ARLINGTON, 30 juli 2026 – Het contract voor de bouw van twee nieuwe Air Force One-vliegtuigen blijft Boeing financieel zwaar belasten. De Amerikaanse vliegtuigbouwer heeft in het tweede kwartaal van 2026 opnieuw een verliespost van 280 miljoen dollar opgenomen voor het zogenoemde VC-25B-programma.
De extra kosten zijn volgens Boeing vooral het gevolg van aanvullende investeringen in productiecapaciteit en certificering. Het concern zet meer personeel en middelen in om technische risicoโs tijdens de bouw en de komende testvluchten te beperken. De eerste levering wordt nog altijd in 2028 verwacht.
De nieuwe tegenvaller droeg bij aan een nettoverlies van 428 miljoen dollar voor Boeing in het tweede kwartaal. Ondanks de nieuwe verliespost steeg de omzet van het concern en werd voor het eerst sinds 2023 weer een positieve vrije kasstroom over een kwartaal gemeld.
Vast contract van 3,9 miljard dollar
Boeing kreeg het contract in 2018 van de Amerikaanse luchtmacht. Het ging om een vaste prijs van 3,9 miljard dollar voor het ontwerpen, aanpassen, testen, certificeren en afleveren van twee presidentiรซle vliegtuigen.
De toestellen moesten volgens de oorspronkelijke overeenkomst uiterlijk in 2024 worden geleverd. De Amerikaanse regering stelde destijds dat door de vaste prijs ongeveer 1,4 miljard dollar werd bespaard ten opzichte van een eerder voorgesteld contract waarbij de overheid de gemaakte kosten zou vergoeden.
Dat vaste prijsmodel pakt voor Boeing aanzienlijk minder gunstig uit. Wanneer de ontwikkelings- en productiekosten hoger worden dan geraamd, kan het bedrijf die tegenvallers niet zonder meer doorberekenen aan de Amerikaanse overheid. Een groot deel van de overschrijding komt daardoor voor rekening van Boeing.
De totale kosten van het programma zijn inmiddels gestegen tot meer dan 5 miljard dollar. Daarmee liggen de uitgaven ruim boven de waarde van het oorspronkelijke contract. Zelfs wanneer de eerste twee vliegtuigen in 2028 worden afgeleverd, loopt het project ongeveer vier jaar achter op de oorspronkelijke planning.
Geen gewone Boeing 747
De twee nieuwe presidentiรซle vliegtuigen worden gebaseerd op de Boeing 747-8. Het gaat echter niet om reguliere passagiersvliegtuigen. De toestellen moeten worden omgebouwd tot vliegende commandocentra die de Amerikaanse president onder vrijwel alle omstandigheden kan gebruiken.
De vliegtuigen krijgen beveiligde communicatiesystemen, voorzieningen voor medische zorg, een aangepast presidentieel interieur en systemen waarmee dreigingen kunnen worden waargenomen en afgeweerd. Ook worden de elektriciteitsvoorziening en de mogelijkheden om zelfstandig vanaf vliegvelden te opereren uitgebreid.
De omvang van de aanpassingen heeft het programma technisch ingewikkeld gemaakt. Veel apparatuur moet niet alleen functioneren zoals ontworpen, maar ook aan militaire veiligheidseisen en luchtwaardigheidsregels voldoen.
Het Amerikaanse Government Accountability Office meldde in juli 2026 dat Boeing voor beide vliegtuigen uitgaat van levering rond het midden van 2028 en het midden van 2029. Volgens de toezichthouder loopt Boeing bijna drie jaar achter op de inmiddels al aangepaste basisplanning. Ten opzichte van de oorspronkelijke afspraak uit 2018 is de vertraging nog groter.
Certificering blijft belangrijk risico
Een van de grootste problemen is de certificering van de vliegtuigen. Voor het programma zijn tachtig afzonderlijke certificeringsplannen opgesteld om aan te tonen dat de toestellen luchtwaardig zijn. In oktober 2025 waren daarvan volgens het Government Accountability Office slechts zeven goedgekeurd.
De Amerikaanse luchtmacht heeft bovendien nog niet vastgesteld wanneer de operationele testfase kan beginnen. De beperkte tijd die beschikbaar is om alle systemen te testen, vormt volgens de toezichthouder een van de grootste resterende risicoโs.
Ook de ontwerpen voor het interieur, de productie van omvangrijke kabelbundels en herstelwerkzaamheden aan structurele aanpassingen kunnen verdere vertraging veroorzaken. Bij de vliegtuigen werden daarnaast spanningscorrosiescheuren vastgesteld. De reparaties daarvan moeten in 2026 worden afgerond.
Eerdere verliesposten stapelden zich op
De nieuwe afschrijving van 280 miljoen dollar staat niet op zichzelf. Boeing heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk honderden miljoenen dollars moeten reserveren voor hogere kosten binnen het VC-25B-programma.
In het derde kwartaal van 2023 schreef Boeing bijvoorbeeld 482 miljoen dollar af. Die verliespost werd toen toegeschreven aan hogere productiekosten, technische wijzigingen, personeelstekorten en onderhandelingen met leveranciers.
Ook problemen bij onderaannemers speelden een rol. Een belangrijke leverancier voor het interieur kwam in financiรซle problemen, waarna Boeing werkzaamheden moest overnemen. Verder werd het project geraakt door de coronapandemie, verstoringen in de toeleveringsketen en moeilijkheden bij het vinden van personeel met de vereiste veiligheidsmachtigingen.
Door de opeenstapeling van tegenvallers geldt Air Force One inmiddels als een van de kostbaarste vasteprijscontracten uit de geschiedenis van Boeing.
Extra investeringen om 2028 te halen
Boeing zegt ondanks de financiรซle schade vast te houden aan de planning voor 2028. De fabrikant verwacht in 2027 te beginnen met de eerste belangrijke testvluchten.
Topman Steve Parker van Boeing Defense, Space & Security waarschuwde eerder al dat aanvullende uitgaven nodig zouden zijn. Vooral het afronden van de bedrading, de constructiewerkzaamheden en de certificering vraagt volgens hem om extra investeringen.
De verliespost van 280 miljoen dollar moet daarom niet alleen worden gezien als een correctie voor eerdere tegenvallers. Boeing besteedt ook bewust meer geld om nieuwe vertragingen te voorkomen.
Financieel risico blijft bij Boeing
De Amerikaanse overheid betaalt op grond van het vaste contract niet automatisch voor iedere kostenoverschrijding. Het financiรซle probleem ligt daardoor vooral bij Boeing en niet rechtstreeks bij de Amerikaanse belastingbetaler.
Dat betekent niet dat de vertraging zonder gevolgen blijft voor de overheid. De huidige presidentiรซle vliegtuigen, twee aangepaste Boeing 747-200โs die sinds 1990 worden gebruikt, moeten langer worden onderhouden. Onderdelen worden schaarser en de onderhoudskosten lopen op.
Voor Boeing blijft de centrale vraag hoeveel extra geld nog nodig is om de twee nieuwe toestellen veilig, gecertificeerd en volgens de aangepaste planning af te leveren. De nieuwste afschrijving laat zien dat het concern daar nog geen definitief antwoord op heeft.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



