DEN HELDER, 8 mei 2026 โ De Staat der Nederlanden is door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan twee burgers. De hoogste rechter in socialezekerheidszaken oordeelde dat de redelijke termijn voor de behandeling van hun juridische procedure is overschreden.
De uitspraak volgt op een langlopend conflict over een besluit van de gemeente Den Helder uit december 2021. Hoewel de inhoudelijke zaak inmiddels is afgerond, oordeelde de Raad dat de totale duur van de procedure in de rechterlijke fase te lang heeft geduurd.
Overschrijding van de redelijke termijn
In de Nederlandse rechtspraak geldt als uitgangspunt dat een procedure in twee instanties, zoals de rechtbank en het hoger beroep, in totaal niet langer dan vier jaar mag duren. In dit specifieke geval stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een langere procesduur rechtvaardigden.
De redelijke termijn bleek uiteindelijk met drie maanden te zijn overschreden. Omdat deze vertraging volledig ontstond tijdens de fase waarin de rechter zich over de zaak boog, is de Staat โ en in het bijzonder de minister van Justitie en Veiligheid โ aangewezen als de partij die de schade moet vergoeden.
Financiรซle compensatie en proceskosten
De Centrale Raad van Beroep kende de verzoekers een schadevergoeding toe van 500 euro. Dit bedrag is bedoeld als compensatie voor de immateriรซle schade die burgers ondervinden wanneer een juridische uitspraak onnodig lang op zich laat wachten.
Naast de schadevergoeding werd de Staat ook veroordeeld in de proceskosten die de burgers moesten maken voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding. Deze kosten zijn door de Raad begroot op 467 euro. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep onderstreept het belang van een voortvarende rechtsgang, waarbij burgers recht hebben op een uitspraak binnen een afzienbare tijd.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






