Nederlanders klagen graag. Over de energieprijzen. Over boodschappen. Over belastingen. Over โdat alles tegenwoordig onbetaalbaar isโ. Het is een refrein dat het hele jaar door klinkt โ op verjaardagen, in praatprogrammaโs en onder nieuwsberichten op sociale media.
Maar zodra de laatste dagen van december aanbreken, lijkt dat collectieve geldgebrek ineens te verdampen.
Honderden euroโs de lucht in
In de dagen rond oud en nieuw verdwijnen er jaarlijks honderden miljoenen euroโs in rook. Letterlijk. Complete maandsalarissen worden omgezet in siervuurwerk, knalstrengen en vuurpijlen die in enkele seconden verdampen. Sommige huishoudens geven zonder blikken of blozen vijfhonderd tot duizend euro uit aan vuurwerk โ en dat terwijl dezelfde mensen eerder in het jaar klaagden dat โalles te duur is gewordenโ.
Het wringt.
De paradox van het klagen
Wie รฉcht structureel geld tekort komt, heeft simpelweg geen ruimte voor luxe-uitgaven. Toch lijkt vuurwerk voor veel Nederlanders geen luxe, maar een recht. Een traditie die koste wat kost moet doorgaan, zelfs als de energierekening stijgt of de boodschappen duurder worden.
Dat roept de vraag op: is het echt armoede, of vooral een kwestie van prioriteiten?
Symbolisch consumentengedrag
Vuurwerk is geen eerste levensbehoefte. Het is emotie, status en beleving. Een manier om รฉรฉn avond per jaar groots uit te pakken โ en even te vergeten dat het huishoudboekje eigenlijk al maanden onder druk staat.
Maar wie structureel klaagt over geldgebrek, kan moeilijk volhouden dat hij โgeen keuze heeftโ, terwijl er tegelijkertijd honderden euroโs worden omgezet in knallen en rook.
Tijd voor eerlijkheid
Deze column gaat niet over verbieden of beleren. Wel over eerlijkheid. Tegen jezelf, en tegen elkaar. Want wie werkelijk geen geld heeft, maakt andere keuzes. En wie wรฉl kiest voor duur vuurwerk, moet misschien ook durven toegeven: zo slecht gaat het eigenlijk niet.
En dรกt is misschien wel de hardste knal van allemaal.



