Een kwart eeuw geleden klonk de politieke belofte nog rooskleurig. Marktwerking zou zorgen voor meer efficiรซntie, lagere prijzen en een betere dienstverlening voor de Nederlandse burger. De overheid moest zich terugtrekken en ruimte maken voor het bedrijfsleven.
Onder aanvoering van opeenvolgende kabinetten met een sterke stempel van de VVD, werd een nadrukkelijk neoliberaal pad ingeslagen. Vandaag de dag is de balans op te maken en het resultaat is een land waarin de gewone man de eindjes nauwelijks nog aan elkaar kan knopen. De fundamentele pilaren van de samenleving zijn verkwanseld aan partijen die sturen op financieel rendement, waardoor het dagelijks leven voor grote groepen mensen simpelweg onbetaalbaar is geworden.
Wanneer publieke voorzieningen in de etalage worden gezet, is het wachten op de uitverkoop. Het openbaar vervoer is daar een pijnlijk voorbeeld van. Het netwerk van treinen en bussen werd ooit beschouwd als een publieke basistaak, bedoeld om het land bereikbaar te houden voor elke inwoner, ongeacht de woonplaats. Door de introductie van marktwerking moesten vervoersbedrijven gaan concurreren op concessies.
De keiharde realiteit is echter dat trajecten in de periferie, die niet direct rendabel zijn, rรผcksichtslos worden weggesaneerd. De reiziger betaalt inmiddels de hoofdprijs voor een kaartje, terwijl treinen en bussen uitpuilen of simpelweg niet rijden vanwege chronische personeelstekorten.
De geroemde efficiรซntieslag heeft vooral geleid tot een verschraling van de dienstverlening. Buitenlandse moederbedrijven van regionale vervoerders optimaliseren hun bedrijfsvoering, terwijl de reiziger letterlijk in de kou staat.
Energie als verdienmodel in plaats van basisbehoefte
Hetzelfde ontluisterende patroon is zichtbaar in de energiesector. Gas en elektriciteit zijn geen luxeartikelen, maar absolute en fundamentele levensbehoeften. Toch zijn de voormalige staats- en provinciebedrijven de afgelopen decennia opgesplitst en veelal verkocht aan grote internationale, commerciรซle energiereuzen.
De belofte van lagere prijzen door gezonde concurrentie is volledig verdampt. Tijdens de recente crises werd pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk de burger is gemaakt van commerciรซle partijen die hun consumententarieven razendsnel verhogen zodra de inkoopprijzen op de wereldmarkt stijgen.
De winstmarges van deze energiebedrijven rijzen soms de pan uit, terwijl tienduizenden huishoudens gedwongen worden om in de winter de verwarming uit te laten. De controle over de eigen nationale energievoorziening is door de overheid welbewust uit handen gegeven, waarna de gepeperde rekening genadeloos op het bordje van de kwetsbare consument is gelegd.
Marktwerking in de zorg: een complexe realiteit
De gezondheidszorg is misschien wel het meest besproken en bekritiseerde dossier van de afgelopen vijfentwintig jaar. Ook hier was het heersende adagium dat concurrentie de kosten in toom zou houden. Ziekenhuizen moesten gaan concurreren en burgers werden gepromoveerd tot consumenten die elk jaar op zoek moeten naar de voordeligste polis.
Er is in deze specifieke sector echter een belangrijke nuance aan te brengen, die in het gepolariseerde publieke debat weleens over het hoofd wordt gezien. In Nederland is het commerciรซle zorgverzekeraars wettelijk verboden om winst uit te keren aan aandeelhouders. De wet schrijft strikt voor dat alle financiรซle overschotten moeten worden geherinvesteerd in de zorg zelf, of gebruikt dienen te worden om de premiestijging voor de verzekerde te dempen.
Desondanks voelt het stelsel voor de gemiddelde Nederlander als een onbetaalbare en bureaucratische moloch. De administratieve lasten in de medische sector zijn geรซxplodeerd, omdat elke behandeling geregistreerd, afgevinkt en gedeclareerd moet worden om aan de eisen van de markt te voldoen.
De zorgverlener besteedt uren achter het beeldscherm in plaats van aan het bed van de patiรซnt. Tegelijkertijd stijgen de maandelijkse premies onverminderd door en dwingt het verplichte eigen risico mensen met een smalle beurs soms zelfs om medisch noodzakelijke zorg te mijden.
De intentie om winstuitkeringen in de basiszorg te verbieden is correct vastgelegd, maar het gehanteerde model van marktwerking heeft alsnog geleid tot een systeem dat financieel en organisatorisch piept en kraakt.
De harde erfenis van een kwart eeuw liberaal beleid
De afgelopen decennia van neoliberaal beleid hebben het sociaal-economische gezicht van Nederland ingrijpend en blijvend veranderd. De overheid heeft haar beschermende rol als hoeder van publieke basisvoorzieningen verruild voor die van een marktmeester op grote afstand.
Dit heeft de nationale begroting op papier wellicht passend gemaakt, maar de maatschappelijke kosten zijn in de praktijk onmetelijk groot. Een betrouwbare overheid hoort de garantie te bieden op betaalbaar openbaar vervoer, toegankelijke en betaalbare energie, en een overzichtelijk, solidair zorgstelsel.
Wanneer alles in de samenleving uitsluitend wordt benaderd als een markt met consumenten, vervaagt de inherente waarde van het collectief. De gewone man voelt de kille gevolgen van dit beleid dagelijks in de portemonnee.
Het is de hoogste tijd voor een fundamentele herbezinning op de inrichting van de verzorgingsstaat. Essentiรซle voorzieningen moeten onvoorwaardelijk weer ten dienste staan van de samenleving, in plaats van te fungeren als handelswaar op een kunstmatig gecreรซerde markt.
Zolang die politieke koerswijziging uitblijft, blijft Nederland een land waar zekerheid en basisbehoeften voor velen gereduceerd zijn tot een onbetaalbare luxe.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



