AMSTERDAM, 3 augustus 2026 โ Festivalorganisator No Art heeft het kort geding over het gebruik van de Westzijde van het Sloterpark verloren. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft alle eisen tegen de gemeente Amsterdam, Optisport, Loveland en Mystic Garden afgewezen.
De rechter oordeelt dat Optisport als private onderneming vrij is om exclusieve afspraken te maken over het gebruik van het door haar gehuurde terrein. De gemeente kan Optisport op basis van de bestaande huurovereenkomst niet verplichten het terrein ook aan No Art beschikbaar te stellen.
No Art zoekt nieuwe festivalplaats
No Art organiseerde het jaarlijkse festival tot en met 2026 in het Flevopark. Door wijzigingen in het locatieprofiel zijn daar in 2027 minder bezoekers en minder podia toegestaan. De organisator ging daarom op zoek naar een andere locatie waar een grootschalig en meerdaags festival mogelijk blijft.
Op 22 april 2026 vroeg No Art bij de gemeente Amsterdam om voor drie jaar op de Evenementenkalender te worden geplaatst. De voorkeurslocatie was de Westzijde van het Sloterpark. No Art wilde daar een tweedaags festival voor maximaal 25.000 bezoekers organiseren.
De festivallocatie bestaat uit twee delen. Het zogenoemde A-terrein bestaat voornamelijk uit het park en een klein gedeelte van het zwembadterrein. Het B-terrein omvat de rest van het terrein van het Sloterparkbad. Op alleen het A-terrein zijn maximaal 23.760 bezoekers toegestaan. Met beide terreinen samen stijgt de capaciteit naar 25.000 bezoekers.
Op de locatie mogen jaarlijks maximaal twee tweedaagse evenementen met meer dan 20.000 bezoekers worden gehouden.
Optisport heeft exclusieve overeenkomsten
Het zwembadterrein wordt sinds 2010 door de gemeente verhuurd aan Optisport, dat het zwembad al sinds 2001 exploiteert. Organisatoren die het zwembadterrein voor een evenement willen gebruiken, moeten daarvoor een overeenkomst sluiten met Optisport.
Loveland organiseert sinds 2005 jaarlijks een festival in het Sloterpark. Het bedrijf sloot in 2012 of 2014 een onderhuurovereenkomst met Optisport. Die overeenkomst werd in 2025 vernieuwd en geeft Loveland een exclusief gebruiksrecht.
Mystic Garden sloot in 2025, met toestemming van Loveland, eveneens een overeenkomst met Optisport. Ook deze organisator houdt jaarlijks een festival op het terrein.
No Art kreeg van Optisport geen verklaring waarin toestemming werd gegeven voor het gebruik van het volledige terrein. De gemeentelijke aanvraag werd desondanks niet afgewezen. De gemeente nam de aanvraag in behandeling als een verzoek voor een festival met maximaal 23.760 bezoekers op alleen het A-terrein.
Drie festivals strijden om twee plaatsen
Loveland en Mystic Garden hebben eveneens aanvragen ingediend voor plaatsing op de Amsterdamse Evenementenkalender voor 2027. Omdat op de locatie slechts ruimte is voor twee grote tweedaagse festivals, is de gemeente een verdelingsprocedure begonnen.
Een adviescommissie moet uiterlijk op 1 september 2026 een rangorde van de aanvragen vaststellen. Op basis van dat advies bepaalt de gemeente welke evenementen op de kalender komen. Een plaats op de Evenementenkalender betekent overigens nog niet dat automatisch een evenementenvergunning wordt verleend.
Volgens de rechter is de aanvraag van No Art dus niet buiten behandeling gesteld. No Art neemt nog steeds deel aan de gemeentelijke verdelingsprocedure.
Beroep op Didam-regels slaagt niet
No Art stelde dat de exclusieve overeenkomsten tussen Optisport, Loveland en Mystic Garden andere organisatoren bij voorbaat uitsluiten. Daardoor zou volgens het bedrijf geen sprake zijn van een eerlijk speelveld bij de verdeling van schaarse festivalmogelijkheden.
De organisator beriep zich daarbij onder meer op de zogenoemde Didam-regels. Die regels verplichten overheden onder bepaalde omstandigheden om bij de verkoop of verhuur van grond ruimte te bieden aan meerdere gegadigden.
De voorzieningenrechter stelde echter vast dat de huurovereenkomst tussen de gemeente en Optisport al bestond voordat deze regels in de rechtspraak werden ontwikkeld. Volgens de rechter volgt uit latere Didam-rechtspraak niet dat een bestaande overeenkomst daardoor nietig of vernietigbaar wordt.
De gemeente moet zich daarom aan het huurcontract met Optisport houden. In dat contract staat volgens het vonnis geen bevoegdheid waarmee de gemeente exclusieve onderverhuur kan verbieden of kan bepalen met welke festivalorganisator Optisport zaken moet doen.
Optisport is geen bestuursorgaan
Ook de eisen tegen Optisport zijn afgewezen. No Art beschouwde de zwembadexploitant als een verlengstuk van de gemeente, waardoor het bedrijf zich volgens de organisator aan publieke beginselen zoals het gelijkheidsbeginsel zou moeten houden.
De rechter ging daar niet in mee. Optisport is geen bestuursorgaan, beschikt niet over openbaar gezag en verleent geen evenementenvergunningen. Het bedrijf exploiteert een zwembad en voert daarmee volgens de rechtbank geen overheidstaak uit.
Als private onderneming heeft Optisport contractsvrijheid. Het bedrijf mag daarom zelf bepalen met welke partijen overeenkomsten worden gesloten en is niet verplicht No Art toegang tot het terrein te geven.
Daarbij spelen volgens de rechter meer zaken een rol dan alleen toestemming. Ook de huurvergoeding, de datum van het evenement, aansprakelijkheid, schoonmaak en andere praktische voorwaarden moeten tussen Optisport en een organisator worden vastgelegd.
No Art moet proceskosten betalen
Omdat de exclusieve afspraken volgens de rechter niet onrechtmatig zijn, zijn ook de eisen tegen Loveland en Mystic Garden afgewezen. No Art kan beide organisatoren niet verplichten afstand te doen van hun contractuele rechten.
De rechter erkent dat het voor No Art een grote tegenvaller kan zijn wanneer het festival in 2027 niet kan doorgaan. Dat staat echter nog niet vast, omdat de aanvraag nog wordt beoordeeld. Loveland en Mystic Garden hebben bovendien volgens de rechtbank een vergelijkbaar belang bij het doorgaan van hun evenementen.
No Art moet de proceskosten van de gemeente, Optisport, Loveland en Mystic Garden betalen. Deze kosten zijn voor iedere partij vastgesteld op 2.101 euro. Daar kan per partij nog 98 euro bijkomen, naast eventuele kosten voor de betekening van het vonnis. De uitspraak is direct uitvoerbaar verklaard.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



