DEN HAAG, 15 juli 2026 โ Het kabinet gaat bij een nieuw onderzoek naar de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten ook kijken naar de beoordelingsmethode voor vogels. Daarbij wordt onderzocht hoe de omvang van vogelpopulaties beter kan worden meegewogen.
Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de Tweede Kamer laten weten dat een aangenomen motie van Kamerlid Boomsma wordt uitgevoerd. De Kamer stemde op 23 juni in met het verzoek om de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten bij het onderzoek te betrekken.
Meer aandacht voor omvang vogelpopulaties
De motie vraagt het kabinet te onderzoeken of een aangepaste beoordelingsmethode kan worden opgesteld. Die methode moet meer rekening houden met de werkelijke omvang van populaties van algemeen voorkomende vogelsoorten.
De staat van instandhouding geeft aan hoe een dier- of plantensoort ervoor staat. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de ontwikkeling en verspreiding van een soort, het leefgebied en de verwachtingen voor de toekomst.
Volgens de minister kan de populatieomvang bij algemene soorten een belangrijk onderdeel van de beoordeling vormen. Een soort kan bijvoorbeeld in aantal afnemen, maar nog steeds op grote schaal in Nederland aanwezig zijn.
Vogels aanvankelijk buiten het onderzoek
Het ministerie stond al op het punt om onderzoek te laten uitvoeren naar een geschikte methode voor diersoorten die geen Europese bescherming genieten. Vogels vielen aanvankelijk buiten dat onderzoek.
Alle inheemse wilde vogelsoorten zijn beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De staat van instandhouding van vogels wordt daarom al periodiek bepaald. Daarmee wordt gevolgd hoe verschillende vogelsoorten zich in Nederland ontwikkelen.
Het ministerie heeft daarnaast eerder onderzoek laten uitvoeren naar de bestaande beoordelingsmethode voor vogels. Daarbij vond ook een internationale beoordeling plaats en werd gekeken naar Europese rechtspraak over de bescherming van vogelsoorten.
Vanwege dat eerdere onderzoek was het ministerie aanvankelijk niet van plan om vogels opnieuw in de studie mee te nemen. De aangenomen motie heeft dat uitgangspunt veranderd.
Onderzoek wordt uitgebreid
In het nieuwe onderzoek wordt nu ook de vraag opgenomen hoe bij algemeen voorkomende vogels meer rekening kan worden gehouden met de grootte van populaties. Het gaat daarbij om een aanvulling op de bestaande systematiek en niet om het beรซindigen van de bescherming van vogels.
De uitkomsten kunnen gevolgen hebben voor de manier waarop de overheid in de toekomst beoordeelt of vogelsoorten zich in een gunstige staat van instandhouding bevinden. Die beoordeling kan onder meer een rol spelen bij natuurbeleid, vergunningverlening en maatregelen voor soortenbescherming.
Resultaten verwacht in 2027
Minister Van Essen verwacht de Tweede Kamer in het tweede kwartaal van 2027 over de onderzoeksresultaten te informeren. Daarna moet duidelijk worden of de huidige beoordelingsmethode wordt aangepast en op welke manier populatieomvang daarin een grotere rol krijgt.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



