Sla dit artikel op

WODC-rapporten: selectiviteit in de strafrechtketen vraagt om actie

Nieuwe WODC-rapporten tonen dat sociaal kwetsbare verdachten vaker zichtbaar en zwaarder worden geraakt, terwijl kabinet en ketenorganisaties nationale vervolgstappen aankondigen rond gelijke behandeling in strafzaken.

DEN HAAG – Verdachten met een sterkere sociaaleconomische positie krijgen in de Nederlandse strafrechtketen gemiddeld gunstigere uitkomsten dan verdachten met een zwakkere positie. Dat blijkt uit nieuwe WODC-rapporten over selectiviteit in het strafrecht, die door het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.

De onderzoeken gaan over de vraag of persoonlijke kenmerken zoals werk, opleiding, inkomen, woningbezit, woonadres en migratieachtergrond samenhangen met beslissingen in de strafrechtketen. Daarbij is gekeken naar vervolging, berechting, strafsoort, strafhoogte en de totale zwaarte van opgelegde sancties.

Het onderwerp raakt aan het debat over mogelijke klassenjustitie en ongelijke behandeling in het strafrecht. De onderzoeken zijn uitgevoerd naar aanleiding van moties uit de Tweede Kamer over de oververtegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond in criminaliteitscijfers en over mogelijke klassenjustitie in Nederland.

Sterkere positie leidt vaker tot afdoening door OM

Uit het kwantitatieve WODC-onderzoek Vinkjes in het strafrecht? komt naar voren dat verdachten met een zwakke sociaaleconomische positie niet vaker worden gestraft dan verdachten met een sterkere positie. Het verschil zit vooral in de manier waarop zaken worden afgedaan.

Verdachten met werk, een opleiding, een hoger opleidingsniveau, een hoger inkomen of een koopwoning krijgen vaker een straf opgelegd door het Openbaar Ministerie. Verdachten met een zwakkere sociaaleconomische positie komen vaker bij de rechter terecht. Dat is relevant, omdat rechtszaken openbaar zijn en alleen de rechter een gevangenisstraf kan opleggen.

Volgens de onderzoekers kan deze vroege sortering ertoe leiden dat straffen van sociaal kwetsbare verdachten maatschappelijk zichtbaarder zijn. Ook kan het gevolgen hebben voor de zwaarte van de straf, doordat een rechter andere sancties kan opleggen dan het OM.

Lager sanctiepakket bij gunstigere kenmerken

Het WODC onderzocht strafzaken van volwassen verdachten voor delicten gepleegd tussen 2006 en 2022. De onderzoekspopulatie bestond uit ruim 2,5 miljoen zaken van bijna 1,2 miljoen unieke verdachten. Daarbij zijn gegevens over strafzaken gekoppeld aan sociaaleconomische en demografische kenmerken.

De verschillen zijn volgens het onderzoek zichtbaar in strafsoort en strafhoogte. Verdachten met gunstigere sociaaleconomische kenmerken krijgen minder vaak gevangenisstraffen. Bij meer vermogende verdachten komen taakstraffen minder vaak voor. Geldboetes worden juist vaker opgelegd aan verdachten met een gunstigere positie, maar de gemiddelde hoogte van die boetes ligt lager.

Het totale sanctiepakket is vooral lager voor verdachten die nog een opleiding volgen. Hun sanctiepakket ligt gemiddeld 54 procent lager dan dat van inactieve verdachten. Bij verdachten met een hbo- of wo-opleiding ligt het totale sanctiepakket gemiddeld 24 procent lager dan bij lager opgeleide verdachten. Bij een bovenmodaal huishoudinkomen gaat het om 17 procent lagere straffen. Voor verdachten met een koopwoning ligt de strafhoogte gemiddeld 18 procent lager dan voor verdachten zonder koopwoning.

Migratieachtergrond speelt kleinere, maar zichtbare rol

Migratieachtergrond speelt bij volwassen verdachten volgens de rapporten een kleinere rol dan sociaaleconomische kenmerken. Toch zijn ook daar verschillen zichtbaar. Verdachten met een tweede generatie-migratieachtergrond hebben gemiddeld een hogere kans om door de rechter te worden berecht en zwaarder te worden gestraft. Dat geldt ook wanneer rekening wordt gehouden met de sociaaleconomische positie.

Ook de woonsituatie weegt mee. Verdachten zonder bekend woonadres krijgen relatief vaak een straf opgelegd door de rechter, met name een gevangenisstraf. De opgelegde straffen zijn in die gevallen gemiddeld vaak kort, maar de bevinding wijst erop dat een instabiele woonsituatie samenhangt met zwaardere strafrechtelijke uitkomsten.

Verklaringen: werkdruk, proceshouding en behoud van status

In het kwalitatieve onderzoek Scherp op selectiviteit worden meerdere mogelijke verklaringen genoemd voor de geconstateerde verschillen. Een belangrijke factor is werkdruk in de strafrechtketen. Onder tijdsdruk kunnen bewuste of onbewuste vooroordelen sneller doorwerken in beslissingen.

Ook culturele verschillen in proceshouding en communicatie kunnen invloed hebben. Verdachten met een Nederlandse herkomst of een sterkere sociaaleconomische positie kunnen zich volgens de samenvatting in de Kamerbrief vaker beter uiten en beter aansluiten bij verwachtingen van instanties.

Daarnaast kan de wens om schade door justitieel ingrijpen te beperken onbedoeld tot ongelijke behandeling leiden. Een verdachte met werk, een woning of een opleiding kan eerder worden ontzien om verlies van die stabiele situatie te voorkomen. Daardoor kan een verdachte zonder die zogenoemde status quo juist zwaarder worden geraakt, niet omdat die bewust wordt benadeeld, maar omdat er minder te behouden lijkt.

Juridische analyse vraagt om stevige rechtvaardiging

Het rapport Verdachte gronden? van de Universiteit Leiden plaatst de bevindingen in juridisch perspectief. Daarin staat het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod centraal. Volgens de onderzoekers kan het meewegen van sociaaleconomische kenmerken zoals opleiding, werk, uitkeringssituatie, financiële positie, postcode of huisvesting in risicobeoordeling en straftoemeting juridisch gezien onderscheid opleveren.

Dat onderscheid is niet automatisch verboden. Het strafrecht kent ruimte voor maatwerk, waarbij de persoon van de verdachte mag meewegen. Tegelijkertijd moet onderscheid objectief en redelijk te rechtvaardigen zijn. Dat geldt temeer wanneer sociaaleconomische kenmerken samenhangen met etniciteit of herkomst, waardoor indirect onderscheid kan ontstaan op sterker beschermde gronden.

De juridische analyse wijst erop dat het gebruik van risicotaxaties en algemene kenmerken extra kwetsbaar is wanneer beslissers weinig tijd hebben. In zulke situaties kunnen standaardbeelden of snelle aannames een grotere rol krijgen. De onderzoekers benadrukken dat dit vooral bij beslissingen over voorlopige hechtenis en straftoemeting verdere discussie verdient.

Geen bewijs voor bewuste discriminatie

Het kabinet schrijft in de Kamerbrief dat uit de WODC-onderzoeken geen aanknopingspunten naar voren komen voor bewuste discriminatie van groepen verdachten op grond van sociaaleconomische positie of etniciteit. Tegelijk worden de verschillen serieus genomen.

Gelijke behandeling wordt in de brief omschreven als een basisprincipe van de rechtsstaat, zeker binnen het strafrecht. Het ministerie wil de rapporten daarom bespreken met ketenorganisaties, waaronder het OM en de Rechtspraak. Daarbij wordt bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn om ongerechtvaardigde ongelijke behandeling tegen te gaan.

OM en Rechtspraak werken al aan maatregelen

In de Kamerbrief wordt verwezen naar maatregelen die al eerder zijn genomen naar aanleiding van journalistiek onderzoek van Investico en NOS op 3. Het Openbaar Ministerie besteedt onder meer aandacht aan bewustwording via cursussen en opleidingen voor officieren van justitie. Ook hanteert het OM landelijk uniform strafvorderingsbeleid, strafmaatoverleg in zware en gevoelige zaken en een Landelijke reflectiekamer voor complexe of regio-overstijgende zaken.

Binnen de Rechtspraak is een actieplan opgesteld. Daarin staan bewustwording, gesprekken tussen rechters over mogelijke patronen in straftoemeting, workshops over vooroordelen, scholing over rechterlijke oordeelsvorming en aandacht voor diversiteit binnen de Rechtspraak.

Kabinet komt later met inhoudelijke reactie

Het WODC wil in de tweede helft van het jaar een congres organiseren over de uitkomsten en aanbevelingen uit de onderzoeken. De betrokken ketenorganisaties worden daarvoor uitgenodigd.

Het kabinet streeft ernaar voor het einde van het jaar inhoudelijk op de rapporten te reageren. Daarbij wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over gesprekken met de strafrechtketen en over eventuele aanvullende maatregelen.

De onderzoeken geven volgens de stukken geen eenvoudig antwoord op de vraag of sprake is van klassenjustitie. Wel laten ze zien dat sociaaleconomische positie systematisch samenhangt met strafrechtelijke uitkomsten. Daarmee ligt er een duidelijke opdracht voor politie, OM, Rechtspraak en politiek: zichtbaar maken waar verschillen ontstaan, toetsen of die verschillen te rechtvaardigen zijn en voorkomen dat maatwerk in de praktijk leidt tot structurele ongelijkheid.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Discussies

Meer van dit..

a close up shot of icons on a screen

EU-verbod op AI-uitkleedapps en seksuele deepfakes dichterbij

Het Europarlement steunt een EU-verbod op AI-uitkleedapps en seksuele deepfakes, terwijl onderdelen van de AI-wet later ingaan...
Tiener met smartphone en sociale media-apps op scherm als illustratie bij nieuwe leeftijdsgrens in België

Verenigd Koninkrijk wil social media verbieden onder 16 jaar

Premier Keir Starmer zegt dat de maatregel nodig is om kinderen beter te beschermen tegen verslavende functies,...
Online goksite op laptop met waarschuwing voor gokrisico’s

Kabinet wil reclameverbod voor online kansspelen

Het kabinet wil online kansspelen strenger reguleren met een reclameverbod, een bonusverbod en overkoepelende stortingslimieten. Spelers die...