OM eist cel voor financiering Hamas-netwerk

Volgens justitie maakte de verdachte samen met Stichting ISRAA tussen 2010 en 2023 langdurig geld over naar organisaties die verbonden zouden zijn aan Hamas

Bookmark

Lees dit ook...

HBP Media
HBP Mediahttps://hbpmedia.nl
24 uur per dag het wereldwijde nieuws op uw scherm.. Iets te melden/klagen: info@hbpmedia.nl . Columns zijn op persoonlijke titel

ROTTERDAM, 15 april 2026 – Het Openbaar Ministerie heeft tegen de 58-jarige Abou G. uit Leidschendam een gevangenisstraf van vier jaar geëist, waarvan één jaar voorwaardelijk, wegens het beschikbaar stellen van geld aan organisaties die volgens justitie gelieerd zijn aan Hamas. De zaak diende in Rotterdam. Volgens het OM gaat het om structurele geldstromen die over een lange periode via verschillende constructies zijn geleid.

Volgens justitie maakte de verdachte samen met Stichting ISRAA tussen 2010 en 2023 langdurig geld over naar organisaties die verbonden zouden zijn aan Hamas. Het OM schat dat via die route ongeveer 8 miljoen euro is overgemaakt. Daarnaast zou tussen 2003 en medio 2023 voor ongeveer 11,5 miljoen euro aan geldstromen via omwegen en tussenorganisaties zijn verplaatst om sanctiemaatregelen te ontwijken.

Jarenlange geldstromen via tussenroutes

Het OM stelt dat de gelden uiteindelijk terechtkwamen in het zogeheten da’wa-netwerk van Hamas. Dat netwerk wordt door deskundigen en justitie gezien als onderdeel van de bredere Hamas-structuur. Volgens het OM werden verschillende routes en tussenpersonen gebruikt om transacties mogelijk te maken wanneer rechtstreekse overboekingen niet meer konden.

Daarmee is volgens justitie niet alleen sprake van het verstrekken van geld aan een verboden organisatie, maar ook van het bewust omzeilen van internationale sanctieregels. De Europese Unie heeft tegen Hamas specifieke beperkende maatregelen ingesteld in het kader van de bestrijding van terrorisme. Het OM noemt die sanctiewetgeving van groot belang voor de internationale rechtsorde en veiligheid.

OM: stichting zette werk van Al Aqsa voort

Een belangrijk onderdeel van de zaak is volgens het OM de rol van Stichting ISRAA als mogelijke voortzetting van de eerder gesanctioneerde Stichting Al Aqsa. Die stichting viel onder dezelfde sanctieregeling als Hamas. Justitie verwijt de verdachte dat hij de activiteiten van Al Aqsa via ISRAA heeft voortgezet in de periode van 2003 tot medio 2023.

Daarnaast zou volgens het OM een bank onjuist zijn geïnformeerd. De verdachte zou hebben doen voorkomen dat hij geen bemoeienis had met Stichting ISRAA, terwijl de financiële instelling juist probeerde te voldoen aan verplichtingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de Wwft. Door die onjuiste voorstelling van zaken konden geldstromen volgens justitie doorgaan.

Verdachte had volgens justitie leidende rol

Het OM stelt dat uit administratie, communicatie en verklaringen blijkt dat de verdachte een sturende rol had. Hij zou contacten hebben onderhouden met ontvangers in Gaza, hebben bepaald via welke routes geld werd overgemaakt en actief alternatieven hebben gezocht wanneer transacties werden tegengehouden.

Volgens justitie wijst dat op opzet. De verdachte zou hebben geweten dat de gelden terechtkwamen bij organisaties die aan Hamas gelieerd waren. Het OM ziet hem daarom als een centrale schakel in de geldstromen die onderwerp zijn van het strafrechtelijk onderzoek. In berichtgeving over de zaak wordt de verdachte ook in verband gebracht met een langdurig FIOD-onderzoek naar ongebruikelijke transacties.

OM benadrukt ernst van de verdenkingen

De officier van justitie noemt de feiten ernstig vanwege de duur van de periode, de omvang van de bedragen en de ondermijning van het internationale sanctiestelsel. Volgens het OM kunnen ideologische of humanitaire motieven nooit een rechtvaardiging zijn om sanctiewetgeving te overtreden.

Met de geëiste straf wil het OM volgens de eigen toelichting duidelijk maken dat het overtreden van regels die bedoeld zijn om terrorisme te bestrijden zwaar wordt aangerekend. De rechtbank doet op een later moment uitspraak.

Strafzaak nog niet definitief beslist

De zaak draait op dit moment om verdenkingen en een strafeis van het Openbaar Ministerie. De rechtbank moet nog beoordelen welke feiten bewezen worden geacht en welke straf uiteindelijk wordt opgelegd. Daarmee is de uitkomst van de strafzaak nog niet definitief.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Meer van dit..

Geef een reactie

- Advertisement -

Nieuw binnen