DEN HAAG, 18 mei 2026 – Het kabinet ziet geen aanwijzingen dat de in een recent onderzoek genoemde megatrawlers illegaal hebben gevist in beschermde gebieden op de Nederlandse Noordzee. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op Kamervragen van PvdD-Kamerlid Ines Kostić.
De vragen volgden op de campagne Stop the Dirty Dozen, waarin twaalf pelagische trawlers onder de aandacht werden gebracht. Volgens het onderzoek achter de campagne zouden Nederlandse megatrawlers op grote schaal natuurbeschermingswetten overtreden door te vissen in mariene beschermde gebieden en Natura 2000-gebieden.
Erkens stelt dat vissen in beschermde natuurgebieden niet automatisch illegaal is. Volgens hem gelden niet in alle beschermde gebieden visserijbeperkende maatregelen. Als die maatregelen er wel zijn, richten die zich volgens het kabinet vaak op bodemberoerende visserij en niet op pelagische visserij, waarbij in de waterkolom wordt gevist.
Geen aanwijzingen voor overtredingen op Nederlandse Noordzee
Volgens de staatssecretaris zijn er op de Nederlandse Noordzee momenteel alleen enkele gebieden gesloten voor bodemberoerende visserij. Voor pelagische visserij gelden daar volgens hem geen algemene beperkingen. De twee Nederlands gevlagde vaartuigen die in het onderzoek worden genoemd, beoefenen volgens het kabinet uitsluitend pelagische visserij.
Voor negen van de twaalf genoemde vaartuigen gelden volgens de beantwoording geen visserijbeperkende maatregelen op de Nederlandse Noordzee, omdat zij alleen pelagisch vissen. Drie vaartuigen kunnen ook demersaal, ofwel bodemberoerend, vissen. Voor die vorm van visserij gelden in beschermde gebieden wel beperkingen, onder meer op basis van het Noordzeeakkoord.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft volgens het kabinet geen overtredingen vastgesteld van de genoemde vaartuigen in beschermde gebieden op de Nederlandse Noordzee. Er worden daarom geen maatregelen genomen tegen de betrokken bedrijven. Als overtredingen worden geconstateerd, wordt volgens Erkens gehandhaafd volgens het geldende interventiebeleid.
Betrouwbaarheid onderzoek niet vastgesteld
Uit de bijbehorende beslisnota blijkt dat de beantwoording van de Kamervragen is afgestemd met de NVWA en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In de nota staat ook dat niet is te achterhalen door wie het aangehaalde onderzoek is uitgevoerd. Omdat het rapport volgens het ministerie soms wel en soms geen bronvermelding bevat, kan de betrouwbaarheid en correctheid ervan niet worden vastgesteld.
Het kabinet wijst er daarnaast op dat een groot deel van het onderzoek gaat over vaartuigen die niet onder Nederlandse vlag varen en over gebieden die buiten Nederlandse jurisdictie liggen. In die gevallen zijn volgens de staatssecretaris in eerste instantie de betreffende vlagstaat of kuststaat verantwoordelijk voor toezicht, controle en handhaving.
Controle op quota en beschermde gebieden
Vissers moeten tijdens een visreis hun vangsten en eventuele discards registreren in een elektronisch logboek. Bij aanlanding wordt de totale vangst officieel gewogen. Die gegevens worden gebruikt om de benutting van quota vast te stellen. Daarnaast worden logboekgegevens en weegresultaten met elkaar vergeleken.
De NVWA voert volgens de beantwoording fysieke en administratieve controles uit op de weging van visserijproducten en op toegestane tolerantiewaarden. RVO monitort wekelijks de nationale benutting van Nederlandse visquota. De benutting van groepscontingenten wordt in samenwerking met producentenorganisaties tweewekelijks gevolgd.
Over de specifieke handhavingscapaciteit voor trawlers doet het kabinet geen uitspraak. Die capaciteit is onderdeel van de risicogebaseerde inzet van de NVWA.
Drie quotumoverschrijdingen in vijf jaar
Volgens Erkens is in de afgelopen vijf jaar drie keer boven het toegestane quotum van een bepaalde soort gevist. Wanneer een quotum knellend wordt, bekijkt RVO samen met producentenorganisaties of aanvullende vangstmogelijkheden kunnen worden geruild met andere lidstaten of het Verenigd Koninkrijk.
Als zo’n ruil niet mogelijk blijkt, worden overschrijdingen volgens de Europese controleverordening in mindering gebracht op de vangstmogelijkheden van Nederland in het volgende jaar. Dat kan volgens de regels ook met een vermenigvuldigingsfactor. Bij overschrijding van een bijvangstbestand kan de hoeveelheid worden afgetrokken van het quotum van de doelsoort.
Discussie over ‘Paper Parks’
Kostić vroeg ook naar zogenoemde Paper Parks: beschermde gebieden die op papier bestaan, maar in de praktijk volgens critici onvoldoende bescherming bieden tegen menselijke activiteiten, waaronder visserij. Erkens zegt bekend te zijn met die term, maar benadrukt dat Europese lidstaten zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van instandhoudingsmaatregelen.
Volgens het kabinet zijn de te nemen maatregelen afhankelijk van het beschermingsregime per gebied. In sommige beschermde gebieden gelden geen visserijbeperkende maatregelen, waardoor vissers daar onder voorwaarden mogen vissen.
Voor het Nederlandse deel van de Noordzee werkt het ministerie aan maatregelen via beheerplannen en visserijbeperkende maatregelen op basis van de zogenoemde artikel 11-procedure van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Die aanpak sluit volgens het kabinet aan bij het Noordzeeakkoord.
Bodemberoerende visserij blijft aandachtspunt
Het kabinet erkent dat bodemberoerende visserij een grote drukfactor is voor het mariene bodemleven. Volgens Erkens neemt Nederland maatregelen om natuurwaarden te beschermen en internationale afspraken na te komen.
In 2030 moet 15 procent van de Nederlandse Noordzee gevrijwaard zijn van bodemberoerende visserij. Momenteel gaat het volgens de beantwoording om 7,2 procent. Een voorstel om dat aandeel te verhogen naar 13,8 procent is ingediend bij de Europese Commissie. Voor de resterende 1,2 procent volgt nog nadere invulling.
Het voorstel bevat onder meer aanvullende visserijbeperkende maatregelen, een halfjaarlijkse beperking voor staandwantvisserij op de Bruine Bank en een verbod op alle vormen van visserij in een deel van het KRM-gebied Friese Front.
Inzet op Europese samenwerking
Nederland blijft volgens het kabinet binnen de Europese Unie en internationale visserijorganisaties inzetten op de aanpak van illegale, ongereguleerde en ongecontroleerde visserij. Ook wordt gewerkt aan de implementatie van de herziene Europese controleverordening.
Sinds 10 januari 2026 gelden strengere regels voor Vessel Monitoring Systemen. Daarmee moet toezicht op verboden visserijactiviteiten in beschermde gebieden effectiever worden. Voor controles op zee blijft Nederland volgens Erkens samenwerken via Joint Deployment Plans onder coördinatie van het Europees Bureau voor Visserijcontrole.
Volgens het kabinet moet naleving van bestaande wettelijke verplichtingen leiden tot voldoende bescherming van natuurgebieden. Tegelijkertijd blijft de discussie over de ecologische impact van megatrawlers, pelagische visserij en bodemberoerende visserij politiek gevoelig.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





