DEN HAAG – Klimaatactiegroep Extinction Rebellion (XR) wil dat politieagenten tijdens demonstraties verplicht een duidelijk zichtbaar identificatienummer of naamplaatje dragen. Daarmee moeten demonstranten die naar eigen zeggen slachtoffer zijn geworden van onrechtmatig politiegeweld eenvoudiger kunnen achterhalen welke agent verantwoordelijk was. Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid weigert aan die eis tegemoet te komen. XR heeft aangekondigd naar de rechter te stappen wanneer de overheid niet meewerkt.

Volgens de actiegroep is het momenteel te moeilijk om individuele agenten aansprakelijk te stellen of strafrechtelijk te laten vervolgen wanneer zij tijdens demonstraties over de schreef zouden zijn gegaan. Advocaten van XR hebben daarom de Nederlandse Staat en de Nationale Politie formeel aangeschreven.

Agenten volgens XR moeilijk te identificeren

De juristen van Extinction Rebellion stellen dat klachten en aangiften over mogelijk buitensporig politiegeweld regelmatig vastlopen doordat niet kan worden vastgesteld welke agent bij een incident betrokken was.

Als voorbeeld wijzen zij op een demonstrant die bij een hardhandige aanhouding een gebroken pols opliep. Volgens de advocaten bleek achteraf niet meer vast te stellen welke politiemedewerkers daarbij betrokken waren.

Van de betreffende aanhouding was bovendien geen proces-verbaal opgemaakt en ontbrak de verplichte geweldsregistratie. Daardoor werd het volgens de juristen bijzonder moeilijk om de gang van zaken te onderzoeken.

Minister vreest intimidatie van politieagenten

Minister Van Weel ziet niets in een verplicht zichtbaar identificatienummer. Volgens hem brengt een dergelijke maatregel veiligheidsrisico's met zich mee voor politiemedewerkers.

De bewindsman wijst erop dat agenten na beschuldigingen van buitensporig geweld soms worden opgespoord via internet, persoonlijk worden geïntimideerd of zelfs bij hun woning worden lastiggevallen.

Van Weel vindt dat politiemedewerkers voldoende bescherming moeten houden tegen dergelijke praktijken.

Volgens de minister bestaan er bovendien al mogelijkheden om te achterhalen welke agent bij een incident betrokken was. Zo kunnen camerabeelden worden gebruikt om het optreden van de politie te reconstrueren.

XR wil overheid voor de rechter dagen

Extinction Rebellion deelt die opvatting niet. De organisatie vindt dat burgers die een klacht willen indienen of juridische stappen willen ondernemen, niet afhankelijk mogen zijn van de vraag of er voldoende camerabeelden beschikbaar zijn.

Advocaat Willem Jebbink en zijn collega's hebben de overheid daarom gevraagd te erkennen dat zichtbare identificatie tijdens demonstraties noodzakelijk is.

In juni stelde XR de Staat en de Nationale Politie een termijn van vier weken om medewerking toe te zeggen. Wanneer die uitbleef, zou de organisatie de kwestie aan de rechter voorleggen.

Of die aangekondigde procedure inmiddels daadwerkelijk is begonnen, is niet bevestigd.

Discussie over controle op politieoptreden

De kwestie raakt aan de bredere discussie over het demonstratierecht en het toezicht op politiegeweld.

XR stelt dat zichtbare identificatienummers ook voor politiemedewerkers voordelen hebben. Klachten zouden sneller kunnen worden onderzocht en het zou duidelijker worden welke agent bij een bepaald optreden betrokken was.

De minister legt juist de nadruk op de veiligheid en privacy van agenten. Hij vindt dat bestaande procedures voldoende mogelijkheden bieden om klachten over politieoptreden te onderzoeken.

Mocht de zaak daadwerkelijk aan de rechter worden voorgelegd, dan zal deze moeten beoordelen of de huidige mogelijkheden om agenten te identificeren voldoende zijn.