Rechtbank wijst spoedverzoek Eritrese asielzoeker af

UitsprakenRechtbank wijst spoedverzoek Eritrese asielzoeker af

Rechtbank Den Haag wijst spoedverzoek af van zwangere Eritrese vrouw met bescherming in Duitsland.

DEN HAAG, 11 mei 2026 – De rechtbank Den Haag heeft het spoedverzoek van een zwangere Eritrese vrouw afgewezen. De vrouw wilde voorkomen dat zij aan Duitsland wordt overgedragen, maar volgens de voorzieningenrechter is daarvoor onvoldoende juridische grond. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank, zittingsplaats Groningen.

De zaak draait om een asielaanvraag die door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk is verklaard. De vrouw, van Eritrese nationaliteit, geniet volgens de minister al internationale bescherming in Duitsland. Daarom hoeft Nederland haar asielaanvraag inhoudelijk niet te behandelen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Daardoor wordt het besluit van de minister niet geschorst.

Asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard

De Eritrese vrouw diende in Nederland een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verklaarde die aanvraag op 19 maart 2026 niet-ontvankelijk.

Volgens de minister is de Dublinverordening in deze zaak niet van toepassing, omdat de vrouw in Duitsland al internationale bescherming heeft gekregen. De Duitse autoriteiten bevestigden op 25 maart 2026 dat zij instemmen met haar overdracht.

De vrouw stelde beroep in tegen het besluit en vroeg daarnaast om een voorlopige voorziening. Met zo’n spoedprocedure kan worden gevraagd om een besluit tijdelijk tegen te houden zolang de rechter nog niet definitief over het beroep heeft geoordeeld.

Zwangerschap zorgt voor spoedeisend belang

De rechtbank erkent dat sprake is van spoed. De vrouw is zwanger en heeft als verwachte bevallingsdatum 27 juni 2026. De behandeling van het beroep staat gepland op 16 juli 2026.

Omdat de bevalling dus vóór de zitting in de bodemprocedure wordt verwacht, mocht de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak doen. Dat is op grond van de Algemene wet bestuursrecht mogelijk wanneer sprake is van onverwijlde spoed.

Die spoed betekent echter niet automatisch dat het verzoek wordt toegewezen. De rechter beoordeelde vervolgens of het beroep tegen het besluit een redelijke kans van slagen heeft.

Geen onderbouwing tegen overdracht aan Duitsland

Volgens de voorzieningenrechter heeft de vrouw onvoldoende stukken ingebracht om haar standpunt te onderbouwen. Zij voerde aan dat Nederland niet zonder meer mag vertrouwen op Duitsland, maar leverde geen stukken aan waaruit blijkt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer zou gelden.

Dat beginsel houdt in dat Nederland er in beginsel van mag uitgaan dat andere EU-lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Alleen bij concrete aanwijzingen van ernstige tekortkomingen kan daarvan worden afgeweken.

De vrouw heeft volgens de rechtbank ook niet aangetoond dat zij in Duitsland heeft geprobeerd hulp te krijgen of een klacht in te dienen bij de Duitse autoriteiten. Ook haar beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat ziet op het recht op privé- en gezinsleven, is niet met stukken onderbouwd.

De voorzieningenrechter stelt dat de vrouw, wanneer zij meent op grond van artikel 8 EVRM recht te hebben op verblijf, daarvoor een afzonderlijke aanvraag bij de minister kan indienen.

Geen bijzonder kwetsbare vreemdeling

De rechtbank keek ook naar de medische situatie van de vrouw. Uit de overgelegde stukken blijkt volgens de voorzieningenrechter niet dat overdracht aan Duitsland een risico oplevert op aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor haar gezondheid.

Daarmee is volgens de rechter geen sprake van een bijzonder kwetsbare vreemdeling in de zin van Europese rechtspraak. Ook zijn er geen individuele garanties nodig voorafgaand aan de overdracht.

De zwangerschap alleen is in deze zaak dus onvoldoende om de overdracht aan Duitsland tegen te houden.

Verzoek afgewezen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dat betekent dat het besluit van de minister niet wordt geschorst.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding. Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Discussies

Meer van dit...

Tiësto tijdens een optreden, betrokken bij een civiele schadezaak over fiscaal advies.
Uitspraken

Advocatenkantoor in cassatie na Tiësto-zaak

Greenberg Traurig gaat in cassatie na veroordeling tot miljoenenbetaling aan Tiësto.
Rechtbank Gelderland veroordeelt man voor drugsdeal en verlaten plaats ongeval in Vaassen.

Taakstraf voor drugsdeal en verlaten ongeval Vaassen

Rechtbank Gelderland legt taakstraf op voor drugsdeal, roodlichtongeval en verlaten plaats ongeval.
Rechtbank Oost-Brabant veroordeelt verdachte voor poging doodslag na steekpartij in PI Vught.

Drie jaar cel voor poging doodslag in PI Vught

Rechtbank Oost-Brabant legt drie jaar cel op voor steekpartij met aardappelschilmes in PI Vught.