LEEUWARDEN, 2 mei 2026 – Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een 31-jarige Syrische man veroordeeld tot een gevangenisstraf voor het medeplegen van mensensmokkel. De man vervoerde in januari 2021 twee personen zonder geldige reisdocumenten van Duitsland naar een asielzoekerscentrum (AZC) in Nederland.
In het arrest van 22 april 2026 vernietigde het hof het eerdere vonnis van de rechtbank Noord-Nederland om redenen van doelmatigheid, om vervolgens opnieuw recht te doen in de zaak. De verdachte werd schuldig bevonden aan het behulpzaam zijn bij het verschaffen van illegale toegang tot Nederland.
Details van de smokkeloperatie
Op 28 januari 2021 werd een grijze BMW met een Duits kenteken door de Koninklijke Marechaussee staande gehouden in de nabijheid van een asielzoekerscentrum. In de auto bevonden zich de verdachte (als chauffeur), een medeverdachte en twee passagiers: een volwassen vrouw en een minderjarige jongen.
De Marechaussee stelde vast dat de passagiers geen geldige identiteitsdocumenten bij zich hadden. De passagiers, beiden van Syrische nationaliteit, hadden als doel zich in Nederland te vestigen en wilden zich bij het AZC aanmelden voor asiel. Uit verklaringen bleek dat de vrouw een tante was van de medeverdachte en dat zij de reis vanuit Duitsland had ondernomen nadat zij een deel van haar vluchtroute te voet had afgelegd.
Verweer van humanitaire hulp verworpen
De verdediging bepleitte integrale vrijspraak en voerde aan dat de verdachte een passieve rol had. Hij zou enkel op verzoek van zijn vriend (de medeverdachte) zijn meegereden om diens familie te helpen uit humanitaire overwegingen, zonder dat er sprake was van een crimineel karakter of financieel gewin. De raadsvrouw stelde dat de verdachte niet wist dat de toegang tot Nederland wederrechtelijk was.
Het hof verwierp dit verweer op basis van de volgende gronden:
- Wetenschap van documenten: De verdachte verklaarde bij zijn aanhouding direct dat de passagiers geen documenten bij zich hadden.
- Vluchtverleden: De verdachte wist dat de vrouw verwondingen had opgelopen tijdens haar eerdere vlucht te voet.
- Eigen achtergrond: Gelet op de eigen vluchtelingenachtergrond van de verdachte, mag van hem worden verwacht dat hij bekend is met asielprocedures en de noodzaak van geldige reisdocumenten.
- Bestemming: Het feit dat de reis specifiek naar een asielzoekerscentrum ging, duidt op het besef dat de passagiers niet over de juiste verblijfstitels beschikten.
Het hof concludeerde dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de chauffeur en de medeverdachte, wat de kwalificatie ‘medeplegen’ rechtvaardigt.
Matiging van de strafmaat
Bij de strafoplegging week het hof af van de landelijke oriëntatiepunten, die normaal uitgaan van drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf per gesmokkeld persoon. Verschillende factoren leidden tot een mildere straf:
- Gebrek aan gewin: Er was geen sprake van financiële beloning voor de rit.
- Familiebanden: De gesmokkelde personen waren familie van de medeverdachte.
- Persoonlijke omstandigheden: De verdachte had een blanco strafblad.
Daarnaast stelde het hof vast dat de redelijke termijn voor de procesvoering aanzienlijk was overschreden. Tussen de inverzekeringstelling in januari 2021 en het uiteindelijke arrest in april 2026 zijn meer dan vijf jaren verstreken. In eerste aanleg werd de termijn met ruim een jaar overschreden en in hoger beroep met ongeveer zes weken.
Het definitieve vonnis
Het Gerechtshof veroordeelde de man tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, wordt op het onvoorwaardelijke deel in mindering gebracht.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



















