BRUSSEL – De Europese Unie onderzoekt een nieuw plan om militaire sleutelcapaciteiten gezamenlijk te ontwikkelen. Daarmee wil Brussel de afhankelijkheid van de Verenigde Staten binnen de Europese veiligheid verminderen.
Volgens Politico werkt EU-defensiecommissaris Andrius Kubilius aan een opzet waarbij lidstaten samen investeren in zogenoemde strategische enablers. Dat zijn militaire voorzieningen die nodig zijn om grotere operaties mogelijk te maken, maar die Europese landen nu nog vaak onvoldoende zelf hebben.
Het gaat onder meer om lucht-tot-luchtbijtanken, militaire commandosystemen, satellietverkenning, ruimtegebonden inlichtingen, logistiek op het slagveld en andere ondersteunende capaciteiten.
Zorgen over Amerikaanse rol binnen NAVO
De nieuwe stap komt op een moment waarop Europese landen zich opnieuw afvragen hoe stevig de Amerikaanse veiligheidsgarantie blijft. Binnen de NAVO leveren de Verenigde Staten nog altijd een groot deel van de geavanceerde ondersteuning die nodig is voor grootschalige militaire operaties.
Volgens Politico heeft Washington bondgenoten laten weten dat het bepaalde middelen niet langer vanzelfsprekend beschikbaar wil stellen. Daarbij worden onder meer langeafstandsverkenningsdrones en KC-135-tankervliegtuigen genoemd.
Voor Europese landen vergroot dat de druk om eigen alternatieven op te bouwen. Zonder deze systemen kunnen gevechtsvliegtuigen minder lang in de lucht blijven, worden militaire operaties lastiger aangestuurd en neemt de afhankelijkheid van Amerikaanse inlichtingen en logistiek toe.
Kosten kunnen sterk oplopen
De plannen bevinden zich nog in een vroege fase. Een volledige vervanging van Amerikaanse capaciteiten zou volgens ramingen jaren duren en honderden miljarden euro’s kunnen kosten.
Het Kiel Institute stelde eerder dat Europa op belangrijke militaire onderdelen zwaar leunt op Amerikaanse strategische steun. Alleen al het dichten van de grootste gaten kan volgens ramingen zeker 200 miljard euro kosten en meer dan tien jaar duren. Bredere Europese defensieautonomie kan nog duurder uitvallen.
Daarmee raakt het voorstel aan een gevoelig punt in de EU: de vraag wie defensieprojecten betaalt en wie bepaalt welke systemen worden aangeschaft. Verschillende lidstaten zijn terughoudend om Brussel een grotere rol te geven bij defensie-inkoop.
Plan past in bredere Europese herbewapening
Het voorstel sluit aan bij de bredere koers van de Europese Commissie. Met het programma Readiness 2030 wil de EU de defensiecapaciteit versneld versterken. Onderdeel daarvan is SAFE, een financieel instrument dat tot 150 miljard euro aan leningen kan bieden voor defensie-investeringen door lidstaten.
De Commissie wil met gezamenlijke aanschaf grotere productievolumes, lagere kosten en een sterkere Europese defensie-industrie bereiken. Ook moet versnippering tussen nationale krijgsmachten worden verminderd.
Toch blijft de uitvoering politiek ingewikkeld. Defensie is in belangrijke mate een nationale bevoegdheid. Lidstaten verschillen bovendien in dreigingsbeeld, begrotingsruimte en voorkeur voor Europese of Amerikaanse wapensystemen.
NAVO blijft centrale veiligheidsstructuur
Het voorstel betekent niet dat de EU de NAVO wil vervangen. De inzet is vooral om de Europese pijler binnen het bondgenootschap te versterken. Een grotere Europese bijdrage moet de NAVO minder kwetsbaar maken wanneer Amerikaanse prioriteiten verschuiven naar andere regio’s.
Vooral de oorlog in Oekraïne en de veranderende Amerikaanse opstelling hebben het debat versneld. Europese leiders spreken steeds vaker over de noodzaak om meer verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen veiligheid.
Of het plan van Kubilius voldoende steun krijgt, moet de komende maanden blijken. De discussie zal naar verwachting vooral draaien om geld, zeggenschap en de vraag hoe snel Europese landen cruciale militaire tekorten kunnen aanvullen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







