AMSTERDAM – The Harbour Club Oost krijgt geen nadeelcompensatie voor de tijdelijke sluiting van het pand na een explosie in augustus 2022. De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van exploitant Harbour Amsterdam B.V. mocht afwijzen.
De zaak draaide om een besluit van de burgemeester om het pand in Amsterdam-Oost te sluiten na een explosie voor de deur. Volgens de burgemeester bestond er vrees dat het openhouden van het gebouw een ernstig gevaar opleverde voor de openbare orde.
Explosie leidde tot sluiting van pand
In de nacht van 10 augustus 2022 ging een explosief af bij het pand waarin The Harbour Club Oost is gevestigd. De horecaonderneming bestaat uit een restaurant, zaalverhuur en theater. In de directe omgeving liggen woningen en een hotel.
De burgemeester besloot op 16 augustus 2022 het pand voor zes maanden te sluiten. Daarbij werd gewezen op het risico op herhaling en op meerdere incidenten in de jaren daarvoor rond de onderneming en daaraan verbonden of concurrerende ondernemingen.
Op verzoek van de exploitant werd de sluiting op 12 oktober 2022 weer opgeheven.
Schade valt onder ondernemersrisico
Harbour Amsterdam B.V. vroeg daarna nadeelcompensatie aan voor de geleden schade. De burgemeester wees die aanvraag af. Volgens de gemeente viel de schade onder het normale ondernemersrisico.
De rechtbank volgt die redenering. Volgens de rechtbank is het sluiten van een horecapand na een zware explosie in een omgeving met woningen en een hotel een normale en te verwachten reactie van de burgemeester. Dat maakt de sluiting volgens de rechtbank voorzienbaar in juridische zin.
Geen bijzondere omstandigheid
De exploitant stelde dat de explosie niet aan de onderneming kon worden verbonden en dat haar geen verwijt treft. De rechtbank oordeelt echter dat het ontbreken van verwijtbaarheid niet betekent dat automatisch recht bestaat op compensatie.
Volgens de rechtbank hoort het risico van een tijdelijke sluiting na een ernstig openbare-orde-incident bij de bedrijfsvoering van een horecaonderneming op die locatie. Dat de exploitant maatregelen heeft genomen om de veiligheid te waarborgen, verandert dat oordeel niet.
Beroep ongegrond verklaard
Het beroep van Harbour Amsterdam B.V. is ongegrond verklaard. De exploitant krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt ook geen proceskostenvergoeding.
Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






