DEN HAAG, 23 juli 2026 – De Tweede Kamerleden Ceulemans, Boomsma en Coenradie, behorend tot de fractie van JA21, hebben op 23 juli 2026 parlementaire vragen ingediend over de inzet van ambulances bij asielopvanglocaties. Deze Kamervragen, onder het registratienummer 2026Z16458, zijn gericht aan de minister van Asiel en Migratie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De parlementsleden schetsen in hun documentatie een beeld waarbij ambulancediensten buitenproportioneel vaak zouden moeten uitrijden naar asielzoekerscentra (azc’s) en andere opvanglocaties. Volgens de vragenstellers levert deze hoge frequentie aan meldingen niet alleen aanzienlijke extra kosten op, maar brengt het tevens een hoge druk op de zorgsector met zich mee.
Daarnaast wordt de nadrukkelijke suggestie gewekt dat deze medische meldingen in de praktijk vaak onterecht blijken te zijn. Om deze stelling te onderbouwen, verzoeken de Kamerleden het kabinet om gedetailleerde statistieken over de afgelopen twaalf maanden. Specifiek wordt de ministers gevraagd naar het exacte aantal ambulance-oproepen dat is gedaan naar locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
De fractie specificeert hierbij dat het verzoek betrekking heeft op, maar niet beperkt is tot, zowel de reguliere azc’s als de tijdelijke noodopvanglocaties. Ook de vestigingen van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) worden in dit specifieke feitenonderzoek meegenomen.
De politieke partij wenst bovendien inzicht in hoe deze cijfers zich verhouden tot de ambulance-inzet bij andere instellingen in Nederland. Tot slot wordt gevraagd hoe vaak een dergelijke spoedrit naar deze locaties het afgelopen jaar daadwerkelijk onnodig bleek te zijn, en of de bewindspersonen de lezing herkennen dat dit vaak voorkomt.
Oorzaken van de ambulanceritten: vechtpartijen en afgewezen asielaanvragen
In de ingezonden vragenlijst wordt dieper ingegaan op de specifieke aard van de incidenten die leiden tot het uitrukken van het ambulancepersoneel. JA21 wil van de verantwoordelijke departementen weten hoe vaak de noodhulp exact werd ingeschakeld naar aanleiding van vechtpartijen op deze opvanglocaties.
Aan de andere zijde van het spectrum wordt geรฏnformeerd naar ritten die direct voortkomen uit extreem gedrag ten gevolge van een afwijzing van een asielaanvraag.
Als opvallend nevenaspect wordt tevens geรฏnformeerd naar het structurele gebruik van alternatief personenvervoer voor deze doeleinden.
De Kamerleden stellen de vraag hoe vaak er in dezelfde periode gebruik is gemaakt van taxiโs voor hetzelfde doel rondom de COA- en DT&V-locaties.
Veiligheid van het ambulancepersoneel en gevolgen voor regionale aanrijtijden
Een ander essentieel onderwerp dat in het document van 23 juli 2026 wordt benadrukt, betreft de fysieke veiligheid van de zorgverleners gedurende de uitoefening van hun functie.
Aan het kabinet wordt gevraagd naar de incidentie van bedreiging, intimidatie en (gewelds)incidenten die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan richting ambulancepersoneel op de genoemde opvanglocaties.
De Kamerleden willen tevens weten of er op het gebied van agressie een stijging waarneembaar is ten opzichte van de voorgaande jaren.
Naast het veiligheidsaspect wordt de operationele inzetbaarheid van de veiligheidsregio’s ter discussie gesteld. Aan de ministers wordt de vraag voorgelegd of zij het beeld herkennen dat oproepen vanuit asielopvanglocaties een steeds grotere en groeiende druk leggen op de verlening van ambulancezorg.
JA21 wijst op de mogelijk verstrekkende gevolgen die de ritten kunnen hebben voor de inzetbaarheid van ambulances elders in de nabije regio.
Daarbij wordt concreet gevraagd naar de impact van het veronderstelde hoge aantal onnodige ritten op de reguliere aanrijtijden van de ambulancediensten, waarbij verzocht wordt dit mechanisme nader toe te lichten.
Noodzaak tot betere dataregistratie en preventieve oplossingen op locatie
In het slotdeel van de parlementaire vragen richt de fractie zich primair op de beleidsmatige verantwoording en toekomstgerichte oplossingen om de druk op de zorg te ontlasten. De leden Ceulemans, Boomsma en Coenradie bevragen de regering over de actuele manier waarop ritten worden geadministreerd.
Zij vragen of de cijfers aangaande ambulanceritten naar COA-locaties structureel geregistreerd worden, en zo nee, waarom deze data-inzameling ontbreekt. Daarnaast verzoekt men het ministerie de actuele aantallen te vergelijken met de jaren ervoor, om aan te tonen of er daadwerkelijk sprake is van een stijging.
Indien een stijging wordt bevestigd, wenst de partij de onderliggende verklaringen hiervoor te horen.
Met het oog op structurele preventie wordt tevens geรฏnformeerd naar de beleidsmatige mogelijkheden om de medische zorg of de initiรซle controle van incidenten ter plekke, op de opvanglocaties zelf, te verbeteren.
Het doel van een dergelijke efficiรซntieslag zou het beter voorkomen van onnodige ambulanceritten zijn. Verder vraagt de partij of de overheid de beschikking heeft over specifieke onderzoeken ten aanzien van het exacte aantal spoedritten of de acute zorgvragen die ontstaan op COA-locaties.
Ter afronding van de inzending verzoeken de parlementariรซrs met klem dat de dertien geformuleerde vragen afzonderlijk en รฉรฉn voor รฉรฉn door de ministers beantwoord zullen worden.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



