DEN HAAG, 26 mei 2026 – Het kabinet wil de aanpak van ondermijning door georganiseerde criminaliteit verbreden naar een maatschappelijke aanpak, waarbij niet alleen politie en justitie, maar ook bedrijven, gemeenten, scholen, zorginstellingen en burgers een grotere rol krijgen. Dat blijkt uit de koersbrief over ondermijning die minister David van Weel van Justitie en Veiligheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
De brief is gebaseerd op het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland, opgesteld door het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit. Ook het advies van het Strategisch Beraad Ondermijning en een overzicht van moties en toezeggingen zijn daarbij betrokken. De stukken zijn afgestemd met onder meer het brede ondermijningsveld, het Strategisch Beraad Ondermijning en de Ambtelijke Commissie Aanpak Ondermijning.
Volgens het kabinet is ondermijning niet langer te beschouwen als een probleem van een afzonderlijke onderwereld. Criminele samenwerkingsverbanden maken gebruik van legale infrastructuren, bedrijven, logistieke knooppunten, financiële dienstverleners, vastgoed, zorg en digitale platforms. Daardoor ontstaat een verweven systeem waarin criminele belangen zich kunnen nestelen in de reguliere samenleving.
Vijf dreigingen voor nationale veiligheid
Het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland beschrijft vijf dreigingen die volgens het kabinet de komende jaren bepalend zijn. Het gaat om criminele netwerken die maatschappelijke tekorten opvullen, een olievlekwerking waarbij steeds meer burgers en organisaties betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit, structurele beïnvloeding van besluitvorming, witwassen via uiteenlopende financiële kanalen en verwevenheid tussen criminelen en statelijke of ideologische actoren.
Deze dreigingen raken volgens het rapport vooral de economische veiligheid en de sociale en politieke stabiliteit. Ook de internationale reputatie van Nederland kan onder druk komen te staan. Het dreigingsbeeld benadrukt dat het niet alleen gaat om zichtbare criminaliteit, zoals drugshandel of geweld, maar juist om de schade die ontstaat wanneer criminele netwerken toegang krijgen tot legale structuren.
Het rapport spreekt van ondermijning als “betonrot” in de fundamenten van de samenleving. Die aantasting verloopt vaak langzaam en is niet altijd zichtbaar, maar kan uiteindelijk leiden tot verlies van vertrouwen in overheid, economie en rechtsstaat. Criminele organisaties gebruiken Nederlandse infrastructuren om geld te verdienen, hun operaties af te schermen, macht uit te bouwen, informatie te verkrijgen en toegang te krijgen tot locaties of officiële documenten.
Breder dan politie en justitie
De kabinetskoers bouwt voort op de bestaande aanpak langs de lijnen voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Volgens het kabinet blijft dat fundament overeind, maar moet de aanpak worden verbreed. De samenleving als geheel moet weerbaarder worden tegen criminele inmenging. Daarbij wordt verwezen naar lessen uit Italië, waar overheid en samenleving als één front tegen georganiseerde criminaliteit moeten optreden.
De minister noemt drie hoofdprioriteiten: een veilige en integere economie, het tegengaan van corruptie en een sterkere internationale aanpak. Daarvoor is volgens de koersbrief een goede informatiepositie nodig, net als betere samenwerking, doorzettingskracht en het benutten van nieuwe technologie. Signalen van ondermijning mogen niet blijven liggen doordat onduidelijk is welke organisatie moet handelen of omdat gegevensdeling vastloopt.
Het Strategisch Beraad Ondermijning pleit eveneens voor een systemische aanpak. Daarbij moet scherper worden gekeken in welke sectoren en branches kwetsbaarheden zitten. Partners die invloed hebben op die kwetsbaarheden moeten volgens het beraad worden gemobiliseerd om “deuren dicht te zetten” voor crimineel misbruik.
Economie moet minder aantrekkelijk worden voor criminelen
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe koers is het versterken van de weerbaarheid van de economie. Criminele netwerken gebruiken bedrijven en sectoren om illegale goederen te vervoeren, geld wit te wassen of zich af te schermen achter legale constructies. Vooral transport en logistiek, vastgoed, zorg, horeca, detailhandel en financiële dienstverleners worden genoemd als kwetsbare terreinen.
Het kabinet wil de weerbaarheid van transport en logistiek versterken en het zogeheten gatekeeperprogramma verder uitrollen naar andere mainports. Ook de aanpak van zorgcriminaliteit wordt verstevigd. De rol van de Kamer van Koophandel moet worden versterkt en het nieuwe Europese anti-witwaspakket moet verder worden ingevoerd.
Het SBO wijst erop dat bonafide ondernemers in verschillende sectoren worden weggeconcurreerd door criminelen. Criminele netwerken gebruiken legale structuren om hun verdienmodel te ondersteunen. Een voorbeeld is het gemak waarmee rechtspersonen kunnen worden opgericht om criminele activiteiten te faciliteren of te verhullen.
Ook de zorgsector krijgt nadrukkelijk aandacht. Volgens de koersbrief tasten criminele samenwerkingsverbanden de integriteit van het zorgstelsel aan door fraude te plegen of zorgbedrijven als dekmantel te gebruiken. Sociale voorzieningen moeten betrouwbaar blijven, omdat misbruik niet alleen financiële schade veroorzaakt, maar ook het vertrouwen in de overheid ondermijnt.
Zorgfraude blijft strafbaar via bestaande wetten
Uit het overzicht van moties en toezeggingen blijkt dat het kabinet geen aparte wettelijke strafbaarstelling voor zorgfraude noodzakelijk vindt. Volgens de minister is er al voldoende wettelijke basis voor opsporing en vervolging. Het Openbaar Ministerie kan bestaande strafbepalingen gebruiken, zoals oplichting, valsheid in geschrifte, verduistering en witwassen.
Daarnaast blijft bestuursrechtelijke handhaving belangrijk. Zorgverzekeraars kunnen geld terugvorderen en toezichthouders kunnen lasten onder dwangsom of bestuurlijke boetes opleggen. De Nederlandse Zorgautoriteit kan optreden op basis van de Wet marktordening gezondheidszorg, onder meer bij onrechtmatige tarieven of ondeugdelijke administratie.
Corruptie als cruciale schakel
De tweede prioriteit is het tegengaan van corruptie en criminele inmenging. Volgens de koersbrief hebben criminelen vaak personen nodig binnen bedrijven of overheid die informatie, toegang tot systemen of toegang tot fysieke locaties leveren. Dat kan vrijwillig gebeuren, maar ook onder druk of door bedreiging.
Het kabinet wil onder meer inzetten op betere bescherming van reisdocumenten, strikter autorisatiebeheer, logging en actieve monitoring binnen ICT-systemen van de overheid. Daarmee moet misbruik sneller zichtbaar worden. Ook decentraal bestuur en publieke dienstverlening worden genoemd als kwetsbare onderdelen die weerbaarder moeten worden gemaakt.
Het SBO adviseert daarnaast vol in te zetten op het tegengaan van “jobhoppen” door niet-integere medewerkers in publieke en private sectoren. Ook moeten systemen en mensen weerbaarder worden tegen criminele inmenging.
Jongeren en kwetsbaren in beeld
Het kabinet waarschuwt dat jongeren in sommige wijken bij school, via sociale media en via andere digitale platforms worden geronseld. De aantrekkingskracht van snel geld verdienen kan jongeren richting criminaliteit trekken. Daarom blijft preventie een belangrijk onderdeel van de aanpak.
In de moties en toezeggingen wordt gewezen op het belang van jongerenwerkers, zowel fysiek als online. Het project Drop-In, waarvoor eerder subsidie is verstrekt aan Sociaal Werk Nederland, richt zich op versterking van professioneel jongerenwerk bij criminaliteitspreventie en ondermijning.
Ook leegstand van agrarisch vastgoed krijgt aandacht. Lege panden in het buitengebied kunnen aantrekkelijk zijn voor crimineel gebruik, bijvoorbeeld voor drugslabs of opslag. Gemeenten krijgen via bestaande handreikingen praktische hulpmiddelen om leegstand beter in beeld te brengen en aan te pakken.
Internationale aanpak wordt uitgebreid
De derde prioriteit is internationale samenwerking. Volgens het kabinet is ondermijning door georganiseerde criminaliteit een internationaal fenomeen waarvan de gevolgen lokaal neerslaan. Drugssmokkel, witwassen en criminele geldstromen vragen daarom om samenwerking met bron- en transitlanden in onder meer Latijns-Amerika, de Cariben, West-Afrika en de Westelijke Balkan.
Nederland werkt daarnaast binnen Europa samen in een coalitie van acht landen tegen georganiseerde criminaliteit. De Nederlandse aanpak heeft volgens de koersbrief invloed gehad op de EU-Havenstrategie en de voortzetting van de EU-Havenalliantie. Daarbij gaat het onder meer om havenassessments in derde landen en grensoverschrijdende backgroundchecks van havenmedewerkers.
Ook geopolitieke ontwikkelingen spelen mee. Criminele netwerken kunnen volgens het dreigingsbeeld worden gebruikt door statelijke actoren, bijvoorbeeld voor hybride conflictvoering. Omgekeerd kunnen criminelen profiteren van internationale spanningen, sanctieontduiking, smokkelroutes en zwakke plekken in toezicht.
Kamer krijgt verdere uitwerking
De komende periode werkt het kabinet de actielijnen uit in concrete maatregelen. Op korte termijn gaat het onder meer om verdere versterking van transport en logistiek, de aanpak van zorgcriminaliteit, de rol van de Kamer van Koophandel, de invoering van anti-witwasmaatregelen, de corruptieaanpak en internationale samenwerking met West-Afrika en de C8-landen.
Volgens het kabinet is langdurige inzet noodzakelijk. Het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland moet niet alleen dienen als analyse van risico’s, maar ook als basis voor beleid, preventie en vroegtijdige signalering. Daarmee moet worden voorkomen dat georganiseerde criminaliteit verder doordringt in economie, bestuur en samenleving.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







