MARKEN, 15 juli 2026 – De rechtbank Noord-Holland heeft op 14 juli 2026 besloten tot volledige vrijspraak van Jamal T.. Hij stond terecht voor zijn betrokkenheid bij het dodelijke ongeval van de 14-jarige Tamar. In de nacht van 24 op 25 juli 2020 liep de tiener, na een ruzie met haar ouders, weg uit haar ouderlijk huis in Marken. Korte tijd later werd zij zwaargewond in de berm van de Provincialeweg N518 bij Zuiderwoude gevonden, waar bleek dat zij was overleden als gevolg van een aanrijding. Hoewel vaststaat dat het voertuig van de verdachte bij het ongeval betrokken was, oordeelt de rechtbank dat hem strafrechtelijk geen enkel verwijt kan worden gemaakt.
Geen sprake van gevaarlijk rijgedrag
Uit het forensisch en tactisch onderzoek is gebleken dat Tamar op het moment van de aanrijding op de weg lag. Het Openbaar Ministerie had ten laste gelegd dat de verdachte onvoldoende op de weg lette, omdat hij zijn aandacht richtte op de navigatie. De rechtbank concludeert echter dat een bestuurder wettelijk gezien niet ononderbroken naar de weg hoeft te kijken. Het raadplegen van een navigatiesysteem gedurende 2,5 seconden wordt in het algemeen beschouwd als een normale verkeershandeling. Zeker gezien het feit dat het ongeval midden in de nacht plaatsvond op een weg waar voetgangers niet zijn toegestaan en niet worden verwacht, was er geen sprake van aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Waarom de rechtbank niet anders kon dan vrijspreken
De wet vereist onomstotelijk bewijs van grove schuld of nalatigheid om tot een veroordeling voor een verkeersmisdrijf te komen. De rechtbank zag zich geconfronteerd met bewijsmateriaal dat de onschuld van de verdachte in juridische zin ondersteunde, waardoor vrijspraak de enige mogelijke uitkomst was. De rechter kon niet anders oordelen op basis van de volgende juridische feiten:
- Wettelijke snelheid: De verdachte reed tussen de 50 en 80 kilometer per uur, wat exact binnen de toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur viel.
- Onvermijdelijkheid: Een oplettende bestuurder verwacht in het donker op een provinciale weg geen persoon op het asfalt. De reactietijd is in zo’n ongebruikelijke situatie dermate lang, dat de auto niet meer tijdig tot stilstand gebracht had kunnen worden.
- Geen opzet of wetenschap: Om veroordeeld te worden voor het doorrijden na een ongeval (artikel 7 Wegenverkeerswet), moet bewezen zijn dat de dader wist of moest vermoeden dat hij een persoon had geraakt. De verdachte verklaarde dat hij dacht over een dier te zijn gereden. De schade aan de onderzijde van de auto ondersteunde deze verklaring. Een forensisch expert stelde bovendien vast dat een bestuurder het verschil tussen het overrijden van een dier en een mens in de auto vermoedelijk niet kan voelen.
Geen bewijs voor verplaatsing van het slachtoffer
Tijdens de zitting is uitgebreid geรซvalueerd of de verdachte het lichaam van het slachtoffer na de aanrijding in de berm heeft gelegd. Ook hier bood het dossier geen bewijs voor.
- Er is geen DNA van de verdachte op het lichaam of de kleding van het slachtoffer aangetroffen.
- Er is geen DNA van het slachtoffer in de auto van de verdachte gevonden.
- Tijdsanalyses toonden aan dat de verdachte hooguit รฉรฉn minuut en 40 seconden stilgestaan kon hebben, wat onvoldoende tijd is voor een dergelijke handeling.
- Medische deskundigen sloten niet uit dat het slachtoffer zich, ondanks de zware verwondingen, na de klap nog zelfstandig richting de berm heeft kunnen verplaatsen.
Omdat aan geen van de wettelijke bewijsvereisten voor de ten laste gelegde feiten werd voldaan, was de rechtbank genoodzaakt de verdachte integraal vrij te spreken. De vorderingen tot schadevergoeding van de nabestaanden zijn hierdoor eveneens niet-ontvankelijk verklaard.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


