BREDA โ Het UWV heeft terecht geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen aan een vrouw die eerder werkte als logistiek medewerker. Dat heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld in een uitspraak van 4 juni 2026. Het beroep van de vrouw is ongegrond verklaard.
De vrouw meldde zich in augustus 2020 ziek met fysieke klachten. Zij had kort daarvoor zwangerschaps- en bevallingsverlof gehad. Later vroeg zij een WIA-uitkering aan, maar het UWV besloot dat zij per 12 augustus 2022 geen recht had op die uitkering.
Volgens het UWV was de vrouw minder dan 35 procent arbeidsongeschikt. Pas vanaf dat percentage kan recht ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Rugklachten en hypertensie onderzocht
De vrouw voerde aan dat haar beperkingen door het UWV te licht waren ingeschat. Zij wees onder meer op rugklachten, hoge bloeddruk en mogelijke bijwerkingen van medicatie. Ook stelde zij dat zij door haar klachten niet in staat was tot bepaalde werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is uitgevoerd. Verzekeringsartsen van het UWV bestudeerden het dossier, spraken de vrouw en betrokken medische informatie bij hun beoordeling. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid.
Volgens de rechtbank is rekening gehouden met de objectief vastgestelde klachten. Voor extra beperkingen, zoals het niet kunnen werken met machines of problemen met vervoer, zag de rechtbank onvoldoende medische onderbouwing.
Bezwaar duurde lang, maar was zorgvuldig
De vrouw klaagde ook over de lange duur van de bezwaarprocedure. De rechtbank erkent dat de behandeling lang heeft geduurd. Het UWV had eerder al een dwangsom toegekend vanwege het overschrijden van de beslistermijn.
Toch maakt die vertraging het besluit volgens de rechtbank niet onzorgvuldig. In bezwaar is onder meer een hoorzitting gehouden, aanvullende medische informatie opgevraagd en een fysiek spreekuurcontact uitgevoerd. Daarna volgde nog een arbeidskundige beoordeling.
Geselecteerde functies blijven staan
Voor de arbeidskundige beoordeling wees het UWV functies aan die de vrouw volgens de vastgestelde beperkingen nog zou kunnen uitvoeren. Het ging onder meer om functies als textielproductenmaker, lader/losser en snackbereider.
De rechtbank ziet geen aanleiding om die functies te schrappen. Omdat de medische beperkingen volgens de rechtbank niet zijn onderschat, mochten de functies worden gebruikt bij de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Geen WIA-uitkering en geen vergoeding
Het beroep is ongegrond verklaard. Daardoor verandert er voor de vrouw niets: zij krijgt geen WIA-uitkering. Ook krijgt zij geen proceskostenvergoeding en wordt het griffierecht niet terugbetaald.
Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







