BORSELE, 7 augustus 2026 – De rechtbank in Breda heeft een 25-jarige man veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Van de primair ten laste gelegde verkrachting en aanranding is de man vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor dwang.
Langdurig misbruik binnen de familiekring
Volgens de rechtbank vonden de ontuchtige handelingen plaats in de periode van augustus 2022 tot september 2024. De verdachte kwam in 2022 bij het slachtoffer in huis wonen omdat hij een relatie kreeg met haar stiefzus. Het slachtoffer was toen veertien jaar oud, de verdachte tweeรซntwintig. Kort daarna vonden er seksuele handelingen tussen hen plaats, die volgens de rechtbank een opbouw kenden in ernst en aard.
Vrijspraak wegens ontbrekend steunbewijs voor dwang
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is en op onderdelen wordt bevestigd door de verdachte zelf, die een groot deel van de seksuele handelingen heeft toegegeven. Voor de door het slachtoffer gestelde dwang ontbrak echter voldoende zelfstandig steunbewijs. Verklaringen van de vader en stiefmoeder waren volgens de rechtbank afkomstig uit dezelfde bron als de aangifte en leverden daarom geen onafhankelijke bevestiging op. Ook een door de vader waargenomen gedragsverandering bood onvoldoende objectieve aanknopingspunten om de gestelde dwang te onderbouwen. De rechtbank sprak de verdachte daarom vrij van de primair ten laste gelegde verkrachting en aanranding, en kwam wel tot een bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde ontucht met een minderjarige.
Lagere straf dan geรซist
De officier van justitie had 48 maanden gevangenisstraf geรซist, waarvan 12 voorwaardelijk, plus een contact- en gebiedsverbod. Omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring kwam dan waarvan de officier van justitie bij de strafeis uitging, legde de rechtbank een lagere straf op: 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Bij de strafmaat woog de rechtbank onder meer het leeftijdsverschil, de vertrouwensrelatie en de langere pleegperiode mee.
Bijzondere voorwaarden en gebiedsverbod
Aan het voorwaardelijke strafdeel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht bij de reclassering, verplichte behandeling gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag en beperkingen in het gebruik van sociale media en versleutelingssoftware. Daarnaast legde de rechtbank op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een vrijheidsbeperkende maatregel op van twee jaar, bestaande uit een contactverbod met het slachtoffer en een gebiedsverbod. Deze maatregel is met onmiddellijke ingang van kracht.
Schadevergoeding toegewezen
De rechtbank kende het slachtoffer een schadevergoeding toe van in totaal 8.832,50 euro, bestaande uit 832,50 euro materiรซle schade en 8.000 euro immateriรซle schade, te vermeerderen met wettelijke rente. Een deel van de gevorderde schade, waaronder kosten voor studievertraging, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdere behandeling daarvan een te grote belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel kan via een civiele zaak bij de rechter worden aangebracht.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


