om een specifieke en onvoorwaardelijke garantie te verlangen.
Ook adviseert de rechtbank om Turkije te laten garanderen dat de man na afronding van de strafzaak niet alsnog een eerder opgelegde maar nog niet uitgevoerde gevangenisstraf hoeft uit te zitten. De verdediging had aangevoerd dat in Turkije nog een eerdere gevangenisstraf van anderhalf jaar openstaat.
Daarnaast adviseert de rechtbank de minister om de garantie te vragen dat de man in Turkije niet wordt blootgesteld aan foltering of een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 3 EVRM.
Geen advies over Nederlandse strafzaak
De verdediging stelde ook dat tegen de man nog een strafzaak in Nederland zou lopen wegens witwassen. De raadsman vroeg de rechtbank om de minister te adviseren rekening te houden met het aanwezigheidsrecht van de man in die zaak.
De rechtbank zag daarvoor geen reden. Volgens de rechtbank is niet gebleken en ook niet nader onderbouwd dat daadwerkelijk sprake is van een lopende Nederlandse strafzaak waarin de man moet verschijnen.
De rechtbank laat de eerder bevolen gevangenhouding in stand. Die gevangenhouding was al geschorst onder voorwaarden. De uitspraak betekent niet dat de man direct wordt uitgeleverd. De minister moet nog beslissen of de uitlevering daadwerkelijk wordt toegestaan en onder welke garanties dat gebeurt.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



